Openbaring van de Heer – De ster volgen

Schriftlezingen: Jesaja 60,1-6; Psalm 72; Efeziers 3,2-3a.+5-6 en Matteüs 2,1-12

Uit de lezingen: Wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om de pasgeboren koning onze hulde te brengen Matteüs 2

In een tv-interview zei iemand: ‘Je moet je eigen ster volgen’. Het is een uiting van gezond verstand. Je moet je niets laten aanpraten, maar jezelf blijven. Bij nader inzien zit er nog een diepere laag in deze uitspraak. Misschien betekent ze ook: ‘Ik moet mijn weg gaan, maar heb daarvoor wel een kompas nodig. Dat is mijn ster. Die ster is groter dan ik ben, ontzettend veel groter. Ze is ook stabieler dan ik ben. Ze houdt me op koers’.

Dat zijn dingen om over na te denken rond het feest van Driekoningen, nu we de prachtige legende overwegen die Matteüs in het geboorteverhaal van Jezus heeft ingeweven als een soort Joodse Midrash. Dit is een beeldend commentaar bij een Bijbeltekst. Toen Matteüs het geboorteverhaal van Jezus schreef, moet hij getroffen zijn geweest door een passage uit het boek Numeri, het vierde van de vijf boeken van Mozes. Daar krijgt een buitenlandse waarzegger, Bileam, van de engel van de HEER de opdracht om tegen zijn koning te zeggen: ‘Wat ik zie is niet in het heden, wat ik waarneem is niet nabij. Een ster komt op uit Jacob, een scepter uit Israël’. Matteüs zegt dat het deze ster is die in het oosten is verschenen aan de magiërs. 

Matteüs vroeg zich af wat de woorden van Bileam voor hem betekenden. Wij vragen ons af wat het ver- haal van Matteüs voor ons betekent. In ieder geval dat je niet in Palestina hoeft te wonen en geen bepaalde religie hoeft aan te hangen om de ster te zien die naar Jezus leidt. De magiërs kennen de Bijbel niet, maar gaan wel op weg. De hogepriesters en de Schriftgeleerden zijn thuis in de Bijbel, maar verzetten geen voet. 

Het Tweede Vaticaans Concilie zegt dat iedereen die het ware en het goede zoekt, deelt in het Paasmysterie van Christus, ook al weten we niet hoe. Dat geldt voor boeddhisten, moslims en hindoes, maar ook voor buurjongens die zich inzetten voor een voedselbank en die nooit een kerk van binnen hebben gezien. Als we kamelen, goud, wierook en mirre even wegdenken, zien we de Chinese Chen Jianfang voor ons, over wie we in de krant gelezen hebben. Zij moet haar gevecht voor waarheid en recht met gevangenisstraffen bekopen, maar ze volgt haar ster. Ik weet niet of ze weet wie Jezus is, maar ze doet wat Hij vraagt en Hij kent haar. 

Jan Hulshof
Uit: Vrede opAarde

 

Boeken