10e Zondag door het jaar B – Eenheid waar verdeeldheid is

Schriftlezingen: Genesis 3,9-15; 2 Korintiërs 4,13 – 5,1 en Marcus 3,20-35

Verdeeldheid
“Wanneer een huis innerlijk verdeeld is…”. Dat gebeurt nogal eens een keer. Er is zoveel verdeeldheid onder mensen. Er is ruzie over geld, over een behandeling, over iets wat iemand wel of niet heeft gezegd en zoveel meer. En wie moet dan de eerste zijn om het weer goed te maken? Waar twee mensen verdeeld zijn, vinden ze meestal beiden dat de ander het meer bij het verkeerde eind heeft dan hij- of zijzelf. En hoeveel wordt er niet geroddeld, gestookt, kwaad gesproken en gelasterd? Dat maakt altijd veel kapot. Mensen worden dan tegen elkaar opgezet.

Het onvermogen om klein te zijn
“Wanneer een rijk innerlijk verdeeld is, kan dat rijk geen stand houden”, zegt Jezus ons vandaag. Deze verdeeldheid heeft bijna altijd met hoogmoed te maken, met een onvermogen om de kleinste te zijn; zij wordt gevoed door de gedachte dat we het beter weten, beter oordelen, het beter zien dan een ander.

Hoe ga je ermee om?
Maar dat kan toch soms ook zo zijn? De ene mening is soms veel beter dan een andere en de waarheid ligt toch niet altijd precies in het midden. Mag of moet je er dan niet iets van zeggen? Iemand kan toch ongelijk hebben, verkeerd oordelen of handelen? Dat is natuurlijk juist, maar de vraag blijft toch hoe we omgaan met het onrecht dat ons overkomt, met het kwaad dat we ervaren, met de leugen die regeert?

Hoe deden zij het?
We kennen natuurlijk het voorbeeld van Jezus onze Heer en van talloze heiligen die met geduld onrecht, laster, leugen hebben verdragen. “Geeft gij in het geheel geen antwoord?” (Mc. 15,4) vroeg Pilatus aan Jezus in het lijdensverhaal. De kracht van Christus bestond erin veel te verdragen en te zwijgen. Een vrouw kwam eens naar de heilige Vincentius Ferrer om hem om raad te vragen. Haar man schold haar iedere avond uit en werd op den duur handtastelijk, hij was voor geen rede vatbaar! De heilige wist wel een oplossing. Hij gaf haar water uit de bron van het klooster; van dat water moest zij een flinke slok nemen als haar man het huis ’s avonds binnen kwam; en zij moest het in haar mond houden, zolang haar man bleef schelden. De vrouw kwam al na enkele dagen terug: het was een wondermiddel, dat water, heilig water was het, het had perfect gewerkt, haar man was al gauw helemaal rustig geworden. “Maar het wonder”, antwoordde de heilige, “zat niet in de kracht van het water; het wonder zat in de kracht van je zwijgen”.

Wat maakt één?
De kracht van de Geest van God is dat Hij bijeenbrengt, één maakt wat verdeeld is; de kracht van de satan, de duivel zit erin dat hij verdeelt wat één is en daarbij maakt hij altijd gebruik van onze hoogmoed, van ons verlangen ons te laten gelden, om de grootste en superieur te zijn. Maar wij worden gered en verlost, niet door onze perfectie, niet doordat we alles zo goed weten en doen, maar door onze eenvoud en nederigheid, door ons vertrouwen en onze overgave. Want die redding, die verlossing is genade.

Slaaf van hun eigen gelijk
Dat was de grote moeilijkheid voor die Schriftgeleerden die we in het evangelie ontmoeten: zij kunnen niet het goede erkennen dat zij in Jezus zouden moeten kunnen zien, zij vinden dat Hij hun gezag aantast en schrijven dat goede toe aan de duivel en familieleden zeggen dat Jezus gek geworden is; Die Schriftgeleerden en verwanten spreken kwaad en lasteren en dat doen zij eigenlijk allemaal omdat zij Jezus niet willen erkennen, niet kunnen buigen, niet de minste kunnen zijn, slaaf zijn van hun eigen gelijk.

Deemoed
Het is niet verwonderlijk dat de liturgie bij dit evangelie als eerste lezing het verhaal van de zondeval in het paradijs heeft geplaatst. Want daar gaat het over de hoogmoed van de mens die zelf God wilde zijn. Het antwoord van God op die menselijke hoogmoed was dat Hijzelf mens is geworden en de minste van ons allen wilde zijn door als een misdadiger te sterven aan een kruis. Laten we dat voorbeeld volgen: nederig, eenvoudig denken over onszelf, niet alleen gaan voor ons eigen belang maar eenheid zoeken, mensen proberen te verbinden met God en met elkaar, de minste willen zijn, weten te zwijgen en verdragen, niet uit lafheid, maar uit deugd. Omdat niet wij de redders van de wereld zijn; Die Redder is Jezus Christus, onze Heer, die mens geworden ons op de weg van de eenvoud is voorgegaan.

† Jan Hendriks

Foto: Michal Jarmoluk via Pixabay

Boeken