Klooster! 33 Hoop

Een preview

Hoe kun je in het spoor van hun augustijnse broeder paus Leo XIV een teken van hoop zijn? De zusters augustinessen van het Jacobskerkhof doen dat op hun onderscheidende manier, via Casella, ooit in Hilversum, nu in Utrecht, in een convent met de broeders augustijnen. Ze willen jongeren nabij zijn in hun zoektocht naar de betekenis van hun leven. Nog geen 200 meter verder is de Waterstraat, daar wonen sinds jaar en dag de medezusters, als luisterend oor voor ieder die wil binnenkomen. Leo Fijen ging op de koffie en tekende beide verhalen op, van het Jacobskerkhof en van de Waterstraat. Daar begint dit verhaal van hoop.

Augustijnen en augustinessen in Utrecht: Vriendschap geeft ons hoop

Ze maken graag het verschil, de zusters van de Waterstraat. Maar dat doen ze nooit om zichzelf, maar altijd met verwijzing naar de ander in nood en naar het gezicht van Christus in die naaste. ‘Gelukkig is wie anderen gelukkig maakt’, aldus Augustinus. Alleen samen kunnen we de energie, inspiratie en betrokkenheid overbrengen van een geloof in de goede God.

Zuster Marie-Henriëtte Meijerink hoeft niet lang na te denken waar die bezieling vandaan komt: ‘Het is niet omdat ik er ben, maar omdat wij er zijn. Samen, als gemeenschap, biddend tot Christus, levend met elkaar en altijd beschikbaar voor ieder die op onze deur klopt. Dat is wie we zijn: met allen, met de mens die een gesprek of een kopje koffie wil, met Christus. En ons habijt is daarbij een teken van hoop in het gewone leven. Want daar zijn we, daar horen we ook. Daar genieten we ook van, nu we ouder zijn. Daarom zijn we met enige regelmaat supporter bij FC Utrecht, want we zijn zusters die van sport houden en op zondagavond naar de samenvattingen van de Eredivisie kijken. Je kunt pas een teken van hoop zijn in het dagelijks leven als je bent op de plekken waar mensen het bestaan vieren. Misschien zijn we als kerk daar wel te weinig. Zelfs als je met veel minder zusters bent, is het mogelijk om aanwezig te zijn in de hartslag van onze tijd.’

Kom maar op de koffie

Om de ziel van onze samenleving op het spoor te komen wijzen de zusters naar koffie op de zaterdag ochtend. ‘Misschien moeten we wel minder praten en nog meer uitnodigen. Dat hebben we zelfs met onze burgemeester Dijksma zo gedaan: kom maar op de koffie. En nu eens niet over de problemen beginnen, maar eerst luisteren naar elkaar. Dan gebeurter altijd meer dan wij kunnen voorzien. Misschien is dat ook wel de reden dat mensen blijven komen en soms ook herinneringen ophalen. En dit voelt goed: dat we er nog toe doen, ook in de herfst van ons bestaan. Dat geeft me hoop. Je kunt het ook anders zeggen: wij zijn er voor alle mensen die hun verhaal niet kwijt kunnen, die niet gezien en niet gehoord worden. In die zin zijn wij mensen van de straat door onze deuren te openen. Kom gewoon langs, dan weet je wat we bedoelen. Ook als je niet meer naar buiten kunt, dan zorg je dat de mensen naar binnen kunnen en word je een teken van hoop’, klinkt het in een razend tempo uit de mond van zuster Meijerink.

Open je hart

Ze spreekt sneller dan het licht en ziet overal kansen. Na Amsterdam en Apeldoorn brandt het licht van Sant’Egidio ook alweer een tijd in Utrecht, eerst bij de zusters in de crypte, later in de kapel. De augustinessen van de Waterstraat kijken verder dan hun eigen leven en hun eigen adem. Dat tekent hun onbaatzuchtigheid en hun authentieke dienst aan de naasten. Het gaat inderdaad niet om henzelf, maar om de hulp aan de mensen in nood. Zuster Leonie Wicherink doet iets anders; op de afdeling cardiologie van het ziekenhuis dichtbij, als vrijwilliger. Ze geeft zichzelf weg, in de mooiste gedichten en met engeltjes als troost, ze opent de harten van mensen die niet weten hoe lang ze nog te leven hebben. Het woord God valt niet, maar hun habijt opent wel de harten voor de meest wezenlijke vraag in het bestaan: wie ben ik en waar leef ik van?

Als ooit die vraag relevant is geweest, dan is het in deze tijd. Bij mensen op de afdeling cardiologie, zie elders in dit Kerstnummer van Klooster, maar ook bij de oudere zusters die verzorging nodig hebben. ‘Mantelzorgers zijn we ook geworden’, vertelt zuster Marie-Henriëtte Meijerink. ‘Mantelzorgers voor de zusters in de Waterstraat die meer hulp nodig hebben, maar ook voor de negen zusters in De Bilt, het voormalige fraterhuis, en in De Wijngaard, een christelijk verpleeghuis in Bosch en Duin.’ Als mantelzorger zijn de zusters daar iedere week, voor de materiële verzorging, maar ook in de gebedsvieringen en andere liturgische momenten. Want het gaat ten diepste om de ziel die geheeld wil worden. Juist als je lichaam hapert, verlangt je ziel naar heelheid. En wie de ziel van je naaste heelt, wordt zelf ook geheeld.

Ervaar dat je gedragen wordt

Nog geen 200 meter verder is er het uitzicht op de gracht, even de stad in, de Neude op, de winkels dichtbij en steeds oppassen voor bussen, fietsen, auto’s, alles flitst langs je heen. En toch is daar juist de stilte. Van de Augustinuskerk, van de gebedsruimte van het convent van augustijnse broeders en zusters. Het is een gecombineerde vorm van gebedsleven dat je niet vaak tegenkomt in Nederland. De norbertijnen en norbertinessen leven volgens dit model in Hierden, de karmelieten en karmelietessen in Boxmeer en Nijmegen doen dat ook zo. Mannen en vrouwen, biddend onderweg, als broeders en zusters in het religieuze leven.

Marie-Madeleine Maas opent de deur aan het Jacobikerkhof, zuster Mariëlle Oberndorff zit al klaar. En Maria Leunissen zorgt voor koffie en thee. Als hecht drietal hebben ze de deur dichtgedaan in Hilversum, met pijn in het hart, een uniek experiment om jonge mensen een kans te bieden op een leven in stilte, gemeenschap en zingeving. Casella was de naam, een hooiberg van stilte, een gebedsruimte om te verdwijnen in de barmhartigheid van elkaar en van God, een leefgemeenschap om alles
te delen. Het was er allemaal, het was er ook niet voor niets. Want vele jonge mensen hebben daar zichzelf leren kennen en hun bestemming ontdekt. Soms korter of langer bij de zusters, maar niemand bleef. Misschien was de individuele zoeker nog niet toe aan deze nieuwe vorm van gemeenschapsleven. De augustinessen hebben zoveel moed getoond om hiermee te beginnen, ze hebben nog meer lef laten zien om dit model heel wat jaren vol te houden, maar ze hebben ook de pijn gevoeld dat de tijd nog niet rijp was. Daarom zijn ze vertrokken uit het paradijs van Hilversum en op zoek gegaan naar de stilte in de grote stad. Met een nieuwe poging om drie hoog in drie appartementen weer de deur te openen naar zoekers. Dan ben je in de herfst van je leven en begin je weer aan een nieuw avontuur. Je moet het maar durven.

Op de cover van deze editie van Klooster! lopen ze met een paraplu in de regen, vergezeld door drie broeders. Ze weten zich letterlijk en figuurlijk gezegend door boven en doen voor zoekers en jongeren in stilte wat de augustinessen van de Waterstraat voor mensen van de stad doen. Er zijn voor je naaste, Casella wil dat doen in een contemplatieve omgeving. Zonder grote woorden, verborgen bijna voor de grote stad, steeds op zoek naar regendruppels van zegen en altijd verbonden met de augustijnse broeders.

‘We eten altijd samen en bidden samen in vieringen die heel laagdrempelig zijn. Met uitzicht op de stad die nooit ver weg is, maar ook met een open deur naar ieder die zijn of haar verhaal kwijt wil. In die zin doen we niets anders dan de zusters van de Waterstraat’, zo vertellen zuster Marie-Madeleine, Mariëlle en Maria. ‘Er is een groot verschil: we richten ons op jongeren, de hoop op een nieuwe toekomst. Die hebben we niet losgelaten, hoeveel pijn onze verhuizing ook gedaan heeft. En we zijn dankbaar dat de broeders mee bidden en mee vieren op onze nieuwe weg. Op woensdagavond is er altijd een activiteit, op andere momenten is er Bijbelse meditatie. Geloven is ervaren dat je gedragen wordt. Met twee gemeenschappen in één huis ervaren we dat tastbaar: we staan er niet alleen voor. Zo lezen we samen de regel van Augustinus, de mannelijke regel en de vrouwelijke regel. Eens in de drie maanden hebben we een huisvergadering en lezen we een uur lang Augustinus. Daarna gaan we in gesprek.’

Dat voelt als genade

Natuurlijk komt ter sprake hoe deze drie moedige zusters dit volhouden, drie hoog, in de stilte. ‘We gaan door met ons drietjes omdat we er zelf van leven. Van die verstilling leven, van die verbondenheid met elkaar en de broeders leven we, van het lezen van de Bijbel leven we. De ander geeft je altijd meer dan jij jezelf kunt geven’, zo klinkt het zachtjes uit de drie monden. Dat is een mooie zin: de ander geeft je altijd meer dan jij jezelf kunt geven. Misschien is dat het wel, je kunt niet geloven op jezelf. En als je er voor zoekende jongeren wilt zijn, heb je de genade van de ander en van de Eeuwige nodig. Zo leven ze, zo zijn ze er voor hun gasten en zo kijken ze ook met vertrouwen naar de toekomst.

‘Je weet niet waar het naar toe gaat. In onze geschiedenis als zusters is het niet altijd soepel gegaan met de augustijnen. Hier in Utrecht gebeurt het tegenovergestelde. Daar zijn we zo dankbaar voor. Samen leven en samen bidden met drie augustijnen, dat voelt als genade. En dat we dat in vriendschap mogen doen, dat is ons toegevallen. Als God zo met ons optrekt, dan blijven we leven met open handen en met een open deur. Zonder veel concrete plannen. Als pelgrims van hoop, geleid door de Geest. Daar bidden we ook voor. Verbonden met de broeders hier, maar ook verbonden met de mensen van De Spil die ons werk daar in Hilversum voortzetten. Ons werk en ons gebed is niet voor niets geweest, dat is ook een troost. En de vriendschap met de broeders geeft ons hoop!’

Een van ziel en een van hart

Aan het einde van het gesprek komen ze met een boekje, geschreven door Gerben Zweers voor jongeren op de mini-wereldjongerendagen van deze zomer in Rome. Daar staat in andere woorden waar de zusters voor leven: ‘In 397 schreef Augustinus een regel voor het klooster waarin hij zelf ook geleefd had. Het was in die tijd nieuw om in een klooster te willen leven. In een kloosterregel maak je aantal afspraken. Belangrijker voor Augustinus was dat je een levenshouding had om als zuster of als broeder te leven. De kloosterregel van Augustinus is niet zo ge- detailleerd. Er zijn een aantal zaken heel belangrijk voor hem. Zo moet een kloosterling in een gemeen- schap leven. Hij moet zo leven dat de gemeenschap eensgezind is. Die eensgezindheid kun je vooral vinden door het doel niet uit het oog te verliezen. Dat doel is het vinden van God. Voor Augustinus is de liefde ook belangrijk. Liefde helpt je om te gaan met de verschillen: niet iedereen in een gemeenschap is hetzelfde en ook niet iedereen kan hetzelfde aan. Liefde helpt je ook je bezit te delen met anderen in de gemeenschap.’

De deur gaat dicht, de kaars wordt uitgeblazen, de stilte van deze prachtige plek aan het Jacobikerkhof is voorbij. Maar deze woorden gaan niet verloren. Want zo leven ze, de zusters van het convent, maar ook de zusters van de Waterstraat: één van ziel en één van hart op weg naar God. Misschien is dat ook wel de reden waarom zovelen graag bij de zusters langskomen, in de stilte en ook bij de koffie. Hier in het hartje van Utrecht wordt voorgeleefd en voorgebeden waar we in deze tijd zo diep naar verlangen: om ergens bij te horen, om gezien te worden als mens, om bij je naam genoemd te worden, om te ervaren dat je deelt in iets en Iemand die groter zijn dan jezelf, om te weten dat je niet alles zelf hoeft op te lossen, om de hoop te ervaren dat je nooit aan je lot wordt overgelaten. Dat leven de zusters voor, in de stilte, bij de koffie, tot hun laatste ademtocht. En ze kunnen daarvoor niet genoeg geprezen worden. Want ze geven ons waar je meer mens van wordt: één van ziel en één van hart op weg naar God. Wie wil dat nou niet? 

Tekst Leo Fijen  
Foto’s Rogier Veldman

 

Boeken