Onze spirituele levensloop weerspiegeld in de fresco’s van Giotto over Franciscus van Assisi
In zijn laatste boek verkent Herman Andriessen (1927-2013) de weg tussen angst en verlangen. Zijn inspiratiebron: de indrukwekkende fresco’s van Giotto, die het leven van Franciscus van Assisi tot leven brengen.
• prachtig geschenkboek met de fresco’s van Giotto uit de bovenkerk in Assisi in beeld gebracht
• de teksten van Herman Andriessen zijn postuum gevonden en worden nu gebundeld tot dit bijzondere boek
• elke scène uit het leven van Franciscus wordt door hem spiritueel geduid als een spiegel van onze eigen levensweg
Dr. Herman Andriessen (1927-2013) doceerde psychologie van de menselijke levensloop, spiritualiteiten pastorale psychologie aan onder meer aan de Universiteiten van Nijmegen en Utrecht. Hij heeft meerdere publicaties op zijn naam staan en werd voor velen een goede begeleider op hun levensweg.
Inhoudsopgave

Een voorbeeld uit het boek (blz.81-86)

Fresco 12 I De extase van Franciscus
Toen Franciscus in vurig gebed verzonken was, zagen zijn broeders hem met heel zijn lichaam boven de aarde verheven; zijn handen waren gebroken en een gebroken wolk omgaf hem.
– LEGENDA MAJOR | VITA BEATI FRANCISCI X, 4
HET FRESCO KREEG IN DE traditie de naam van ‘De extase van Franciscus’. ‘Extase’ betekent ‘geestverrukking’. Bonaventura beschrijft dit als een gebedservaring waarbij iemand zijn zintuiglijkheid en denken overstijgt, en geheel naar God getrokken wordt, die in zijn binnenste woont. Ook de verbeeldingskracht wordt buiten spel gezet. Dit is niet specifiek christelijk. Ook in andere godsdiensten en levensovertuigingen komt het voor. Binnen de christelijke traditie gaat het hoofdzakelijk om God en Christus. De mens ’treedt buiten zichzelf’ (extase). Het is een overweldiging van het lichamelijke door het geestelijke. Bonaventura schrijft – op het spoor van Celano – dat Franciscus veel de eenzaamheid zocht, in de bossen verkeerde en deze vervulde met zijn uitingen van verlangen, berouw en smeekbeden. Hij zocht voortdurend het contact met zijn Heer. Daar – zo vertelt hij – hebben de broeders gezien dat hij ’s nachts in het gebed met zijn armen uitgestrekt als een kruis van de aarde werd opgeheven, omgeven door een lichtende wolk; alsof deze door zijn wonderlijk licht getuigde van de wonderlijke verlichting van zijn geest.
Dit beeldt Giotto af. Er zijn veel fresco’s waarop Franciscus biddend is afgebeeld: in San Damiano (fresco 4), op het fresco van de hemelse tronen (fresco 9), voor Arezzo (fresco 10), bij het waterwonder (fresco 14), bij de stigmatisatie (fresco 19), bij de vrouw van Ilerda (fresco 27), en ook op het laatste fresco van de bevrijding van de ridder (fresco 28). Giotto beeldt de extase af bij de ingang van een stad, maar wel daarbuiten, zoals Bonaventura beschrijft. Rechts schildert hij een kleine beboste berg; ook dit verwijst naar de tekst van Bonaventura. Zelf denken wij aan de berg La Verna, die Franciscus en zijn orde van graaf Orlando ten geschenke krijgen; Franciscus aanvaardt dit eigendom aarzelend en vermijdt ook het woord ‘geschenk’. Op het fresco kijken de broeders verwonderd en eerbiedig toe.
Giotto staat voor het probleem iets te moeten afbeelden dat zich geheel innerlijk afspeelt. Hij doet dit door de Christus die in Franciscus leeft, hoog boven af te beelden. Het duidt de ‘hoogte’ aan waarnaar Franciscus in zijn gebed wordt opgetild en die zich ook in zijn lichamelijke opheffing uitdrukt. De uitgestrekte handen van Franciscus verwijzen naar het hoog geschilderde kruis op het volgende fresco.
De Christus maakt het typische gebaar van een aankondiging zoals bij Giotto vaker voorkomt. Dit trekt onze aandacht. Wat kondigt Christus Franciscus aan? Hij draait zich rechtsom naar hem toe; de rest van zijn lichaam verdwijnt achter de hemelse sferen van waaruit Hij verschijnt. Franciscus draait zijn hoofd naar links, schuin omhoog. Zo ontstaat een opvallend oogcontact, dat nog wordt versterkt door het gebaar van Christus. Het is de belangrijkste lijn van het fresco en drukt precies uit waar het in de extase van Franciscus om gaat. Deze lijn is schuin. De overige lijnen op het fresco zijn voornamelijk horizontalen en verticalen. Door deze ‘oog-lijn’ eruit te laten springen, versterkt Giotto het thema van het fresco: Franciscus is weg van de stad, weg van de broeders, verenigd met zijn Heer. Hij is ‘opgenomen’ in een andere wereld, de wereld van ‘boven’.
Toch blijft de vraag: wat wordt hem door Christus aangekondigd? Deze afbeelding van de hemelse Christus is niet de enige in de reeks: we zien hem op het fresco van de wapenschilden (fresco 3) waar het ook om een aankondiging gaat, namelijk de stichting en bestemming van de orde. Inmiddels is er veel gebeurd. Wordt aan Franciscus hier zijn eigenlijke bestemming aangekondigd: geheel gelijkvormig te worden aan Christus? Op het volgende fresco torent de keerzijde van het kruis (in de kleur rood) hoog uit boven het hele kerstgebeuren wordt afgebeeld, en op de wand aan de overzijde gaat het over dood, het kruis, de verrijzenis en de bevrijding. Wij veronderstellen dat de boodschap hier over de bevrijding van het kwaad gaat, zoals dat in de tweedracht van Arezzo (fresco 10) en in de kruistochten (fresco 11) werd gesymboliseerd. Maar echt weten we dat niet. Giotto laat deze invulling aan ons over. Franciscus raakte overigens vaker in extase. Een enkel woord dat hem dierbaar was, zoals ’ter liefde Gods’, kon deze al oproepen. Wanneer hij dit voelde aankomen, zonderde hij zich af om het innerlijke vuur niet naar buiten te tonen (Celano).
Afzondering
GAANDEWEG WORDT DE HERKOMST VAN het vuur ons duidelijk en daarmee het Geheim van het Licht. Geheim is wat bij het ‘heim’, het huis hoort. Het maakt het huis tot een thuis, een plaats van het ware, van wie wij ten diepste zijn, van het Goddelijk Geheim dat in ons werkt, waarin wij het Licht ontwaren. Overigens, dat het Geheim van het Licht duidelijk wordt, betekent niet dat het daardoor ophoudt geheim te zijn, het wordt ons juist duidelijk als Geheim. Maar dit kan alleen wanneer wij het contact bewaren met het heiligdom. Op de christelijke weg is dat de heilige stilte, die in ieder mens kan wonen als een eeuwig licht. Op deze weg valt het licht ons toe, vanwege de Heer zelf die ons in armoede voorging. Weliswaar kwam Hij als mens tot allen, maar niettemin wil Hij zich aan ieder van ons op een eigen wijze openbaren; op het uur dat Hij het juiste vindt. Hij beslist daarover. Wij hebben daarin geen zeggenschap. Wij kunnen slechts de voorwaarden daartoe vervullen, vooral het aanhoudend gebed met onze openheid naar Hem toe. Maar wanneer Hij ons verschijnt – op een wijze die boven de woorden uitgaat – is het alsof wij worden opgeheven en ingaan in de lichtende wolk. Daar vernemen wij dingen die geen mens kan en mag uitspreken.¹ Ze bepalen echter ons leven ten diepste.
Maar hoe verheven ze ook zijn, ze verwijzen ons altijd weer naar de kribbe van Grecchio (fresco 13). En hoewel deze dingen ons isoleren van anderen, in hun werking zijn ze toch op hen gericht en zelfs – via een geheimzinnige beschikking van genade – op alle mensen en op de hele geschiedenis. Door deze afzondering in het licht nemen wij nog dieper afscheid van onze idealen en zelfbeelden, om opnieuw te worden. Nu kunnen wij – in échte vrijheid – geschenken aannemen van hen die wij verlaten hebben, en ze – zo laat Giotto zien – laten delen in dit licht. Want de burcht van de heer van La Verna, die Franciscus de stilte van deze berg aanbood, straalt in het gouden licht dat uitgaat van de wolk. De beelden van wolk en licht verwijzen naar Gods aanwezigheid.
En in dezelfde beschikking van genade worden wij voorbereid op het kruis. Na deze geboorte is de christelijke weg niet mogelijk zonder deelname aan het kruis, want dit omspant alle windrichtingen en vat heel de kosmos samen. Daarbij confronteert de geestelijke weg naar menselijkheid en waarheid ons met onze aarzeling en onze weerloosheid, met onze angst en met ons verlangen, met onze goede wil en kwade genius. De weg van het kruis is je leven prijsgeven om het te winnen. Als symbool is het kruis al zo oud als de mensheid. Maar in de dood van de Heer bereikte het zijn diepste betekenis en krijgt het leven een nieuw perspectief. Die betekenis en dat perspectief kon de mensheid niet bevroeden, voordat dit haar openbaar werd gemaakt door dezelfde Heer.
Het fresco laat zien dat niet wij de ‘plaats’ kiezen waar deze dingen gebeuren. In die zin is de berg La Verna ’toevallig’ en Giotto schildert die dan ook bescheiden terzijde. De echte plaats is hoger dan alle bergen en zijn stil is dieper dan die van alle wouden en. Op die ‘plaats’ ontvangen wij een nieuwe manier van bestaan; ‘identiteit’ in moderne taal. Hier ontvangen we een nieuw perspectief als we ons leven in de angst durven prijsgeven, ons oude leven zien als onvruchtbaar. Wij hebben de Stem mogen volgen, we hebben ons aangesloten bij hen die het leven ons als gezellen en gezellinnen heeft gebracht, tot over de grenzen zijn wij vooroordeel voor het aangezicht van de machten en tot het besef van het onvermoede kwaad in. Want wie zal de vlam nog matigen wanneer zij uitslaat? We zijn immers aangeraakt. Wie wij daarbij zelf aan het worden zijn, is nog niet duidelijk. Daartoe worden wij afgezonderd – ook van hen die samen met ons op onze levensweg gaan. Ze kijken ons na, verbaasd en niet begrijpend, want de toekomst was toch duidelijk en onze bestemming toch gemeenschappelijk. Maar vanuit den hoge komt een nieuwe naam op ons toe, wanneer wij worden opgenomen in de wolk, de wolk van zijn aanwezigheid die ons boven zelf uit tilt en waarin Hij ons laat zien wie wij zijn. Hij komt op ons toe. We hebben dit niet te kiezen, en ontvangen zullen wij deze nieuwe naam pas wanneer wij het Kind opnemen (fresco 13). Immers, wij gaan beseffen dat wij niet zelf leven, maar dat Christus leeft in ons.
Zo is dit fresco vol van heilige verwachting. Het is de tweede maal dat Giotto in zijn cyclus de Heer zelf laat verschijnen. De eerste maal roept Hij ons in de droom, ons wijzend op het Huis van Verlangen (fresco 3). Nu voert Hij ons in de wolk van afzondering, de wolk van niet-weten. De derde maal zal het zijn in Grecchio, in de gestalte van het Kind aan wie al het nieuwe zijn naam ontleent. De vierde maal op de berg waar onze nieuwe identiteit zich ten volle zal openbaren in de gelijkvormigheid aan Hem (fresco 19).
Afscheid voltrekt zich hier: een afscheid van onze zusters en broeders zoals eertijds van onze vertrouwde familie op de markt van Assisi (fresco 5). Zij die meenden ons te kunnen bezitten in een gemeenschappelijk ideaal of een gezamenlijke identiteit, moeten ons loslaten. Zij moeten dat ook, opdat zij zelf hun eigen identiteit vinden en hun nieuwe naam ontvangen. God werkt met andere maten dan de onze.
Intussen schouwen wij – in de nacht naar de hemel, waarvandaan wij de voltooiing verwachten. Maar het Kind wordt geboren op de aarde (fresco 13). Daar ligt zijn lot en zijn weg. God wordt mens, nu wij nog. ■
Herman Andriessen





