Sint Valentijn – 14 februari

Liefde en oorlog gaan niet samen. Als een soldaat eenmaal gevallen is voor de liefde, dan krijgt hij andere prioriteiten. Dat wisten de Romeinse keizers al generaties lang. Daarom mochten soldaten in het Romeinse leger niet getrouwd zijn. Het zou hen maar afleiden van hun plicht voor het vaderland. Maar liefde laat zich niet inperken door wetten en regels. Ook soldaten worden verliefd. Eens wilde een soldaat heel graag trouwen en hij sprak met Valentinus over zijn liefde. Valentinus, een christen in het leger van Rome, had een groot geloof in de liefde van God en kreeg medelijden met de soldaat en zijn meisje. Hij trouwde in het geheim de soldaat en zijn geliefde. Steeds meer jonge mannen kwamen bij hem met hun geliefden. En Valentinus sloot hun huwelijken hoewel hij wist dat het illegaal was. Zijn roem trok de aandacht van de keizer. Deze liet hem roepen. ‘Wat heeft jou ertoe aangezet om mijn wetten te negeren?’ ‘Het is een gebod van God zelf dat wij elkaar liefhebben, want de liefde komt van God’, antwoordde Valentinus. ‘Dat staat hoger dan de geboden van de keizer.’ ‘Welke God is dat, die jij hoger acht dan mijn wetten?’, vroeg de keizer. ‘De God van Jezus Christus’, antwoordde Valentinus, ‘de God die liefde is. Als wij elkaar liefhebben als onze broeders en zusters, woont God in ons.’ ‘Jij, idioot! Een leger moet vechten. Als de soldaten overal maar broeders zien en geen haat meer voelen voor de vijand, kan ik ze niet meer gebruiken. Zo word ik machteloos. De dood voor jou!’

Valentinus werd onder bewaking gesteld van een zekere rechter Asterius. ‘Het licht van Christus zij in dit huis’, zei Valentinus toen hij bij zijn bewaker binnenkwam. ‘Geeft Christus licht? Kan hij dan ook wat licht geven aan mijn dochter? Zij is namelijk blind’, vroeg Asterius brutaal. Valentinus bad en God gaf het meisje het licht terug in haar ogen. Asterius viel op zijn knieën in verwondering en geloof.
Andere verhalen vertellen dat Valentinus verliefd was op de dochter van Asterius en haar nog een briefje achterliet met de tekst ‘je Valentijn’. Maar dat zijn latere verzinsels. Papier was namelijk toen nog erg kostbaar.

Sint Valentinus is ter dood gebracht op 14 februari 269 of 270. Zijn graf is teruggevonden in de catacomben langs de Via Flaminia in Rome. Of dit het graf is van de goede Valentinus, is niet duidelijk. Want er zou nog een Valentinus gestorven zijn in Rome, ook op 14 februari 270.

Valentijnsdag

Valentijnsdag wordt voor het eerst genoemd als feestdag van de liefde in een gedicht van de Engelse dichter Chaucer in 1382: ‘For this was on Seynt Valentyne’s day Whan every foul cometh ther to choose his mate’. (‘Want dit was op Sint Valentijnsdag, waar elke vogel naar een maatje uitzag.’) Mogelijk is hieruit in Engeland het gebruik ontstaan dat geliefden elkaar een valentijnsgroet sturen. De traditie is meegenomen naar alle Engelse koloniën. Vooral in de Verenigde Staten is het populair geworden en van daaruit verspreidt het feest zich over de wereld. Allerlei soorten taart, koek en chocola zijn goed voor dit feest, bij voorkeur in de vorm van een hart. Dit recept van red velvet cake uit de Southern States is een van de favorieten voor Valentijnsdag. De red velvet cake is een rode taart met cacao in twee of meer lagen, met daaroverheen een glazuur van cream cheese. Oorspronkelijk kreeg de cake zijn rode kleur door de inwerking van karnemelk en azijn op de cacao. Tegenwoordig maken de Amerikanen hem met rode voedingskleurstof. Wij houden het bij de oorspronkelijke ingrediënten en noemen de taart velvet cake.

Valentijnstaart

Bij Valentijnsdag hoort een echte Valentijnstaart (Velvet cake) uit Amerika.

Nodig
INGREDIËNTEN VOOR DE CAKES:
375 gram zelfrijzend bakmeel
180 gram zachte boter
300 gram witte basterdsuiker
2 grote eieren
merg van 1 vanillestokje
3 eetlepels cacao mespuntje zout
250 ml karnemelk
eventueel voedingskleurstofpoeder (bijvoorbeeld bietenpoeder)
1/2 eetlepel (appel)azijn
2 theelepels baksoda

VOOR DE AFWERKLAAG:
250 gram roomkaas
100 gram boter
250 gram gezeefde poedersuiker
2 hartvormige bakblikken (of verdeel het beslag in tweeën en bak tweemaal) van ca. 24 cm doorsnee.

Bereiden

Verwarm de oven voor op 180 °C en vet het bakblik (de bakblikken) in met boter en bloem.

Klop de boter, basterdsuiker en vanille in een kom tot een luchtige massa. Voeg een voor een de eieren toe.

Meng het gezeefde zelfrijzend bakmeel, cacaopoeder en zout in een andere kom.

Voeg in gedeelten bakmeelmengsel en karnemelk bij het boter- suikermengsel en roer met de mixer tot een mooi beslag. Als je in twee stappen bakt: verdeel nu het beslag in twee even grote porties.

Meng in een schaaltje de helft van de azijn en 1 theelepel baksoda. Giet dit zodra het begint te schuimen bij het beslag. Roer dit snel door. Giet het beslag in het bakblik en bak de cake 25 minuten. Controleer met een satéprikker of de cake gaar is. Laat de cake 10 minuten afkoelen voor je hem uit de vorm haalt.

Was de cakevorm en vet deze opnieuw in. Voeg de rest van de azijn en de baksoda aan de andere helft van het beslag toe en bak op dezelfde wijze.

Roer de boter met het poedersuiker romig. Roer de roomkaas erdoor. Snijd de bovenkant van één cake vlak af. Bewaar het kruim eventueel voor de versiering. Smeer een dikke laag crème op de cake en leg de tweede cake hierop. Besmeer de bovenkant en zijkanten ook met crème. Versier de taart met fijngemaakt cakekruim of naar eigen fantasie. De taart 1 uur laten opstijven in de koelkast.

Uit: Zalig Gebakken, Marian Geurtsen en Bep Millers-van Oostwaard
Foto: Elisabeth Algra

Boeken