Maria van Mierlo vertaalde Regel van Benedictus naar het nù

‘We vergeten vaak dat we van God zijn’

Maria van Mierlo, voormalig eindredacteur van Klooster! werd door Otheo geïnterviewd door Valérie Kabergs. Met haar boek Kloosterwijsheid vandaag. Gids voor een eenvoudig leven nodigt ze mensen uit om de spirituele dimensie in hun leven te omarmen.

Ze ontdekte zelf een grote vrijheid vanaf het moment dat ze zich op sleeptouw durfde te laten nemen door God. Vandaag begeleidt Maria van Mierlo uit het Nederlandse Deventer dagelijks mensen in hun eigen zoektocht naar een leven dat ook het spirituele omarmt. Wie ervan wil proeven, kan beginnen met het lezen van haar boek: Kloosterwijsheid vandaag. Gids voor een eenvoudig leven, uitgegeven door Otheo Books.

Een boek over het centraal stellen van God in je leven. Is de doorsnee mens van vandaag daarnaar op zoek?

‘Dat denk ik wel. Ook al beseffen we het misschien niet. Ik begeleid al jaren mensen in persoonlijke coachings en retraites. Hoewel de motivaties en vragen heel divers zijn, gaat het er impliciet altijd om dat ze God missen in hun leven. 

Mensen worstelen met een onbestemd levensgevoel, burn-out of hebben het intuïtieve idee dat ik hen iets te vertellen heb. Ze willen uit een leven breken dat alleen maar naar horizontale oplossingen zoekt, want innerlijk weten ze dat het daardoor niet goed loopt.’

Wat bedoel je precies met horizontale oplossingen?

‘Het horizontale heeft te maken met alles wat er om ons heen gebeurt, wat er op ons afkomt en hoe we ons daartoe verhouden. Het geeft vaak drukte.

Maar daarnaast bestaat er ook een verticale dimensie. Dat is het stuk waar God in ons woont, het spirituele waarin we verbonden zijn met de Zijnde. 

Die verbinding ligt in ieder mens, maar in onze tijd zijn we vaak vergeten dat we van God zijn. Nochtans ligt het in het DNA van alle oervolkeren om zich te buigen voor het grotere. Nu denken we vaak dat we het allemaal alleen moeten kunnen en dat is loodzwaar tillen. Veel mensen lopen erop stuk.’

Je leeft zelf ruim twintig jaar vanuit de kloosterspiritualiteit van benedictijnen en cisterciënzers. Hoe ben je met deze traditie in contact gekomen?

‘Ook op een moeilijk moment in mijn leven. Ik was ongelukkig, maar voelde God wel heel nabij. Ik ging te rade bij de pastoor en hij verwees mij door naar een monnik in het klooster. Die heeft me destijds heel goed begeleid. Aan het klooster was ook een groep verbonden. De monniken deelden erin uit van hun overvloed en zo werden we echt opgeleid in het programma dat monniken zelf krijgen.’

En je voelde je er meteen in thuis?

‘Ja, er was meteen een klik. Ik kende het klooster al. Aan de hand van mijn vader was ik er vaak geweest als kind. Later ging ik er ook op zondag naar de mis. Maar nu zat ik er echt in. Mijn katholiek zijn, werd voor het eerst ook heel concreet.’

Kan je daar een voorbeeld van geven?

‘Ik herinner me een zaterdagochtend met de kloostergroep. We zaten in een klein kringetje, hadden wat huiswerk meegekregen en mochten met elkaar delen wat we daarin hadden beleefd. Een van de deelnemers reageerde op een ander: Ja, dat herken ik; zo heb ik het ook ervaren. Waarop de begeleidende monnik meteen zei: Dat doen wij hier niet. Het maakt niet uit wat jij ervan vindt; luister gewoon naar wat de ander zegt.

Toen realiseerde ik me hoe vaak ik dat in mijn leven deed: ergens op inspringen, iets vinden van de ander, het verhaal naar je toehalen,… Eens ik dat kon loslaten, ontstond er een heel ander leven voor mij. Ik ontdekte een vrijheid die ik eerder niet kende. Dat gaf me veel rust. Ik kon meer achterover leunen en denken: Laat het leven maar gebeuren.’

Wat voor invloed had dat op je leven?

‘Een hele grote invloed. Innerlijk kwam er zoveel bij me in beweging. Dat veranderde ook mijn doen en laten. Mijn huwelijk liep uiteindelijk stuk. Op een dieper niveau bleek het geen goede relatie, al zal ik altijd heel erg dankbaar zijn voor onze drie schitterende kinderen. 

Daarna woonde ik zo’n 12 jaar alleen. In de periode van corona waren er dagen dat ik ‘s ochtends de gordijnen opendeed, de dag beleefde en de gordijnen ‘s avonds weer toetrok. Hier is een mens toch ook niet voor gemaakt, dacht ik toen. Ik hou van mensen om me heen. Toch heeft die eenzaamheid me veel geleerd. Ze bracht me echt tot stilstand. De ruis van de wereld viel weg. Ik ontdekte de draagkracht van God.’

Bouw een halve dag per week alleen-tijd in en je leven zal veranderen, zo schrijf je ook in je boek.

‘Ja, dat wil ik echt iedereen aanraden. Niet alleen om de rust. In relaties is er altijd veel intermenselijk gedoe. Het alleen zijn, opent ruimte om je op God af te stemmen en Hem sterker aanwezig te voelen. Als ik alleen ben, ben ik nooit alleen. Integendeel.’

Je met God verbinden, heeft ook te maken met ‘eenvoud’ en ‘weerloos durven zijn’, zo schrijf je. Hoezo? 

‘Eenvoud raakt aan het enkel-voudige bestaan. Vaak begrijpen we eenvoud als een vorm van armoede, je iets ontzeggen. Dat kan erbij horen, maar hoeft niet. In spirituele zin gaat eenvoud over het afleggen van alle ingewikkeldheid. Vaak ligt er iets over ons heen. Maar is wat we zeggen ook écht waar? Is wat we doen in overeenstemming met wat we voelen? Die eenvoud nastreven is niet gemakkelijk. Het vraagt om een voortdurend alert zijn. Klopt dit hier met wat en wie ik ben?

Ik moest eens een lezing houden en iemand uit de zaal stelde me publiekelijk een vraag. Ik wist het antwoord niet. Ik had iets kunnen verzinnen, maar dat klopte niet voor mezelf. Dus zei ik gewoon: Dat weet ik niet. Dat was ook een antwoord én het werd geaccepteerd. Bij de eenvoud blijven, voelt simpel en vaak weerloos. Dat maakt het zo spannend als je vooral getraind bent in de horizontale dimensie.’

Met welke aansporing van Benedictus worstel je vandaag zelf nog het meest?

‘Ik worstel niet zozeer met Benedictus, maar wel met mezelf. Iedere mens heeft bepaalde gewoontes aangeleerd door te reageren op familieleden of andere mensen in je omgeving. Mijn ouders hadden bijvoorbeeld veel verdriet om de handicap van mijn zus. Uit loyaliteit voor hen zadelde ik mezelf op met de onmogelijke levensopdracht om hen zelf nooit verdriet te bezorgen. 

Mijn model werd alles zelf zoveel mogelijk onder controle te houden. Hoewel ik dat heb ingezien en het veel beter kan loslaten, zal dat altijd een stukje zijn dat bij mij blijft. En die controledrang brengt me niet dichter bij God. Integendeel, ze laat me doorschieten in het horizontale, in het geregel en het gedoe.’

Het is een levenslange opdracht om ruimte te geven aan Gods aanwezigheid, zo begrijp ik. Kan een strenge regel als die van Benedictus mensen daar voldoende in begeleiden?

‘De Regel van Benedictus is inderdaad soms bars. Hij is dan ook in een andere tijd geschreven, meer dan 1500 jaar geleden. Toch was het ook Benedictus’ bedoeling om bij de zachtheid van God uit te komen. 

Die zachtheid wou ik bewust ruimte geven in mijn boek door de lezer herhaaldelijk te bemoedigen bij een moeilijke oefening of gedachte uit de regel. Ik deel ook meermaals uit mijn eigen leven dat het een vallen en opstaan is. Je overeenstemmen met God vraagt om overgave. Dat kan alleen als het veilig voelt.’

We moeten dus terug naar meer zachtheid?

‘Ja, op zielsniveau zijn we zachte, weerloze wezens. Omdat we van God zijn en die is ook zacht en open. Mijn boek wil mensen laten inzien wat ze daar allemaal overheen hebben gelegd. 

De Regel van Benedictus kan ons in die zin vaak confronteren. Die confrontatie weer ik ook niet in mijn begeleidingen. Niet toevallig draagt mijn website de naam Heb het hart. Het is een Nederlandse uitdrukking die iets spannends oproept en uitdaging impliceert: Heb je de moed om dit te doen? Durf je?Uitkomen bij de zachtheid van God en voor jezelf is echter altijd het uiteindelijke doel.’

In je begeleidingen staat het individu vaak centraal. Heeft je boek ook een boodschap voor de bredere kerkgemeenschap, voor het parochieleven bijvoorbeeld? 

‘Zeker. Ook in het parochieleven kan je erin doorschieten te veel plannen te maken. Hoe kunnen we jongeren meer bij de Kerk betrekken?, is bijvoorbeeld een terugkerende vraag. De oplossing ziet men vaak in het organiseren van een jongerenavond. Daar komen dan een viertal jongeren op af. Maar ben je dan blij? 

Je kan beter iets voorleven waardoor jongeren geraakt worden. Dan zullen ze vanzelf komen. Kinderen doen niet wat je zegt, maar wat je doet. Als je authentiek bent in je spreken en doen, val je samen met God en zal je automatisch een voorbeeld zijn. Ook voor jongeren.’

We moeten God zelf dus meer aan het werk laten?

‘Het is inderdaad niet aan ons of de andere zich wel of niet aan God zal overgeven. Dat zal pas gebeuren als de mens in kwestie daaraan toe is. Je kan gras niet sneller doen groeien door eraan te trekken. Maar je kan wel vol zijn van wat je zelf ervaart en dat voorleven, in het vertrouwen dat God dan wel de rest zal doen. Wij kunnen niet bepalen waarheen de stroom die we zelf door ons heen voelen gaan uiteindelijk leidt. Dat ervaar ik nu ook met mijn boek. Ik zie wel wat God ermee wil. Gebruik mij maar als je instrument, denk ik vooral.’

Een van de aansporingen van Benedictus vertaal je als ‘weten wat je zegt’. Je geeft de lezer daarbij een vraag mee die ik ook jou graag zou voorleggen: Stel dat je te horen zou krijgen dat je nog maar vijf zinnen mag uitspreken en dat je daarna voor altijd moet zwijgen. Wat zou je dan zeggen?

‘Dat vind ik niet zo moeilijk. Ik heb zelfs maar twee zinnen: Ik hou van jou. En: Heb lief.

Tekst: Valérie Kabergs

Overgenomen van Otheo.be

Foto: Otheo Books





Boeken