Brief van de Overste van de Abdij van Berne

Naar aanleiding van het artikel dat het Nederlands Dagblad in april publiceerde over het negatieve klimaat in de Abdij van Berne stuurde overste Frank van Roermund een brief rond gasten en bekenden van de abdij. Wij plaatsen de gehele brief hieronder.

Beste vrienden,

Het Nederlands Dagblad publiceerde op 22 april een groot artikel over de Abdij van Berne. ln het artikel werd een grimmig beeld geschilderd van kloosterlingen die niet in staat waren open met elkaar te communiceren, novicen die vertrokken zouden zijn vanwege het negatieve klimaat in huis en oversten die niet in staat waren om hier iets aan te veranderen. Ook medebroeders, waaronder een huisgenoot, kwamen aan het woord met zeer kritische uitspraken over de interne cultuur in het verteden maar ook over spanningen binnen de gemeenschap van vandaag.

Het artikel was de onverwachte ontknoping van een open en ontspannen gesprek dat ik vijf maanden geleden had met twee journalisten van het Nederlands Dagblad over de toekomst van het kloosterteven in ons land. Daarin heb ik een reatistisch beeld geschetst over de kwetsbaarheid van onze gemeenschap maar ook aangegeven geloof, hoop en vertrouwen te hebben in de toekomst.

Kort voor publicatie ontvingen we het concept-artikel dat een volstrekt andere insteek bleek te hebben dan ons ín het eerdere gesprek was voorgehouden… Wij waren niet op de hoogte van de gesprekken die de journalisten met anderen hadden gevoerd, onder wie twee medebroeders en anderen die onze Abdijgoed kennen.

Het concept-artikel was een pijntijke verrassing. Toch hebben wij bestoten om niet defensíef te reageren maar te bevestigen dat er in het verteden een weerbarstige negatieve cultuur bestond. We hebben ook aangegeven dat met mijn aantreden als administrator, nu anderhalf jaar geleden, er een mogelijkheid was om met die cultuur te breken en te werken aan betere onderlinge verhoudingen. ln die zin willen wij de publicatie zien als een ‘stok achter de deur’ om hier nu echt mee aan de slag te gaan.

Onze reactie hebben we ook op de website van de Abdij geplaatst: https://www.abdijvanberne.nl/opinie/reactie-op-berichtgeving-nedertands-dagblad/. Daar zijn veel positieve reacties op gekomen. We hebben op de dag van publicatie bovendien een goed bezochte bijeenkomst georganiseerd voor onze medewerkers en vrijwittigers. Natuurlijk reageerden veeI mensen geschrokken maar er klonk ook veeI steun en bemoediging.

Vanzelfsprekend heeft de publicatie ook veel los gemaakt onder de medebroeders. We hebben een eerste, open gesprek met elkaar gevoerd. Daarin werd duidetijk dat de meeste medebroeders het zeer betreuren dat dit zo in de krant terecht is gekomen, maar wel herkennen wat er met name over de cuttuur in het verleden wordt geschetst. Het is aI weI veel beter geworden dan het was, zeggen veel (oudere) medebroeders.

De openheid om onder elkaar pijnpunten te benoemen en echt naar elkaar te luisteren, is iets dat wel fundamentele verbetering behoeft. Er zal na deze publicatie ook tijd nodig zijn om te werken aan herstel van onderling vertrouwen. We denken na over een goede manier om dat proces vorm te geven. Het is wel helder dat we dat niet voor elkaar krijgen met een eenmalige sessie. Bovendien hebben we hiervoor externe begeleiding en reflectie nodig.

We weten dat ook andere kloosters zich in elementen uit deze publicatie herkennen. Het leven in een gemeenschap met mensen die je niet zelf hebt uitgezocht, is niet vanzelfsprekend. Dat is van alle tijden. Mensen met botsende karakters en/of opvattingen konden elkaar in de veel grotere gemeenschappen van vroeger misschien nog wel ontlopen. ln de kleinere gemeenschappen van nu is dat geen optie meer. Je zult het met elkaar moeten uithouden. Dat vraagt om (nieuwe) vaardigheden zoals open communiceren, wederzijdse verwachtingen benoemen, grenzen stellen en feedback geven.

De winst van deze publicatie is dat het (sociale) veiligheid binnen kloosters als thema op de agenda zet. Het delen van ervaringen en verbetermogelijkheden tussen kloosters kan daarbij behulpzaam zijn.

ln het artikel wordt de suggestie gewekt dat het vertrek van novicen zou ziin veroorzaakt door de negatieve sfeer. Dat ligt wat ons betreft complexer. Nieuwe kandidaten voor het kloosterleven hebben een heel ander vertrekpunt dan de oudere medebroeders. Zij hebben vaak al een heel leven achter zich, inclusief banen en relaties. Zij zijn ook mensen van een tijd waarin de seculiere en sterk geïndividualiseerde samenleving een gegeven is en duurzame verbindingen onder druk staan.

De oudere kloosterlingen groeiden op toen de katholieke zuil recht overeind stond en de keuze voor het priesterschap of kloosterleven, vaak al direct na de middelbare schoot, nog heel normaal was. Zij hebben vervolgens de veranderingen na het Tweede Vaticaans Concilie meegemaakt, het vernieuwingselan in de Kerk gezien maar ook de krimp en de vergríjzing in kerken en kloosters die volgden. “Het verleden heb je nooit achter de rug maar atlijd in je rug”, zei oud-potiticus Hans van Mierlo al eens.

Ook bij andere kloosters zien we dat deze generatiekloof tussen oudere en jongere kloosterlingen tot spanningen kan leiden, mede omdat een ’tussengeneratie’ die als bruggenbouwers kunnen fungeren vaak spaarzaam vertegenwoordigd is. We moeten daarom steeds zoeken naar de balans tussen enerzijds respect en waardering voor de trouw en de inzet van oudere medebroeders voor de gemeenschap en anderzijds ruimte voor een nieuwe generatie om eigen accenten te zetten, die passen bij de cultuur, de samenleving en de Kerk van deze tijd. Wij zien gelukkig ook daadwerkelijk dat nieuwe kandidaten en belangstellenden zich melden.

Onze openheid voor nieuwe kandidaten wordt ingegeven door de rotsvaste overtuiging dat Norbertijn worden ook voor mensen van deze tijd een aanlokketljk perspectief biedt om een heel mooi, zinvol en gelukkig teven te leiden. Het vraagt wel om vorming, onderscheiding en geduld om deze roeping kiem te laten schieten. En ook om realisme om afscheid te nemen van iemand voor wie het toch beter blijkt om een ander pad te kiezen. Het werven en begeleiden van nieuwe kandidaten moet dus met grote zorgvuldigheid geschieden. Enerzijds moet een klooster een kandidaat de tijd gunnen om zich te ontwikkelen, maar anderzijds moet men voorzichtig zijn niet te handelen uit overlevingsdrang.

Vitale kloostergemeenschappen hebben een veel bredere betekenis dan alleen als een bijzondere levensvorm voor de leden van een communiteit. Ook de Abdij van Berne is voor honderden mensen buiten de abdijmuren een bron van getoof, inspiratie en zingeving. Zij bezoeken onze diensten en andere activiteiten, werken mee ats vrijwilliger, verblijven in onze abdij als gast of hebben zich bij ons aangesloten als participant.

Wij zijn ervan overtuigd dat daarvoor altijd wel een ‘harde kern’ nodig zal zijn van mannen die zich op een bijzondere manier aan de Abdij verbinden door het afleggen van de kloostergeloften en het volgen van de Regel van Augustinus. De manier waarop we invulling geven aan ons dagelijkse kloosterleven zaI natuurlijk verschillend zijn in vergelijking met het verleden, maar het fundament blijft hetzelfde.

Het artikel in het Nederlands Dagblad heeft in eerste instantie voor een forse opdonder gezorgd. Inmiddels begint dat gevoel wat weg te zakken, mede vanwege alle hartverwarmende reacties die wij hebben ontvangen. Dat laat onverlet dat we niet gewoon zullen overgaan tot de orde van de dag. We laten ons daarbij inspireren door de woorden van Augustinus: “Kijk ten eerste naar de reden waarom u tezamen bent gekomen: woon eensgezind in uw huis en wees één van ziel en één van hart op weg naar God.” Dat is een opdracht waartoe wij ons steeds opnieuw moeten en willen verhouden.

Een kloostergemeenschap bestaat uit mensen die met vallen en opstaan met elkaar een geweldig, gewaagd en soms ook weerbarstig avontuur aangaan. Dat brengt veel vreugde met zich mee maar kent ook momenten van teleurstelling en verdriet. Juist op die momenten is het nodig elkaar vast te blijven houden en te vertrouwen op Gods genade. Of, zoals de Psalmist het zegt: ‘Ats God het huis niet bouwt, zwoegen de bouwers vergeefs” (Psalm 127,1).

Mocht je naar aanleiding van deze brief nog vragen hebben of een reactie willen geven dan kan dat natuurtijk altijd.

Met hartelijke groet,

Frank van Roermund, o.praem.
Overste van de Canonie van Berne

8 mei 2026

Boeken