‘Kloosterlingen hebben makkelijk praten. Die zijn de hele dag in een klooster, waar alles ingericht is op een aandachtig leven. Ik moet zometeen weer terug naar mijn werk, dat is toch onvergelijkbaar?’
Het antwoord van de abt op deze vraag van een van zijn leerlingen was: ‘U neemt het klooster zometeen mee naar huis in uw eigen hart.’ Daar kon de leerling het mee doen. Korte handreiking met tien tips voor een geïnspireerd leven in je eigen omgeving.
6. Werken met een geestelijke houding
Ook het werk is een ritueel in het klooster. Alle werktuigen en huishoudelijke spullen zijn volgens de Regel van Benedictus even heilig als ‘vaatwerk dat aan de altaardienst gewijd is’ (kelk, pateen, ciborie etc.). Dat leidt tot een werkhouding die ook in alledaagse bezigheden rituele trekken laat oplichten. Dus ook in het schijnbaar onbenullige werk kan het mysterie oplichten. Alles moet met aandacht gedaan worden, want in alles kan Gods naam geheiligd worden. Het is niet aan ons om te bepalen wat belangrijk en onbelangrijk werk is. Zo kan in elke activiteit een sleutelmoment verborgen liggen.
In onze hectische wereld worden we door veel verschillende taken overspoeld die soms heel vruchtbaar zijn en voldoening geven, soms ook niet. Zou het niet mogelijk zijn om juist de dingen die we dag in dag uit doen als rituele handelingen te gaan zien die, hoe alledaags ook, een diepe betekenis hebben? Zo wordt ook het aanvullen van het toiletpapier een handeling die met aandacht gedaan kan worden. Juist in het alledaagse ligt het geheim van ons leven verscholen.
7. Leven met de dood
Vroeger begroetten monniken elkaar met de groet Memento mori – bedenk dat je zult sterven. De broeder die begroet werd antwoordde dan: Deo gratias – God zij dank. Op deze wijze hielden ze zich voor ogen dat je iedere dag moet leven alsof het je laatste zou zijn.
Hoe kun je, in een wereld waaruit dood en sterfelijkheid vaak verdrongen worden, een soortgelijke reminder ontdekken? Hoe goed is het om met de dood te leven en niet uit angst weg te vluchten voor het open einde van het leven? Er zijn genoeg mensen die juist om deze reden altijd bewust van hun dierbare of hun gast afscheid nemen. Want elk afscheid kan het laatste zijn. En niets is zo erg als geen gedag gezegd hebben, of niet voor die laatste keer hebben laten blijken hoeveel je van iemand houdt. Als je zo leeft, ben je niet angstiger voor de dood, maar kies je ervoor om bewuster te leven en nooit gedachteloos ergens weg te gaan.
8. Kiezen voor een heilige ruimte
Iedere kloostergast heeft dat woord wel eens gezien: claustrum. Dat is de ruimte waar alleen de bewoners van het klooster kunnen komen. Daar leven, bidden en zwijgen de broeders en de zusters. Iedere Godzoeker heeft zo’n heilige ruimte nodig om de stem van de anderen te kunnen horen en om de roepstem van God te kunnen verstaan.
Ook buiten het klooster heb je die heilige ruimte nodig. Er zijn mensen die een denkbeeldig huisje in hun hart bouwen waar niemand kan komen en waar de diepste stem kan klinken. Maar je kunt ook denken aan die plek in je eigen huis waar je stil bent, kunt bidden of zachtjes zingen. De wereld kan daar niet komen, je kunt daar met jezelf en met God verbonden zijn.
9. Zoek de recreatie in de kloostertuin
Elke dag kent een uur dat nergens anders toe dient dan schepsel van God te kunnen zijn. Wandel in de kloostertuin, ervaar de eigen kleinheid en prijs de schoonheid van de schepping. Want in die recreatie worden de gedachten verzet en de teleurstellingen losgelaten. Verwijlen in de natuur relativeert je eigen ik en neemt de ballast van je leven even van je af.
Juist in de pandemie die over ons heen trekt, ontdekken mensen opnieuw de waarde van wandelen in de schepping. We werken vaak thuis, en juist dan is de schepping je helend nabij. Daar voelt je bagage kleiner en ervaar je fysiek dat je er niet alleen voor staat: je mag delen in iets dat groter is dan jezelf. En als je goed kijkt, dan zie je ook dat het leven niet om jou draait, maar dat het centrum in de Schepper is. Dat maakt het soms makkelijker om te leven.
10 Maak tijd voor een woestijndag per maand
Aan de rand van de meeste kloosterterreinen staat vaak een klein huisje. Soms is dat ook te vinden in de natuur, niet ver van de abdij. Daar is geen wifi, geen bereik; daar ben je met jezelf. Veel religieuzen zijn daar heel streng in: eens per maand is er de stilte, niets anders dan dat. Sommige drukbezette abten en oversten hebben zo’n dag ook eens per week. Pas als je afstand neemt en stil wordt, herken je de schaduwen en vind je de ruimte om weer verbonden te raken met jezelf en met God.
Plan een vaste dag per week of per maand om afstand te nemen en stil te worden in de natuur, of op een veilige plek. Soms brengt die ene bloem of dat ene woord je weer terug bij jezelf en bij God. Soms keert het leven door die ene blik weer terug bij jezelf. Ieder mens heeft afstand nodig. Streep deze dagen nooit door, want ze geven adem voor het leven.
Uit: Klooster! 14
Tekst: Leo Fijen en Thomas Quartier
Foto: Gerard Beemsterboer





