1e Zondag van de Advent jaar B – Investeren in je relatie

Schriftlezingen: Jesaja 63,16b-17+19b+64,3b-7; 1 Korintiërs 1,3-9 en Marcus 13,33-37

Oud en nieuw
Met oud en nieuw blikken we terug en we kijken vooruit. Vandaag doen we dat ook want het is kerkelijk nieuwjaar, begin van een nieuw liturgisch jaar waarin we vooral uit de evangelies van Marcus en Johannes lezen. De kernwoorden voor dat vooruitzien en terugblikken zijn verwachting en waakzaamheid: in de Adventstijd zien we uit naar de komst van de Heer; die verwachting vraagt waakzaamheid, die vandaag in het evangelie centraal staat.

Beschouwing
Met alle beveiligingscamera’s in de straten, goed hang- en sluitwerk op onze huizen, anti-virusprogramma’s op onze computers, weten we wel wat waakzaamheid is. Maar in het evangelie gaat het dieper; daar heeft het te maken met omzien en vooruitzien, het leven beschouwen, dat is zeker iets goeds om te doen. Ons leven gaat snel voorbij en de dag komt naderbij waarop we van deze aarde vertrekken en oog in oog met de Heer zullen staan. Is er nog iets wat we moeten hernemen? De Advent nodigt ons uit om daar onze persoonlijke beveiligingscamera op te richten, daar onze waakzaamheid naar uit te laten gaan. Zijn er zaken blijven liggen, hebben we nog iets goed te maken, is er een stap die we kunnen zetten om een relatie te herstellen met God of de naaste? Waar zouden we een nieuw begin kunnen maken?

Vergeving
Het moeilijkste zinnetje is vaak: “Sorry, zo had ik het niet moeten doen”. Het is een teken van grootheid als we klein kunnen zijn. Als we veel kracht nodig hebben om ons eigen gelijk te bevestigen, blijft er weinig kracht meer over om vergeving te vragen. Toch leven we allemaal van vergeving: vergeving van God en van mensen die ons willen aanvaarden en nieuwe kansen willen geven; dat is dus ook wat we voor en met anderen moeten doen: proberen – als het kan – om opnieuw te beginnen, nieuwe kansen te geven en in ieder geval niet verharden. Daar gaat de waakzaamheid over.

Undercover boss
Onze Lieve Heer is daarbij voor ons als een undercover boss; u zult het programma misschien nog wel kennen: de baas was onherkenbaar vermomd op de werkvloer aanwezig; zo gaat het ook met onze hemelse Baas: soms hebben we wel iets van een idee en vangen we een glimp van Hem op, vaak herkennen we Hem niet; soms ervaren we met dankbaarheid Gods leiding en voorzienigheid, dan weer lijkt Hij ver en zelfs afwezig. Dat ligt soms ook aan ons; dan moeten wij weer iets gaan doen om Hem te kunnen herkennen.

Niet herkend
In het evangelie uit Matteüs 25 (Mt. 25, 31-46) over de ontmoeting met de Heer aan het einde der tijden komt dat mooi naar voren; in woorden van Jezus wordt de Mensenzoon door de mensen niet herkend in de hongerigen, de dorstigen, de zieken en vreemdelingen. Het was voor iedereen, de goede én de minder goede mensen, de schapen en de bokken, een grote verrassing toen de identiteit van hun Heer werd onthuld: Hij was het aan wie je je goede werken wel of niet had gedaan, Hij was het aan wie je je liefde had gegeven. Wat je een noodlijdende geeft, is aan God zelf gedaan.

Onverwacht
Met de Advent beginnen we een nieuw kerkelijk, liturgisch jaar. Weer gaat het over de baas, een heer, in het evangelie van deze dag. In de gelijkenis die Jezus vertelt komt die heer niet undercover, maar hij verschijnt wel onverwacht op de werkvloer, na een lang verblijf in het buitenland. Zo krijgt hij ineens een indruk van hoe de dienaars het beheer hebben uitgevoerd. Zijn ze er gemakkelijk over gaan denken, hebben ze zitten slapen of bleven ze zorgvuldig en actief? Hadden ze gewerkt ‘omdat het moest’ en zolang er druk op zat of hadden ze hun taak met bezieling en overtuiging gedaan? De waakzaamheid houdt in dat we het goede doen ook als niemand ons kan zien. Zo moeten we uitzien naar de Heer, de hemelse Vader van alle mensen.

Wat we geven, wat we missen
Relaties kunnen verarmen en vervagen, wie niet investeert in een relatie moet er niet van staan te kijken als die verbleekt, zo is het onder mensen, zo is het ook met God. Het verbleken van een relatie kan vele oorzaken hebben; soms zijn we misschien te veel met onszelf bezig om echt open te staan voor anderen en vragen we ons meer af wat we krijgen dan wat we geven. Maar juist doordat we geven geneest de pijn van wat we missen.

Toekomst
In de Adventstijd worden we uitgenodigd waakzaam te zijn en verwachtingsvol te leven, uit te zien naar wat komt, te geloven in de toekomst, uiteindelijk in de toekomst die God ons zal geven. Ja, we worden uitgenodigd om met vertrouwen en optimisme naar de toekomst te kijken die God ons zal geven en ons leven en onze inzet te richten op die ontmoeting.

† Jan Hendriks

Voor jaar B zullen we voor de overwegingen bij de zondagen gebruik maken van het boek Getuigen van het Licht, van bisschop Jan Hendriks, dat onlangs bij Adveniat is verschenen.

 

Boeken