Schriftlezingen: 2 Koningen 5,14-17; 2 Timoteüs 2,8-13 en Lucas 17,11-19
Eenzaam
Melaatsen zijn er ook in onze tijd en in ons land. Niet letterlijk misschien, maar dan toch geestelijk. De melaatsen toén, in Jezus’ tijd, mochten geen contact hebben met andere, gewone mensen. Hun ziekte had hen ertoe bestemd dat zij buitengesloten werden. Zij moesten buiten de bewoning op eenzame plaatsen verblijven.
Uitgesloten
Veel mensen voelen zich geestelijk melaats, omdat zij ervaren dat zij niet geaccepteerd worden, niet gewaardeerd en gerespecteerd zoals anderen. Zij voelen dat ze buiten de groep vallen, want zij beantwoorden niet aan het ‘vereiste plaatje’: wanneer alle gesprekken bijvoorbeeld gaan over man, vrouw en kinderen en je hebt geen man of vrouw en kinderen. In de media zien we mensen die gezond en krachtig zijn, die overal naar toe gaan en rijk zijn, dat schuurt als je zelf maar net de eindjes aan elkaar kunt knopen, of als je niet gezond en sterk bent. In de Kerk en elders wordt gesproken over de liefde van ouders, de liefde tussen mensen of de liefde van God voor de mens, dat wringt als je zelf weinig liefde hebt beleefd. Soms leven mensen door al die ervaringen met een gevoel in het diepste van hun ziel dat God een boeman is en hen niet mag.
Als je aan de kant staat
Zo kunnen mensen zich uitgesloten voelen, aan de kant gezet, niet aanvaard. Wie hier een pijn ervaart moet een beetje om zich heen kijken en niet alleen naar de shows en reclames maar naar de maatschappij en de wereld van heden: je bent hierin niet alleen! Er zijn veel mensen die aan de kant staan: gezinnen waar de liefde zoek is, kinderen die veel hebben moeten doormaken, mensen die met psychische problemen kampen, een groeiend leger stille armen, mensen met verslavingsproblemen, enzovoorts. Ook in ons rijke Nederland zijn er velen die aan de kant staan.
Kijk om je heen!
Laat wie aan de kant staat, een geestelijke melaatsheid ervaart om zich heen kijken: je bent niet alleen! Of kijk omhoog, je bent niet alleen! Er zijn medemensen die delen in dit lot, er is een God die je in dit lijden tot steun en bron van kracht wil zijn. Het gaat er om uit jezelf te treden, buiten onze muren van zelfbeklag.
Moeder Teresa
Iemand ging eens naar moeder Teresa, de engel van de sloppenwijken van Calcutta, om haar raad te vragen. Die persoon begon tien minuten lang zijn problemen en moeilijkheden uit te leggen en aan te geven hoe ingewikkeld het allemaal was. Toen hij tenslotte zweeg, zei moeder Teresa: “Nou ja, als je een uur per dag bidt en nooit iets doet waarvan je weet dat het niet goed is… dan gaat het uitstekend met je”. De man was zo verbijsterd, dat hij het gesprek niet meer voort hoefde te zetten: er zaten nog zoveel mensen te wachten die de hulp van moeder Teresa veel harder nodig hadden dan hij. Zijn zelfbeklag was weg geschrompeld als een doorgeprikte luchtballon.
Bedanken
Een zeer goed geneesmiddel voor onze melaatse gevoelens – gevoelens van eenzaamheid, van niet gewaardeerd en gerespecteerd, maar buitengesloten worden – is dankbaarheid. Een geloof dat zich uit in dankbaarheid geneest ons innerlijk, zoals het geloof eens die Samaritaanse man in het evangelie heeft genezen, die dubbel uitgesloten was: één keer om zijn melaatsheid en één keer om zijn Samaritaan zijn – een soort buitenlander, uit een land waarmee de Joden in onmin leefde. Dankbaarheid geneest ons hart en reinigt onze gevoelens. Begin de dag maar gerust met tien keer “Dank U” te zeggen. Dat wordt een goede dag! En misschien komen we er dan ook een keer toe God te bedanken voor onze kleine kanten, voor onze kleine plaats in dit leven, in deze wereld en voor die kleine gevoelens, waarin we zo dicht bij Jezus zijn. Hem ervoor te bedanken zal ons zo goed doen.
Op weg
De tien melaatsen beginnen met gebed, een vurig en luid gebed. Ze vragen eigenlijk niet direct om genezing, maar dat Jezus zich om hen bekommert. In het daaropvolgende moment kijkt Jezus hen aan, Zij blik rust op hen. Dan komt een opdracht, ze moeten iets doen: “Ga u laten zien aan de priester”. Ze worden op pad gestuurd, een lange tocht van verschillende dagreizen, naar Jeruzalem. Je moest je in die tijd laten zien aan de priester als je genezen was. Dan kon je toestemming krijgen om weer bij de mensen te wonen.
Al zie je nog niks
Ze gaan op weg maar zonder dat ze genezen zijn. Ze weten nog niks, ze doen het gewoon maar. Waren ze al lang onderweg toen ze werden genezen? Wie zal het zeggen? We weten het niet, we weten alleen: je moet ervoor gaan. De weg van vertrouwen begint met gebed en het vaste geloof dat God naar je omziet, zich om je bekommert, dat je niet zo alleen staat als je altijd hebt gedacht. Gewoon maar op weg gaan en doorgaan, ook al zie je nog niets en gebeurt er nog niks…. Als je maar doorgaat…volhardt… totdat je denkt: ik hoor toch bij Hem, wat kan de rest mij schelen… Dan ben je genezen.
† Jan Hendriks
Afbeelding: Brian Kershisnik, kershisnikprints.com Ten Lepers Healed





