31e zondag door het jaar C – Redding

België, Brugge, Jezuïetenhuis ukas 19,01-10 Hij ging nu Jericho binnen. Terwijl Hij er doorheen trok, poogde een zekere Zacheus, hoofdambtenaar bij het tolwezen en een rijk man, te zien wie Jezus was. Maar hij slaagde daarin niet vanwege de menig-te, want hij was klein van gestalte. Om Hem toch te zien liep hij hard vooruit en klom in een wilde vijgenboom, omdat Jezus daar langs zou komen. Toen Jezus bij de plaats kwam, keek Hij omhoog en zei tot hem: "Zacheus, klim vlug naar beneden, want vandaag moet ik in Uw huis te gast zijn." Zacheus kwam snel naar beneden en ontving Hem vol blijdschap. Allen zagen dat en merkten morrend op: "Hij is bij een zondaar zijn intrek gaan nemen!" Maar Zacheus trad op de Heer toe en sprak: "Heer, bij deze schenk ik de helft van mijn bezit aan de armen; en als ik iemand iets afgeperst heb, geef ik het hem vierdubbel terug." Jezus sprak tot hem: "Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen, want ook deze man is een zoon van Abraham. De mensenzoon is immers gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was."

Schriftlezingen: Wijsheid 11,23-12,2 en Lucas 19,1-10

Theoretisch gezien, zegt het boek Wijsheid: God had, toen met de plagen in Egypte, alles en iedereen in één klap kunnen vernietigen, want Hij is almachtig (zie vers 17.20-21). Maar dat deed Hij niet. Hij ‘ontfermt’ (vers 23), Hij ‘spaart’ (vers 26)! Zijn almacht staat in dienst van zijn liefde voor zijn schepping, voor al wat Hij zelf geschapen heeft.

Zie de prachtige zin: ‘U ontfermt U over allen omdat U alles kunt’ (vers 23); ‘U spaart alles, omdat het van U is’ (vers 26). Hij kan toch het werk van zijn eigen handen niet haten! (vers 24b) Dan had hij ’t toch niet geschapen – dan was het er toch al niet meer? (vers 25) Gods almacht is geen bedreiging, zij is het behoud van de schepping.

‘Redding’ noemt Jezus het, wat met Zacheüs gebeurt. Zoals ook de Samaritaanse melaatse niet alleen ‘genezen’ (dat waren de 9 anderen ook), maar juist ‘gered’ is, een nieuw mens geworden is. En dáár gaat het Evangelie toch over?!  En  waar slaat ‘redding’ dan op? Op: ‘het vege lijf redden’, op ‘je eer redden’, ‘je figuur redden’, ‘je ziel en zaligheid’? Je moet er ook andere teksten bij betrekken: bijvoorbeeld: Lucas 2,11 ‘Heden is U een redder geboren, Christus de Heer’.
In welke zin is hier ‘redder’ bedoeld? In financiële zin? Want zo lucratief zal het schaapherderschap niet geweest zijn. Hoofdstuk 1 van Tomas Halik, in zijn boek: Geduld mit Gott, handelt over Zacheüs. Indringend! Juist voor onze tijd waarin men liever van een afstandje toekijkt, dan juichend in de processie mee te lopen.

Henk Bloem

Een gedicht van Jehoeda Amichai (gestorven 2001) komt er dichtbij:

God ligt op zijn rug onder de wereld.
Steeds aan het repareren, steeds is er iets kapot.
Ik wilde hem helemaal zien, maar ik zie slechts
de zolen van zijn schoenen…
en ik ween.
En dat is zijn lof.

Boeken