3e Zondag van de Veertigdagentijd jaar C – Waarom? Wie heeft de schuld van het lijden

Schriftlezingen: Exodus 3,1-8a. 13-15; 1Korintiërs 10,1-6+10-12 en Lucas 13,1-9

Waarom?
We komen voor allerlei vragen te staan, zeker als er rampen gebeuren, als een groot lijden ons treft. Dan komt ook de vraag: Waarom? Wat is dit? Wat moet dit? En hoe kan ik antwoorden vinden?

Engelen en een ster
In de nachtmis van kerstmis wordt altijd het evangelie gelezen waarin de engelen zingen en een blijde boodschap verkondigen die bestemd is voor heel het volk: “Voor U is een Redder geboren, Jezus de Heer”. Jezus is er ook voor jou, je Redder is Hij. God wil voor ons een goede vader zijn. Dat is wat Hij tot Mozes zei als antwoord op de ellende van het volk van Israël – daarover gaat de eerste lezing van deze dag –: “Ik ben die is”, is Gods naam. Dat wil zeggen: “Ik zal er zijn voor jou”. De boodschap van de engel is een uitnodiging om een relatie aan te gaan met God die er voor ons wil zijn: voor jou is een Redder geboren! Ook de ster bij de stal heeft daarmee te maken: die leidt de wijzen, de heidenen, die God niet kennen naar Jezus Christus toe. De ster die ons kan leiden, is wat ons diepgang geeft. wijsheid en inzicht, geloof en vertrouwen. Wat kan die ster in ons leven zijn?

Vals beeld
Wat ons gelukkig maakt en door het leven kan leiden is niet altijd dat waar we spontaan naar streven, wat we zouden willen grijpen of bereiken. Het is ook niet dat wat mensen het liefste posten op social media, het is niet altijd wat zij van zichzelf willen laten zien, wat ons gelukkig maakt. Want wat mensen laten zien is niet het hele verhaal. Het perfecte plaatje, geeft meestal een vals beeld, het beantwoordt niet aan de werkelijkheid van het leven en het is in ieder geval maar heel beperkt houdbaar.

Vruchten dragen
Jezus wil in het evangelie van deze zondag dat wij mensen als vijgenbomen zijn die goede vruchten dragen; die vruchten zijn in ieder geval dat we het kwade vermijden en tot bekering komen en mooie, goede dingen doen. Dat gaat soms niet vanzelf, we hebben tijd nodig om geestelijk te groeien en daar hebben we geestelijk voedsel voor nodig. Dat wordt in het evangelie uitgedrukt doordat het jaren duurt voordat de vijgenboom vruchten geeft; dat lukt pas na bemesting en het omspitten van de grond. Hoe kunnen we antwoorden vinden op het “waarom” en alle grote vragen van het leven? We moeten het laten rijpen, de stam moet steviger worden, de wortels moeten dieper gaan, de relatie met God moet groeien.

Twee rampen en de grote vragen
Want grote vragen zijn er, we worden ermee geconfronteerd en dat was ook al zo in de tijd van het evangelie. Zo wijst Jezus naar twee rampen. De eerste is een daad van staatsterrorisme: de landvoogd Pilatus heeft een stel mensen uit Galilea afgeslacht. Het gebeurt nog dagelijks dat weerloze mensen neergeschoten worden, mishandeld en gedood, een gruwelijke daad. De tweede ramp die Jezus noemt gaat over het instorten van een toren waardoor achttien mensen de dood vonden. Dat soort rampen kennen wij ook: een brug die instort, een vliegtuig dat neerstort, een epidemie die uitbreekt, of meer persoonlijk: een huwelijk dat strandt, een ziekte die ons treft, een sterfgeval, een orkaan die alles verwoest. Dan komt opnieuw de vraag: Waarom? Wat is dit? Wat moet dit? Waarom moest dat gebeuren?

Wie heeft de schuld?
In Jezus’ tijd waren de mensen geneigd de schuld te leggen bij de slachtoffers: die zouden vast iets misdaan hebben, dat zij zo vreselijk werden gestraft. Dat lijkt misschien raar, maar we doen het zelf eigenlijk ook: als ons iets akeligs overkomt, zijn we geneigd te zeggen: “Waar heb ik dat aan verdiend”. Terwijl we die vraag maar zelden stellen als er iets fijns en leuks gebeurt. Het lijden in ons leven, de grote, zware en moeilijke dingen, stellen ons voor vragen, waarmee we moeten worstelen. Veel blijft een mysterie. Wie kan er antwoord geven als iemand vraagt waarom een kind moest sterven? Kunnen we leven met mysteries, met dingen die we niet begrijpen? Uiteindelijk lukt ons dat alleen wanneer we een weg gewezen krijgen, wanneer er een ster of een engel op onze weg verschijnt en als we een band van vertrouwen krijgen met God die tot zijn volk in lijden en ellende zegt: “Ik zal er zijn voor jou”. Heb je ervaren dat Hij er voor je was toen jij het moeilijk had? Zoek zijn aangezicht en neem toe in kracht…(vgl. Ps. 105,4) Wacht op Hem, ook in het duister.

† Jan Hendriks

Afbeelding: Jezus geneest een vrouw en de parabel van de vijgenboom, Koninklijke Bibliotheek, Den Haag, 1430

 

 

Boeken