4e Zondag van de Veertigdagentijd jaar B – Aan het kruis wil Jezus ons genezen

Schriftlezingen: 2 Kronieken 36,14-16; Efeziërs 2,4-10 en Johannes 3,14-21

In het evangelie van de vierde zondag van de Veertigdagentijd legt Jezus ons het mysterie van zijn dood uit. “De mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft, opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft.” (Johannes 3:14) Toen de Israëlieten tegen God in opstand kwamen, werden ze gebeten door giftige slangen en stierven ze als gevolg daarvan. Toen riep het volk naar Mozes. Mozes wendde zich tot God. Hij droeg hem op om een bronzen slang te maken en aan een paal te hangen. Iedereen die door een slang gebeten was, werd genezen door naar de slang te kijken. Dit is een prachtig beeld voor het kruis. Als we naar Jezus kijken terwijl Hij aan het kruis hangt, wil Hij ons genezen van de innerlijke vergiftiging die we steeds weer ervaren in het dagelijks leven. Hij wil ons reinigen van het gif dat bij ons binnendringt door kwetsende woorden. De artsen uit de oudheid hadden een slang om een paal gerold als symbool voor hun beroep. Met dit beeld zegt Jezus: “Aan het kruis ben Ik je dokter. Ik zal je wonden genezen als je naar Mij kijkt. En als je in Mij gelooft, dan heb je eeuwig leven in Mij. Dan heb je een leven in je dat zelfs door de dood niet vernietigd kan worden.” De vroege kerkvaders hielden van deze passage en beschreven Jezus als de arts die elke wond kan genezen. Met dit in gedachten moeten we in de Veertigdagentijd naar het kruis kijken. Jezus omarmt ons met zijn liefde om onze wonden te helen.

Anselm Grün osb
Abdij Münsterschwarzach

Gebed voor de vierde zondag

Klein Apostellied

Als ik mijn ogen dicht doe, zie ik Hem.
Een hoge ster die de nacht lichter maakt,
een koele dronk, een hand die mij aanraakt.
Als ik mijn ogen sluit, hoor ik zijn stem.
Mijn weg is zijn weg. Waar ik ben, is Hij.
Ik vlucht niet meer. Ik voer zijn woord,
ik draag zijn licht, ik breng Hem voort.
Zijn weg is mijn weg. Hij denkt aan mij.

Angela Holleboom
Claris in Megen

 

 

Uit: Van Vasten tot Verrijzenis, blz. 72-75

Boeken