Schriftlezingen: Job 7,1-4+6-7; 1 Korintiérs 9,16-19+22-23 en Marcus 1,29-39
Schoonmoeder?
Jezus komt uit de synagoge; met nog twee van zijn leerlingen gaat Hij op bezoek bij de broers Simon en Andreas, die in één huis wonen. Daar ligt de schoonmoeder van Simon Petrus ziek op bed. Gezien die woonsituatie en het feit dat over een vrouw niet wordt gesproken, was Petrus dus waarschijnlijk weduwnaar. Het kan ook nog zijn dat het eigenlijk geen schoonmoeder was. Want het Griekse woord dat in de originele tekst staat kan op een ander familielid slaan. Het is voor ons een heel bekend tafereel: je komt uit de kerk en je gaat koffie drinken bij je familie, je schoonmoeder. Zo herinner ik het me uit mijn eigen jeugd: Uit de kerk gingen we naar opa en oma. Dat was gewoon vanzelfsprekend. Maar die schoonmoeder van Simon Petrus – of wat zij ook precies geweest moge zijn – was ook nog eens ziek, dus dat bezoek zal wel bijzonder op prijs zijn gesteld, zeker toen de Heer aar ook nog eens beter maakte.
Nabijheid bij ziekte
Ik denk dat we bijna allemaal hebben ervaren hoe belangrijk en fijn het is als je in een periode van ziekte niet vergeten wordt. Een pastoor stond eens bij een ernstig zieke die in coma was, toen enkele kinderen van die zieke binnenkwamen. Even later kwam ook de arts eraan en nog voordat de pastoor had kunnen vragen of hij soms even weg moest gaan, had één van die kinderen – duidelijk een zakenman – al aan de arts gevraagd of het nog lang ging duren. Het moest vóór maandag afgelopen zijn, zei hij erbij, want eind volgende week moest hij beslist naar Duitsland toe. Je weet nooit wat iemand in coma nog meekrijgt… In dit geval hoopte ik dat de zieke het niet had verstaan. Jaren geleden kwam ik vaak bij een zieke vrouw, ze was wel wat gelovig, maar niet erg kerks. Ze had haar ziekte redelijk kunnen doorstaan tot het moment kwam dat haar man zich niets meer van haar aantrok, omdat hij het zat was en die man gewoon zijn eigen ding ging doen. Zij raakte in de put, wilde niet meer leven en vroeg de arts om euthanasie. Natuurlijk heb ik geprobeerd haar daarvan af te brengen, maar ze was in een negatieve spiraal terecht gekomen, doordat zij zich zo in de steek gelaten voelde. Een andere vrouw, een moeder en oma, kikkerde geestelijk juist helemaal op toen zij – omdat het thuis niet meer ging – in het verpleegtehuis werd opgenomen. Ze had daar geen ongezellige aanspraak en iedere dag kwamen kinderen of kleinkinderen bij haar op bezoek, veel meer dan thuis. Bracht ik haar thuis één keer per week de heilige communie, in dat verpleeghuis kwam de diaken minstens twee maal per week en ook ik – als ik haar bezocht – nam de heilige communie voor haar mee. Ik had haar in jaren niet zo opgewekt gezien!
Dagindeling
Het evangelie van vandaag was eigenlijk een soort dag uit het leven van Jezus. Die dag bestond uit bidden en werken; of je zou ook kunnen zeggen: uit contacten met allerlei mensen en uit het contact met Zijn hemelse Vader, zowel in de synagoge als in het persoonlijk gebed. Je zou kunnen zeggen:zoals Jezus zich laat dopen om ons als het ware een voorbeeld te geven, zo geeft Hij ons ook een soort voorbeeld van een goede dagindeling: aandacht en liefde voor anderen om je heen en aandacht en liefde in het gebed voor je hemelse Vader.
Geen garanties
Natuurlijk denken we er weleens aan hoe ons leven zal gaan, of we gezond zullen blijven of niet, hoe het eind van ons leven zal zijn, wat op onze weg zal komen. We weten het niet, niemand kan ons garanties geven. We kunnen de hoofdprijs winnen in de loterij of thuis een misstap maken die ons in het ziekenhuis brengt, we weten het niet, we hebben het niet in de hand, ieder moment van ons leven is echt een gave.
De kracht van mensen?
Het Humanistisch Verbond maakte ooit reclame met spotjes op de radio: “Ik geloof in de kracht van mensen” en: “Ik geloof in een leven vóór de dood”. We weten en beseffen allemaal dat we blij mogen zijn als we gezond en krachtig zijn, maar dat is geen blijvertje, het gaat voorbij, het is betrekkelijk; en het is natuurlijk fijn als je een mooi leven hebt vóór je dood, maar driekwart van de mensheid leeft in beroerde omstandigheden en ook in ons eigen land: als we zouden weten hoe veel mensen moeten lijden, wat ze moeten meemaken, dan komt die reclame over kracht van mensen onwerkelijk op je over, alleen geschikt voor een groepje welgestelde, zelfredzame mensen en dan nog maar voor een bepaalde fase van hun leven…
Wat blijft er over?
Aan het einde van ons leven blijft er niet zoveel over, allerlei zaken verliezen hun belang: een mooie verre reis, een gouden armband, een slee van een auto, het kan je niet meer bekoren… Maar de liefde blijft. Wat kun je dankbaar zijn als er op het moment dat je deze aarde moet verlaten iemand is die naast je staat, die je hand vast houdt, die er voor je is. Liefde maakt heel veel pijn en moeite goed. En dan komt het moment dat we ook van die dierbare mensen afscheid moeten nemen en dan is er nog Één die overblijft: de Heer die ons geschapen heeft en die ons ook weer opwacht aan het einde van onze aardse tijd. Hij neemt ons bij de hand en leidt ons naar Zijn huis.
Het grootste gebod
Ja, eigenlijk mag je best wel dankbaar zijn als je geleefd hebt voor de liefde, in verbondenheid met anderen, aandacht voor elkaar; als je het geloof hebt meegekregen, als dat leeft in je hart, en je een band met God hebt opgebouwd. Geen wonder dus dat Jezus zegt dat de liefde het grootste gebod is, de liefde tot de naaste en daarmee verbonden dat eerste en uiteindelijke gebod: de liefde tot God.
† Jan Hendriks
Afbeelding: Nick Thompson via Flikr, Kariye Camii, Müzesi or Chora Church, Istanbul





