Schriftlezingen: Jesaja 11,1-10, Psalm 72, Romeinen 15,4-9 en Mt. 3,1-12
Ik doop u met water, opdat ge u zoudt bekeren. Maar Hij die na mij komt, is sterker dan ik, en ik ben niet waardig Hem van Zijn sandalen te ontdoen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. Mt. 24,37-44
We zijn allemaal geroepen om die boodschap te leven, om het Evangelie en Jezus Christus onze leidraad te laten zijn en niet met alle winden mee te waaien; de wind waar wij in mee willen waaien is de Heilige Geest die wijsheid geeft en verstand, raad en heldenmoed, liefde en ontzag voor God. Die gaven hebben we allemaal hard nodig.
Anders gaan denken
De profeet Jesaja schildert op deze tweede Adventszondag een visioen van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, een pakkend visioen. Jesaja ziet een wereld waar alles gaat zoals God het bedoelt. Er zal gerechtigheid zijn voor de allerarmsten en vrede tussen alle bewoners van de planeet. Het is een visioen van het Rijk Gods, te mooi om waar te zijn, zodat we ons moeten wapenen tegen cynische gevoelens. Het lam slaapt naast de wolf, maar we vergeten, zegt Woody Allen, dat het lam de hele nacht geen oog dicht doet.
Jesaja kondigt de komst van de Messias aan. Alleen de Messias, vol van de Geest van liefde en vrede des Heren, kan de wereld opstuwen naar het Rijk Gods. Maar dit wil niet zeggen dat ons niets rest dan afwachten. Het is niet: ‘Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’, maar: Bereidt de weg des Heren!’. Dat is de boodschap van Johannes de Doper die ons op deze tweede zondag van de Advent oproept anders te gaan denken nu het Rijk Gods in aantocht is. Niet alleen anders gaan denken, maar ook vruchten voortbrengen die passen bij deze omkeer: gerechtigheid, mededogen en waarachtigheid. Jezus komt, maar het is aan ons de weg te plaveien waarlangs Hij komt. We doen dat door waar we maar kunnen zijn weg te bestraten met stukjes gerechtigheid, vrede en barmhartigheid. Dat vergt moed en creativiteit. Denk maar aan alle problemen rond AZC’s en aan de bezuinigingen op ontwikkelingshulp.
Nog moeilijker is het de weg naar binnen vrij te maken, waarlangs Jezus komt om in ons te wonen. Valse verwachtingen staan zijn komst in de weg. We hopen dat Hij beantwoordt aan wat wij van hem verwachten, maar belangrijker is dat wij luisteren naar wat Hij van ons verwacht.
Johannes de Doper verwachtte een Messias die de bijl hanteert, de dorsvloer schoonveegt, het graan verzamelt en het kaf verbrandt. Maar Jezus was anders. In plaats van schoon schip te maken was Jezus, net als de hemelse Vader, onverdeeld goed voor tollenaars en prostituees. We zullen volgende week horen dat Johannes, toen hij in de gevangenis zat, leerlingen naar Jezus stuurde met de vraag: ‘Bent u de Messias of moeten we iemand anders verwachten?’. Jezus antwoordt dat Hij gekomen is om niets dan goed te doen. Johannes had anderen opgeroepen anders te gaan denken. Nu moest hij zelf omdenken.
Jan Hulshof





