Maria, moeder van de Kerk – 20 mei

Schriftlezingen: Genesis 3,9-15.20 en Johannes 19,25-34

In het boek Het Evangelie spiritueel gelezen, (Deel I en Deel II) van Anselm Grün worden in deel I het Matteüsevangelie en Marcusevangelie behandeld en in deel II het Lucasevangelie en Johannesevangelie. Grün geeft een interpretatie van alle vier de evangeliën, op basis van de actualiteit van de wetenschap en verwoord in een toegankelijke taal.

Na een inleiding over de evangelist zelf, of de verschillende manieren waarop bijvoorbeeld het Johannes evangelie gelezen kan worden, worden verschillende tekstgedeelten uitgebreid besproken. Hierbij wordt niet alleen een exegese van de tekst gegeven, maar worden ook de psychologische en spirituele aspecten van de tekst besproken. Zo wordt de diepere laag van de tekst ontsloten voor wie inspiratie zoekt gebaseerd op de bijbelse teksten.

Op de feestdag van Maria, Moeder van de Kerk een citaat uit het Deel II, waarin het evangelie van deze dag behandeld wordt.

‘Er zijn bij het kruis niet alleen vier soldaten, maar ook vier vrouwen aanwezig. Terwijl de mannen ontbreken, uitgezonderd de leerling van wie Jezus veel hield, houden de vrouwen stand. Ze zijn onverzettelijk. Ze staan Jezus bij. De vier vrouwen zijn het beeld voor de wereld die Jezus opneemt. Met dit beeld bekrachtigt Johannes deze woorden uit zijn proloog: ‘Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden’ (1:12).

We zouden deze vier vrouwen ook symbolisch kunnen interpreteren als onze anima-zijde waarmee we al openstaan voor het mysterie van Jezus, terwijl onze mannelijke kant vaak blind is voor de diepere waarheid die Jezus geopenbaard heeft. Maar er is ook een man die trouw bij het kruis blijft: de leerling van wie Jezus veel hield. Hij is door de liefde van Jezus zo veranderd dat hij ook bij het dramatische hoogtepunt van deze liefde aan het kruis aanwezig is. Hij is getuige van Jezus’ verhoging aan het kruis. Jezus is in hem ook zelf onder de mensen aanwezig. Deze leerling neemt na de dood van zijn heer het getuigenis over dat hij voor de hele wereld heeft afgelegd.

Alle bijbelwetenschappers hebben ingezien dat de passage waarin Jezus Maria en de geliefde leerling aan elkaar toewijst als moeder en zoon, ook symbolisch kan worden opgevat. De vraag is alleen welke symboliek hier van toepassing is. Sommigen menen dat Maria een beeld is voor de joodse gemeente en de geliefde leerling voor de gemeente van heidenchristenen. Anderen zien in Maria een beeld voor de familie van Jezus, die een gezamenlijke weg gaat met de kring van leerlingen. De Amerikaanse theoloog Raymond E. Brown denkt dat Jezus de positie van Maria hier zodanig opwaardeert ‘dat haar autoriteit in de johanneïsche gemeente gelijk was aan die van de mannelijke apostelen’ (Sanford 1, 71). We kunnen in dit tafereel ook de harmonisering van contrasten zien. De man wordt aan de vrouw gegeven en de vrouw aan de man. De man dient de vrouw in zijn huis op te nemen. In het Grieks staat hier eis ta idia, ‘in het zijne’ (19:27). Aan het kruis worden de tegenstellingen met elkaar verenigd: God en mens, man en vrouw, jood en heiden.

In het Johannesevangelie zien we Maria alleen in het begin, bij de bruiloft in Kana, en aan het einde, onder het kruis. Ze is de moeder van de transformatie, die dit proces tijdens de bruiloft in Kana initieert en nu de voltooiing daarvan bevestigt. De dood aan het kruis is ook de bekroning van het huwelijk. Wat bij de bruiloft in Kana als Gods grootheid oplichtte, krijgt aan het kruis zijn volle beslag: daar wordt alles, zelfs de dood, zelfs de schuld, opgenomen in de goddelijke liefde. Daar worden alle tegenstellingen van deze wereld verzoend. Bij de bruiloft in Kana is Maria de deur door wie Jezus de wereld binnentreedt. Onder het kruis is ze de poort door wie hij de majesteit van zijn Vader binnengaat. Maria, de moeder, is tevens een beeld voor het ontwaken van de mens, dat wordt geïnitieerd door Jezus’ dood.

De mannen staan in het Johannesevangelie voor de conflicten met Jezus. De passages waarin vrouwen een rol spelen (zoals de Samaritaanse bij de put of Maria en Marta) staan altijd in het teken van liefde. Als Jezus Maria toevertrouwt aan de leerling van wie hij veel hield, wordt daarin zijn liefde voor alle mensen uitgedrukt. Deze leerling is een beeld voor ons allemaal. Wij hebben de taak om de liefde die opborrelt in Maria, de bron van de liefde, op te nemen in ons huis: ‘in het onze’; in ons hart.’

Citaat: Het Evangelie spiritueel gelezen, (Deel II), Anselm Grün, Blz. 267-269

 

Voor wie meer wil lezen:

bestel het boek bij Adveniat/Jongbloedmedia

 

 

 

 

 

 

Boeken