Kerstmis – Christus weet hoe je van een stal een huis kunt maken

Schriftlezingen: Jesaja 9,1-6; Psalm 96; Titus 2,11-14 ; Lucas 2,1-14

Het woord is mens geworden en het heeft onder ons gewoond. God heeft ons zijn Zoon gezonden en die deelt in alles onze menselijke conditie. Jezus heeft ons menszijn geheiligd en sindsdien is niets menselijks Hem vreemd. Alles wat ‘des mensen’ is, behalve de zonde, heeft Christus met ons gedeeld. Hoewel deze woorden tegelijk zo vertrouwd en zo abstract klinken, verwoorden ze een geweldig gebeuren dat deze dag tot één groot feest maakt. Wij mogen mens zijn, helemaal mens zijn en in heel dit gebeuren komt Christus ons rakelings nabij. Alles wat wij voelen, beleven en meemaken, heeft altijd ook met God te maken – van de grootste vervoering tot het kleinste dagelijkse leven. Het grote mysterie van de Incarnatie is één van de machtigste momenten uit de geschiedenis. Het is één grote belofte van Gods nabijheid en aanwezigheid bij alles waar wij mee bezig zijn. Dit maakt voor mij het absoluut nieuwe van het christendom uit.

Niets, maar dan ook werkelijk niets van ons concrete en dagelijkse mensenleven valt buiten ons geloof, valt buiten Christus. Hij heeft met alles te maken, Hij heeft ook bijna alles meegemaakt. Als ik tandpijn heb, dan weet dat Jezus dat kende…het gevoel van pijn in je lichaam die de controle over je denken overneemt. Maar ook alle wel en wee bij de verbouwingen waar wij als abdij voor staan, kent Jezus. Hij was de zoon van de timmerman. Hij weet alles van bouwen en afbreken. Hij weet hoe je van een stal een huis kunt maken als liefde er komt wonen.

Kerstmis het feest van de mensen en van de stal. Kerstmis het hoogfeest van de liefde. Kerstmis het feest van Gods mensgeworden Zoon, ons rakelings nabijgekomen. Kom, laten we de stal zoeken waar Hij geboren is en Hem daar in liefde aanbidden.

Katharina Michiels ocso
abdis OL Vrouw van Bethlehem, Brecht

Boeken