Schriftlezingen: Nehemia 8,2–4.5–6.8–10; Psalm 19; 1 Korintiërs 12,12–31; Lucas 1,1–4 + 4,14–21
Op deze derde zondag door het jaar vieren we het Feest van het Woord. Een feest dat de gemeenschap van Sant’Egidio bijzonder dierbaar is. Het is een mooie traditie in de gemeenschap dat op deze dag aan het einde van de eucharistie, iedereen de zegen ontvangt terwijl hij of zij met opgeheven armen zijn eigen bijbel in de hand houdt die hij of zij elke dag gebruikt om het woord van God te lezen. En het is goed om te onthouden dat het feest van vandaag nauw verbonden is met dat andere feest dat paus Franciscus wilde instellen: het feest van de armen. Twee feesten: het ene opent het liturgische jaar en het andere sluit het af, om zo de twee sporen aan te geven die het leven van de kerk leiden en waardevol maken voor de wereld.
Het evangelie van vandaag vertelt over Lukas’ eerste woorden en zijn in spanning om “alles van voren af aan nauwkeurig na te gaan” wat Jezus ge zegd en gedaan heeft. Het is een uitnodiging om zijn bekommernis tot de onze te maken, zodat geen enkel woord van het evangelie verloren gaat. Elke keer dat we het evangelie openen, is het Jezus zelf die tot ons spreekt, net zoals Hij deed in de synagoge in Nazaret. Het was zijn eerste preek. Lucas schrijft dat Jezus zelf de passage uit Jesaja koos. Een heel duidelijke keuze, net zoals de prediking heel duidelijk was: “Vandaag is het schrift woord dat u gehoord hebt in vervulling gegaan”.
Het woord van God wordt ook vandaag vervuld voor ons en voor de armen, de zwakken, de kleinen, de vluchtelingen, de ouderen, de eenzamen en voor allen tot wie de Heer de leerlingen zendt. Het is voor hen – en dus ook voor de leerlingen – dat het “jaar dat de Heer welgevallig is” afgekondigd wordt. Het woord van God spoort de leerlingen namelijk aan om zich dicht bij de armen te begeven en tegen hen te zeggen: “Vandaag” ben ik dicht bij jullie. “Vandaag” ben je niet langer in de steek gelaten. “Vandaag” maak je deel uit van Gods familie. Vandaag, niet morgen, zoals onze gemakzucht ons soms voorstelt. Het is dringend nodig om het “vandaag” van het evangelie aan de wereld te communiceren. Het is door de kracht van het woord dat het koninkrijk van God, dat Jezus die dag in Nazaret inluidde, wordt bespoedigd. Het is waar dat wij arme mensen zijn, zwak en zondig, maar Jezus spoort ons aan om zijn woorden van die dag tot de onze te maken: “De Geest van de Heer rust op mij; Hij heeft mij gezalfd”. Hijzelf zendt ons de wereld in. En ons geloof in Hem doet ons zeggen dat alles kan veranderen, want “niets is onmogelijk voor God”.
Uit: Vincenzo Paglia – Het Woord van God elke dag 2025
Over de Zondag van het Woord van God
De Zondag van het Woord van God is in de Katholieke Kerk een aan de Bijbel gewijde dag, gevierd op de derde zondag van de tijd door het jaar.
Paus Franciscus stelde de Zondag van het Woord van God in met zijn apostolische brief ‘motu proprio’ Aperuit illis. “Met deze brief wil ik antwoorden op de vele verzoeken die ik van het volk van God heb gehad: dat de gehele Kerk, eensgezind, een Zondag van het Woord van God zou vieren”, schrijft Franciscus in Aperuit illis op 30 september 2019, de gedachtenis van Sint-Hiëronymus (+ 420), die in opdracht van paus Damasus de Bijbel in het Latijn vertaalde.
Op de liturgische kalender valt de derde zondag van de tijd door het jaar in januari. De allereerste Zondag van het Woord van God was op 26 januari 2020.





