5e Zondag door het jaar C – Overvloedige visvangst

Schriftlezingen: Jesaja 6,1–2a.3–8; Psalm 138; 1 Korintiërs 15, –11; Lucas 5,1–11

Het evangelie volgens Lucas vertelt over de roeping van de eerste leerlin­gen, die in tegenstelling tot de parallelle passages in Matteüs en Marcus plaatsvindt nadat Jezus al een aanzienlijke faam had verworven. De evange­list vertelt over een grote mensenmenigte die zich rond Jezus verdringt om het woord van God te horen. Het is de eerste keer dat de evangelist de term ”woord van God” gebruikt. Hij verwijst naar de christelijke zending als de voortgang van het woord: naarmate de verkondiging groeit, groeit ook het aantal mensen dat het woord hoort. God spreekt door Jezus, vandaar het gezag van zijn woord: het brengt bijeen, het bevrijdt en het verricht won­ deren: het is werkzaam. Hierin, zouden we kunnen zeggen met de woorden die Hij straks voor Petrus zal gebruiken, is Jezus de eerste visser van men­sen. Om het woord van God voor de groeiende menigte verstaanbaar te maken vraagt Jezus aan Simon om in de boot te stappen en een eindje van het land af te varen: iedereen moet het horen. Het tafereel dat de evange­ list uitbeeldt, is emblematisch: Jezus, zittend in de boot van Simon Petrus, predikt. Het is het beeld van de kerk die op die eerste dag al vorm krijgt. Als Jezus klaar is met spreken, worden meteen de vruchten van de prediking zichtbaar; Hij wendt zich tot Petrus: “Vaar nu het meer op naar diep water”. De uitnodiging is gericht aan Simon, aan wie de boot toebehoorde, om de concreetheid van het charisma te onderstrepen, maar onmiddellijk wordt de verantwoordelijkheid uitgebreid naar de andere leden van de bemanning: “Daar moeten jullie je netten uitwerpen”. Alle aanwezigen worden opgeroe­pen om hun visnetten uit te werpen, iedereen. Simon – Lucas noemt hem nog niet Petrus – die verrast is door deze ongewone opdracht, aangezien er ’s nachts wordt gevist en niet overdag, gehoorzaamt toch, doet afstand van zijn gewoonte en zet vooral zijn vermoeidheid van het nachtelijk zwoegen zonder resultaat te hebben geboekt opzij. “Als U het zegt zal ik de netten uitwerpen,” besluit hij zijn antwoord. Onmiddellijke gehoorzaamheid aan het evangelie is het geheim van de leerlingen, het geheim van een leven dat wonderen verricht. De opmerking van de evangelist kan ook op ons wor­den toegepast: “Ze vingen zo’n massa vis dat hun netten ervan scheurden”.

Het evangelie nodigt ons uit om steeds de verwondering te voelen voor het buitengewone verhaal dat de Heer ons telkens opnieuw laat beleven, een verhaal vol vruchten. In de loop der jaren hebben we de noodzaak ervaren om anderen op te roepen om de velen te verwelkomen die wachten op de uitnodiging van het evangelie voor een nieuwe, broederlijke en vreedzame wereld. En we hebben de kracht van de gemeenschap ervaren die ons be­vrijdt van egoïsme en die de evangelische zending mogelijk heeft gemaakt, zoals op die dag dat die eerste drie leerlingen “hun maats in de andere boot wenkten om hen te komen helpen”. Ook vandaag leidt de uitnodiging om “naar diep water te varen” ertoe onze inzet te verbreden om de velen op te tillen die worden meegesleurd door de ijzige golven van oorlog, onverschil­ ligheid en isolement. Laten we ondertussen doen zoals Simon Petrus die “op zijn knieën viel voor Jezus” en zijn eigen kleinheid en zonde erkent: “Ga weg van mij, Heer, ik ben een zondig mens”. Wat zich voor zijn ogen heeft afgespeeld is groter dan hij, alles gaat hem te boven. De Heer wendt zich niet alleen niet van die leerlingen af, maar neemt hen mee naar de oever en zegt tegen Petrus: “Wees niet bang. Voortaan zul je mensen vangen”. Laten we niet bang zijn om de Heer te gehoorzamen, Hij is groter dan onze zonde en Hij blijft met ons zijn werk verrichten.

Uit: Vincenzo Paglia – Het Woord van God elke dag 2025

Boeken