1345
Het laatmIddeleeuwse, nog kleIne Amsterdam beleeft een wonder: een ernstig zieke man krijgt de sacramenten van de stervenden, waaronder ook de heilige hostie. De pastoor is nog niet vertrokken of de man wordt zó onwel dat hij moet braken. Zijn vrouw werpt het braaksel in het open haardvuur en wat geschiedt: de hostie blijft ongeschonden zweven boven het vuur. Zonder haar handen te verbranden haalt de vrouw de hostie uit het vuur en laat de pastoor roepen om de hostie op te halen. Dat gebeurde, maar een dag later zweefde de hostie opnieuw boven het vuur. Opnieuw bracht de pastoor deze terug naar de kerk, maar de volgende dag bleek dat niet voldoende: de hostie zweefde nogmaals boven het vuur. Toen was het voor de pastoor duidelijk: wat hier gebeurd was moest wereldkundig gemaakt worden. Hij organiseerde een processie van alles wat maar mee kon doen, van hoog tot laag, en inderdaad kwam de hostie dankzij deze plechtige ingreep tot rust in de parochiekerk, de huidige Oude Kerk.
Zo begon een nieuw leven voor Amsterdam: als bedevaartsoord. Iedereen wilde deze hostie zien, en ze werd ook miraculeus toen bleek dat pelgrims genazen van allerlei kwalen. Dat gold ook voor keizer Maximiliaan die in 1484 Amsterdam bezocht en vreugde over zijn herstel uitte door Amsterdam het recht te geven de keizerskroon te voeren boven het stadswapen met de drie Andreaskruisen.
Tot op heden wordt die processie herhaald. In de protestantse tijd mocht dat niet meer openbaar en werd het de ‘stille omgang’, de herhaling van de tocht van halverwege de Kalverstraat (de locatie van het wonder) naar de Oude Kerk, dwars door de oude binnenstad. Toen de kerk op de betreffende locatie, ‘de Heilige Stede’, gesloopt moest worden in 1908 werd de katholieke kapel in het Begijnhof de plaats waar doorheen heel het jaar dit wonder herdacht wordt en geëerd.
Ben Frie sj
in Pelgrims van Hoop – Bidden in het Heilig Jaar





