Pasen is tastbaar iedere dag
Als ik me meld bij de gastenzuster van Koningsoord in Oosterbeek, hoor ik in de verte een doedelzak en zie ik in het landschap een stoet van nabestaanden achter de baar. Het is zomer in april, het tafereel verdrietig en toch ook wonderschoon. Ik wil het klooster nog niet in om de podcast met gastenzuster Benedict Thissen op te nemen. Zij gaat vertellen over Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Stille Zaterdag en Pasen in het klooster van de trappistinnen. En ze doet het zo invoelend dat haar tranen gaan stromen bij de gedachte aan de Paaswake. Ze kan dan niet meer zingen, de adem wordt haar benomen. Voor mij gaat dat op als ik naar de rouwstoet in de verte kijk. Weer een begrafenis op de dodenakker bij het klooster Koningsoord. Die dodenakker heeft een naam Koningsakker, prachtige naam. Voor mij zie ik gebeuren wat Pasen betekent: nabestaanden treuren bij de dierbare, achter de baar, door het landschap. De doedelzak wijst de koninklijke weg naar Pasen, de weg van dienstbaarheid, veroordeling, kruisiging en opstanding. De doden zijn hier nooit alleen. De trappistinnen bidden dag en nacht, altijd zijn er mensen op weg naar het graf. Als ergens Pasen zichtbaar wordt, dan is het hier: de nabestaanden blijven komen en houden de herinnering levend. De doden leven voort, in hun hart, bij God. Benedict Thissen vertelt dan het verhaal van een jongen die gestorven is en voor zijn dood tegen zijn vader zei: dit is mijn plek. Die jongen leeft voort, bij zijn vader, in God. Zalig Pasen.
Leo Fijen





