Schriftlezingen: Handelingen 2,1-11; Psalm 104; 1 Korintiërs 12,3b-7.12–13; Johannes 14,15-16.23b-26
In de Handelingen van de Apostelen lezen we het verhaal van Pinksteren, dat Lucas beschouwt als de stichting van de tijd van de kerk, een tijd die begint met de uitstorting van de Geest. De Doper had dit al voorzien toen hij Jezus aanwees als degene “die u zal dopen in heilige Geest en vuur” (Lc 3, 16). De kerk ontstaat als een volk dat verzameld en geleid wordt door de heilige Geest. Ze wordt niet uit zichzelf geboren, maar uit den hoge. Dat is het wonder van Pinksteren: de transformatie van die kleine groep in een gemeenschap die verenigd is door de hartstocht voor het evangelie. Lucas schrijft dat iedereen erdoor vervuld werd: “Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken in vreemde talen”, waarmee ze aan allen het mysterie van Jezus meedeelden: die profeet die gekruisigd was, was door de Vader uit de dood opgewekt, de eersteling van ons allen. Dit is de kern van de christelijke verkondiging in elke tijd.
De liturgie van Pinksteren laat ons dit mysterie herbeleven. Een mooie traditie stelt tijdens de liturgie van deze dag een emblematisch gebaar: een regen van rode bloemblaadjes daalt neer van het plafond van de kerk, om de buitengewone gebeurtenis waarmee de reis van de kerk buiten de bovenzaal begon visueel te doen herleven. De Geest bewoog de kleine gemeenschap om hun angst te overwinnen en naar buiten te gaan op het plein, dat – door het lawaai dat door iedereen werd waargenomen – zich inmiddels had gevuld met een menigte mensen “uit alle volken onder de hemel”.
Dan is er een tweede facet van het wonder: de eenheid van de volkeren van de aarde die zich voor het plein van de bovenzaal hadden verzameld, die teweeggebracht wordt door de prediking van het evangelie. Lucas somt hen een voor een op, als in een appel. Het is de eerste globalisering die de Geest teweegbrengt via de kerk, die gemeenschap, dat “wij”’ dat de volkeren van de aarde wil verenigen. Elk behoudt zijn eigen naam, zijn eigen identiteit, maar tegelijkertijd beginnen ze allemaal te ondervinden dat ze één volk zijn, verenigd door het ene evangelie. Verschillend en toch verenigd.
Ook vandaag heeft de wereld een nieuwe uitstorting van de Geest nodig. Conflicten zijn talrijker geworden, onrechtvaardigheden zijn toegenomen. Er is behoefte aan een nieuw Pinksteren voor deze moeilijke en complexe tijd. Er is behoefte aan die “hevige wind” die nieuwe “verwarring” veroorzaakt in het hart van de gelovigen. Er is behoefte aan vrijmoedige en vreugdevolle getuigen van het evangelie. Die dag dacht men dat de leden van die kleine gemeenschap dronken waren, zo overweldigend waren hun enthousiasme en hun vreugde. Een nieuwe hartstocht in het getuigenis van het evangelie is ook vandaag dringend nodig. De woorden van de martelaar Ignatius van Antiochië, die, toen hij naar Rome werd gebracht om de marteldood te sterven, zei: “In moeilijke tijden is het christendom geen werk van overtuiging, maar van grootsheid”, zijn vandaag de dag meer dan relevant. Het is de grootsheid van liefde die met hartstocht wordt beleefd. De Heer verzekert ons dat de Geest ons zal vergezellen, dat Hij onze “Paracleet” zal zijn, onze verdediger, dat Hij ons “verder in alles onderrichten zal: Hij zal jullie alles laten begrijpen wat Ik jullie gezegd heb”.
Vincenzo Paglia
Het Woord van God elke dag 2025





