1866-1900
Kaatje Dirks, kloosternaam Marie Adolphine, is slachtoffer van de Bokseropstand in China, waar ze als jonge missionaris naar toe gegaan was. Kaatje was van eenvoudige komaf. Haar moeder overleed toen ze vijf jaar was. Meteen na de lagere school ging ze, 13 jaar oud, werken als inpakster op een cichoreifabriek. Toen ze 18 was, ging ze naar de grote stad, naar Antwerpen, en werd dienstmeisje bij rijke mensen.
In Antwerpen leerde ze de zusters franciscanessen kennen. Ze bewonderde wat die zusters deden: lesgeven op scholen, arme mensen helpen en elke dag bidden. Dat wilde zij ook wel. 27 jaar oud was ze, toen ze mocht intreden bij de zusters. Ze werkte in de keuken en de wasserij. Na vijf jaar was er een bisschop in China die vroeg om zusters uit Europa.

Kaatje, nu zuster Marie Adolphine, was één van de acht die werden gevraagd om te gaan. Hoewel er toen al veel missionarissen omkwamen door tropische ziektes of door vijandelijkheden, aarzelde ze niet: ze ging graag. De acht zusters gingen per boot naar China, één zusters stierf tijdens de reis. In China was het niet makkelijk. Er was de zeer moeilijke taal, er was ruzie in de kleine katholieke kerk, en de autoriteiten zagen de buitenlanders liever gaan dan komen. Het moet de zusters enorm zijn tegen gevallen. Maar ze hielden vol. De zusters hadden een weeshuis vol kinderen.
In 1900 trokken er bendes rond door het land, de zogenaamde ‘Bokseropstand’. De Westerse missionarissen werden vermoord: op één dag stierven er zeven zusters, twee bisschoppen, twee priesters en een broeder. Het was 9 juli 1900. Omdat we in Nederland op 9 juli de martelaren van Gorkum vieren, wordt Kaatje Dirks herdacht op de dag ervoor, 8 juli. De wereldgebedsdag voor de kerk in China is elk jaar op 24 mei, het feest van Maria Hulp der Christenen.
Jan Stuyt SJ
in Pelgrims van hoop





