15e Zondag door het jaar C – ‘Doe dan voortaan net als hij’

Schriftlezingen: Deuteronomium 30,10-14; Psalm 19; Kolossenzen 1,15-20; Lucas 10,25-37

Het evangelie van vandaag bevat een werkelijk fundamentele vraag – die van de wetgeleerde – over het eeuwig leven. Hoewel het een manier was om Hem op de proef te stellen, antwoordt Jezus zoals bij zovele andere gele­genheden door te verwijzen naar het woord van God. In dit geval herinnert Hij aan de kern van de wet: “U zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf”. De wetgeleerde geeft een correct antwoord op Jezus’ wedervraag, maar op Jezus’ uitnodiging – “Doe dat en u zult leven” – stelt hij opnieuw een vraag, omdat hij rechtvaardig wil overkomen: “Ja maar, wie is mijn naaste?”. Hij wil een rem zetten op de liefde door een soort rangor­de aan te brengen onder de mensen die we ontmoeten. Daardoor worden de grenzen van de liefde ingeperkt en hebben we de neiging om sommigen lief te hebben en anderen minder of niet. Jezus verwerpt elke rangorde en bevestigt het primaat van de liefde voor de zwakken, voor de armen, voor hen die door het kwaad zijn getroffen, zonder in kwalificaties te vervallen. De weg van Jeruzalem naar Jericho is geen speciaal geval, maar vertegen­ woordigt alle wegen in de wereld. De globalisering heeft het aantal mensen dat getroffen wordt door geweld verveelvoudigd: mannen en vrouwen, kin­deren, jongeren, ouderen, zovelen worden getroffen en in de steek gelaten, overal ter wereld. Helaas is niet alleen het aantal halfdoden hoog, maar ook het aantal mensen die zien en het hoofd afwenden, zoals die priester en die Leviet in de gelijkenis, en hun weg vervolgen alsof er niets gebeurd is. Jezus kiest een priester en een Leviet, en niet om het even wie, als voorbeelden van hardvochtigheid tegenover die halfdode om te onderstrepen hoe on­aanvaardbaar het schandaal is: het loskoppelen van de liefde van God en die voor de armen. De twee personages zijn misschien klaar met de eredienst en nu op weg naar huis: ze hebben de rite volbracht, maar zijn niet in staat pietas te doen tegenover de halfdode man. Jezus verbindt het altaar met de armen: het zijn twee onlosmakelijk met elkaar verbonden vormen van lief­de. Beide moeten beleefd worden, zoals de wet zegt – met al je kracht, met heel je verstand en met heel je hart.

De Samaritaan, een vreemdeling, beschouwd als vijand, ziet de halfdo­de man en laat in tegenstelling tot de priester en de Leviet zien wat het betekent om medelijden te hebben, om voor hem te zorgen. Voor iemand zorgen betekent banden smeden die visceraal betrokken zijn, zoals de ety­mologie van de term zelf suggereert: cor urat, een hart dat brandt. Zorg ver­bindt, verenigt, maakt je bewust van de wederzijdse behoefte aan liefde en is een concreet teken van pietas, van Gods eigen medelijden. En door tegen de waard te zeggen “als u nog meer kosten moet maken, zal ik ze u op mijn terugreis vergoeden”, geeft hij blijk van een liefde in overvloed. Het is deze overvloed die de wereld nodig heeft in deze tijd van wijdverspreide oorlog. En de kerk, die we kunnen vergelijken met de herberg van het evangelie, wordt de plaats van ontmoeting en zorg: hier weven de halfdode man, de Samaritaan en de waard een zorgzame relatie die leidt tot genezing en de opbouw van een “wij” dat redt. Ook de wetgeleerde moet de kracht van dat gebaar erkennen. Aan het eind van het gesprek krijgt hij het woord “Sa­maritaan” niet over zijn lippen, maar erkent hij dat de naaste “hij die hem barmhartigheid heeft bewezen” is. Vandaar het gebod: “Doe dan voortaan net als hij”.

Vincenzo Paglia
Het Woord van God elke dag 2025

Afbeelding: logo jaar van  Barmhartigheid

Boeken