Schriftlezingen: Numeri 21,4b-9; Psalm 78; Filippenzen 2,6-11; Johannes 3,13-17
Dit feest gedenkt 14 september 335, toen een grote menigte gelovigen in Jeruzalem bijeenkwam voor de inwijding van de door Constantijn gerestaureerde basiliek van het Heilig Graf, waarbij ook de vondst van het kruishout werd herdacht. Deze herdenking, waarbij de celebrant het kruis opheft en het aan de vier windrichtingen toont om de universaliteit van de verlossing aan te geven, vieren alle kerken, zowel de oosterse als de westerse. Want overal ter wereld moet het kruis “verheerlijkt” worden, juist omdat Jezus daarop de redding van alle mensen tot stand heeft gebracht.
De liturgie herinnert aan het verhaal van het volk Israël in de woestijn, toen velen stierven door de beet van giftige slangen. Dat kunnen we niet los zien van de benarde situatie waarin zoveel mensen vandaag de dag verkeren. Er zijn veel giftige slangen in onze wereld, en het zijn vaak mensen zelf die andere mensen bijten, vaak met dodelijke afloop. Mozes verhief een bronzen slang; wie er naar keek, zou niet sterven. Dat was een voorbode van het kruis. De evangelist Johannes schrijft uitdrukkelijk: “Evenals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft, zo moet ook de Mensenzoon omhoog worden geheven”. En dan voegt hij eraan toe: “Ze zullen opzien naar Hem die ze hebben doorstoken” (Joh 19,37).
Het is vandaag nog steeds nodig om het kruis te verheerlijken, om het voor iedereen zichtbaar te maken. Dat is uiteraard niet om een executieinstrument te verheerlijken, hoewel het belangrijk is om de wreedheid ervan te onthouden. Door onze gewenning aan het beeld van het kruis zijn wij de zin ervan kwijtgeraakt: wij realiseren ons niet meer dat het een van de wreedste martelwerktuigen was. Door dit besef te verliezen lopen wij het risico dat we niet meer begrijpen wat Jezus heeft geleden en hoe ver zijn liefde voor ons gaat.
Door vandaag het heilig kruis te verheerlijken, verheerlijken wij deze liefde, zoals de prefatie van vandaag zingt: “Het kruis waaraan uw Zoon gehangen heeft, hebt Gij gesteld tot het teken van ons heil; dat kruis waaraan Hij eens de dood gestorven is, werd onze levensboom”: op dat hout werd de eigenliefde voor eens en voor altijd verslagen, en de liefde voor anderen zegeviert eens en voor altijd. Iedereen, van onder en naast zijn kruis, riep hem toe: “Red jezelf ”. Maar Jezus draagt de last van de zonde tot het einde. Hij, die gekomen was om anderen te redden, kon zichzelf niet redden. Zijn evangelie is precies het tegenovergestelde: “De Mensenzoon is niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen” (Mt 20,28). Door op deze manier te sterven redt Jezus de liefde.
En we kunnen zeggen: eindelijk is er iemand in ons midden die meer van anderen houdt dan van zichzelf; iemand die bereid is zijn hele leven te geven, zelfs tot het verliezen ervan, voor ieder van ons. Uit liefde heeft Hij “zichzelf ontledigd en de gestalte van een slaaf aangenomen”. Uit liefde heeft Hij “zich vernederd; Hij werd gehoorzaam tot de dood, de dood aan een kruis”. De Vader zelf was zo ontroerd door deze volkomen onbaatzuchtige liefde van de Zoon dat Hij Hem “hoog verheven heeft en Hem de naam verleend die boven alle namen staat”.
Vincenzo Paglia
Het Wood van God elke dag 2025
Foto: Bloemenkruis gemaakt door zr. Elisabeth Luurtsema





