In het boek Zalig gebakken vertelt Marian Geurtsen verhalen uit de geloofstraditie. Ze brengt recepten en tradities van Driekoningen tot Sinterklaas bij elkaar. Het resultaat was een bakboek met tijdgebonden baksels van over de hele wereld. Dit boek biedt recepten van oude en minder oude brood – en gebaktradities die verbonden zijn met een bepaalde heiligen of een heiligenfeest. Daarnaast is dit boek ook een verhalenboek. Omdat het boek uitverkocht is, delen we op kloostermagazine.nl af en toe een verhaal en een recept.
Advent
De adventskrans heeft een nog jonge traditie: hij is bedacht door de Lutherse predikant Johann Hinrich Wichern. Johann werd in 1808 als oudste van acht kinderen geboren in Hamburg, Duitsland. Toen hij zestien was, stierf zijn vader en werd hij verantwoordelijk voor zijn moeder en zeven broers en zusjes. Hij kon theologie studeren dankzij de hulp van enkele goede burgers. Na zijn studie richtte hij een weeshuis op, het ‘Rauhe Haus’. Natuurlijk was in het weeshuis Kerstmis het hoogtepunt van het jaar. Steeds vroegen de kinderen: ‘Hoeveel nachtjes slapen is het nog tot kerst?’ Om de kinderen te helpen, bedacht Johann een kring met kaarsen. Hij haalde een oud wiel uit de schuur en zette daarop voor iedere dag tot kerst een kaars: witte voor de zondagen en rode voor de andere dagen van de week. Vierentwintig kaarsen stonden er op het wiel. Iedere avond als de kinderen adventsliederen gingen zingen, mocht één kind een kaars extra aansteken. Naarmate kerst naderde, werd het licht, het symbool voor de komst van Christus, steeds iets sterker.
Pas rond 1860 werd de adventskrans voor het eerst versierd met dennengroen. Overal vertelde Johann over zijn adventskrans. Maar de krans werd pas populair toen het aantal kaarsen was teruggebracht tot vier: één voor iedere zondag. Eerst in jeugdverenigingen, op scholen en zondagsscholen. Daarna in de kerk zelf. Lange tijd bleef de adventskrans een protestantse traditie. In 1925 hing er voor het eerst een adventskrans in een katholieke kerk: de dom van Keulen. Na die tijd begon de adventskrans zich ook onder katholieken te verspreiden, meestal versierd met paarse kaarsen en linten, de kleur van de advent. Soms is één kaars roze: de kleur van de derde adventszondag.
Er wordt wel verteld dat de adventskrans afstamt van een oud Germaans gebruik. In de vroege middeleeuwen was er een regel dat men het personeel in strenge wintertijd niet naar buiten mocht sturen om te werken. Als teken daarvan werd het vierde wiel van de wagen gehaald en binnenshuis gebracht. Of Johann Wichern deze traditie heeft gekend, is maar de vraag. En het is nog een hele stap voordat een winters wiel dat niet mag draaien, een adventskrans wordt van dennengroen met kaarsen erop. Misschien heeft Johann de krans eerder afgekeken van de ronde kroonluchters die in middeleeuwse kerken hangen.
In de dom van Hildesheim bijvoorbeeld hangt een ronde gouden kroonluchter met achtenveertig kaarsen. Deze kroonluchter was versierd met poorten en torens, met kantelen als van de muur van een stad: de hemelse stad Jeruzalem. Het licht was niet alleen praktisch, maar ook een verwijzing naar Christus, die het licht van de wereld wordt genoemd. Een niet zo oude traditie dus, maar wel een sterk symbool.
Gebak van bladerdeeg gevuld met amandelspijs hoort in Nederland van oudsher bij Sinterklaas en kerst. De traditie om banketletters cadeau te geven met Sinterklaas, is al in de zestiende eeuw zichtbaar op schilderijen. De combinatie van bladerdeeg gevuld met amandelspijs is ongeveer eind negentiende eeuw uitgevonden. Van Sinterklaas is de krans verhuisd naar de periode rond kerst. Daarom deze krans nu bij de Advent.
De Banketkrans (Nederland)
Ingrediënten amandelspijs
125 gram amandelen
100 gram ongeraffineerde rieetsuiker
1 theelepel geraspte citroenschil
1-2 eetlepels losgeklopt ei
Ingrediënten krans
4 plakjes diepvries roomboterbladerdeeg
1 eigeel
amandelen voor de garnering
Maken
Maal de amandelen fijn. (In een amandelmolen is het resultaat iets fijner van smaak dan in de keukenmachine.) Vermeng ze met de suiker en maal alles nog een keer (stevig in de molen drukken). Meng met een vork de citroenrasp en het ei erdoor en kneed goed, het moet een smeuïg geheel worden. Doe het in een afgesloten jampot en bewaar het in de koelkast. Amandelspijs smaakt beter wanneer het minstens í dag, maar beter nog 2 weken, voor gebruik wordt gemaakt.
Kneed voor gebruik nog een kleine hoeveelheid losgeklopt ei door de spijs.
Laat het bladerdeeg ontdooien. Verwarm de oven voor op 200 °C.
Leg de plakken bladerdeeg naast elkaar. Druk de randjes met wat water bevochtigd, aan elkaar tot een deeglap van 12×50 cm. Leg over de hele lengte een rolletje amandelspijs en rol het deeg op. Vorm een krans, druk de uiteinden voorzichtig aan elkaar. Leg de krans met de naad naar onderen op een ingevette bakplaat. Bestrijk de krans met eigeel en versier met halve amandelen. Bak de krans in 30 minuten bruin en gaar.
Teksten: Marian Geurtsen, Zalig Gebakken (2015)
Foto: Elizabeth van Munster





