In gesprek met de woestijnvaders en -moeders

In de nieuwsbrief van Ad Montem, de kleine gemeenschap op Schiermonnikoog, verschijnt elke week In gesprek met de woestijnvaders en -moeders. Deze week rond de vraag wat is een monnik.

Het zwoegen van het Zijn

Een van de woestijnvaders vroeg aan Abba Johannes de Kleine: ‘Wat is een monnik?’ Hij antwoordde: ‘Hij is zwoegen. De monnik zwoegt bij alles wat hij doet. Dat is wat een monnik is.’ (Vertaald uit: The Sayings of the Desert Fathers: The Alphabetical Collection, trans. Benedicta Ward, SLG Michigan: Cistercian Publications, 1984, p. 93).

Een nieuwe dag breekt aan. Een nieuwe belofte… Voorbij al het werk dat vandaag gedaan moet worden, al de eisen en de drukte, blijven de gevreesde vraag en uitnodiging toch staan: Wie ben ik? Kan ik mezelf vandaag wat tijd gunnen en bij mijzelf thuis zijn, zonder naar buiten te vluchten? Thuis in de kern van mijn wezen, in alle openheid en eerlijkheid? Zonder de angst om de vreemdeling in mijzelf onder ogen te zien, of om onaangename verrassingen over mijzelf te moeten ontdekken?  

De relatie met mijzelf is misschien wel een van de moeilijkste relaties om te cultiveren en te doorleven. Het kan vreeswekkend zijn om mijzelf onder ogen te komen. Alle ongemakkelijke waarheden van dit leven die ik op afstand houd, de donkere hoekjes verstopt onder het stof van de vergetelheid, zouden plotseling aan het licht kunnen komen. Pijn kan onvermijdelijk weer de kop opsteken. En toch, hoe kan ik anders dicht bij mijzelf komen dan via de onmiddellijkheid van mijn wezen en dus ook van de pijnlijke plekken erin? Terugkeren naar wat ik vrees onder ogen te komen, te voelen, te weten… Blootleggen wat verborgen blijft… Durven leven in het licht… Al dit pijnlijke werk van de zelfconfrontatie dient slechts één doel: licht worden, de lasten van het leven overboord gooien, vrede sluiten met het verleden en vooruitgaan. 

Zij die de woestijn betraden, konden nergens anders heen dan in de intensiteit en de moeilijkheid blijven van het leren met zichzelf te leven. Een van hen vroeg aan een ander: Wat is een monnik? En het antwoord luidde: Hij is zwoegenDe monnik zwoegt bij alles wat hij doet. Ik denk dat iedereen die het risico neemt om bij zichzelf te blijven als een manier om steeds meer bewust en aanwezig in het leven te staan, een monnik genoemd kan worden. De ouden begrepen ‘de monnik’ niet in termen van bij een religieuze orde horen (want er waren geen religieuze ordes in de woestijn!), maar als degene die terugkeert naar eenheid. Het woord zelf is afgeleid van de stam ‘monos’, die ‘alleen’, ‘één’ betekent. Het verkennen van deze eenheid van het zijn in haar onmiddellijkheid, in het ‘hier en nu’, is de zware klus om bij jezelf te blijven zoals je bent, voorbij aan het verhaal dat je jezelf blijft vertellen, in de armoede van dit moment, van deze woestijn die meer levend is dan welke andere bewoonde plek dan ook. Het is het werk van het aanschouwen van het Leven op zijn reis in deze wereld, in dit lichaam, door alle beproevingen heen die op zijn weg komen. Dat is de zware taak van de monnik: het werk van stil en verzameld worden tegen de verstrooiing die hem dreigt weg te spoelen van het fundament van zijn leven. Deze inspanning om één te blijven met zichzelf brengt hem onvermijdelijk in contact met een hogere vorm van Eenheid die in de monnik leeft als monnik. Dit is het mysterie dat elk menselijk leven overspant van het begin tot het einde.

Boeken