Ik daag U uit,
maar welk verwijt ik U ook naar het hoofd gooi,
Gij blijft zonder reactie.
Als tegen een boksbal ga ik tekeer tegen U.
Ik neem er geen vrede mee
dat Gij niet in actie komt tegen zoveel leed.
Hoe dring ik toch door tot U?
Mensen staan anderen naar het leven.
Waarom grijpt Gij niet in als Gij zo machtig zijt?
Ik kan nog verstaan
dat Gij geweld niet met geweld wilt beantwoorden.
Maar gebruik toch uw goddelijke kracht
om onheil te voorkomen.
Gij doet het niet meer:
zeeën splijten om de machtelozen een doorgang te verlenen.
Ik zie U geen machtigen meer van de troon stoten.
Mensen worden nog altijd verkocht, misbruikt als slaven.
En waar zijt Gij?
Alles gaat zijn gang.
Ik mis U in wat verkeerd gaat.
Dat Gij U teruggetrokken hebt uit alle leed,
dat kan er bij mij niet in.
Gij laat maar begaan
alsof het uw koude kleren niet raakt.
Wie Gij zijt, ik weet het niet meer.
Alles wat ik over U weet,
houdt geen stand te midden van wat ik zie gebeuren.
Gij zijt groot in afwezigheid.
Ik verdraag dat niet, van U toch niet.
Maar mijn kwaadheid uitroepen tegen U,
ze bereikt U niet.
Gij houdt U ver.
Waar Gij U dan bevindt, dat weet ik niet.
Zulke God wil ik niet.
Ik wil afstand nemen van U,
U verlaten zoals Gij dat doet bij mij.
Maakt de dreiging U alleen te laten meer indruk dan mijn woede?
Gij komt tot mij, zo stil dat ik er sprakeloos van word.
Ik zie U wenen,
mijn hart wordt week, onmacht aanschouw ik,
zo puur als ik ze nog nooit zag.
onversneden gebrokenheid omdat Gij liefde zijt.
Ik versta U.
Kon ik U troosten, ik deed het.
Ik kan alleen delen in uw pijn.
De keerzijde van onmacht is niet macht, maar hoop.
Net zoals Gij, klamp ik me daaraan vast.
Erik Galle
Woorden als psalmen





