IJsheiligen is de naam voor een aantal katholieke heiligen, van wie de naamdagen vallen in de periode van 11 tot en met 14 mei. Volgens de volksweerkunde zijn dit de laatste dagen in het voorjaar waarop nog nachtvorst kan optreden.
De naamdagen van de ijsheiligen vormen een periode in mei die wordt gezien als de overgang van weer met mogelijk nachtvorst naar meer zomers weer. De kans op nachtvorst is na half mei heel klein. IJsheiligen is een van de oudste en wellicht bekendste begrippen uit de volksweerkunde. De eerste berichten hierover dateren van rond het jaar 1000.
IJsheiligen is niet alleen in Nederland en België een begrip, maar men kent het ook in Frankrijk en Duitsland. De IJsheiligen omvat van de naamdagen van vier heiligen. Er zijn ook landen waar maar drie IJsheiligen zijn (Drie is een mooi heilig getal.) En er zijn landen waarbij vijf IJsheiligen genoemd worden, dan wordt 15 mei (H.Sophia van Rome) ook meegerekend.
De volgende vier heiligen worden traditioneel tot de IJsheiligen gerekend:
- Mamertus (11 mei – was aartsbisschop van de Franse stad Vienne en overleed in 475)
- Pancratius (12 mei – legende wil dat Pancratius een jongen uit Phrygië was, die in 304 op 14-jarige leeftijd in Rome martelaar werd omdat hij weigerde te offeren aan de Romeinse goden)
- Servatius van Maastricht (13 mei – waarschijnlijk geboren in Armenië; de eerste, historisch verifieerbare bisschop in de Nederlanden; is de patroonheilige van Maastricht)
- Bonifatius van Tarsus (14 mei – een Romeins burger die in 307 de marteldood stierf tijdens de christenvervolgingen onder keizer Diocletianus)
Soms Sophia van Rome (15 mei – zij werd in 304 slachtoffer van de Christenvervolging van keizer Diocletianus.)
Overigens hebben Mamertus, Pancratius, Servatius en Bonifatius maar weinig met vorst en kou te maken. Alleen bij de heilige Pancratius is er een klein verband. De martelaar werd onder andere aangeroepen bij problemen met jicht en winterhanden.
Bekend zijn de weerspreuken over IJsheiligen
Pancraas, Servaas, en Bonifaas,
brengen sneeuw en ijs helaas!
Het kan vriezen tot in mei,
tot de IJsheiligen zijn voorbij.
Al is Mamertus oud en grijs,
houdt hij van vriezen nog en ijs.
Servaas moet verlopen zijn,
voor de nachtvorst goed en wel verdwijnt.
Wie zijn schaap scheert voor St. Servaas
houdt meer van wol dan van het schaap.
De toekomst van de IJsheiligen
Laatste vorst valt steeds vroeger
In hun klimaatbericht schreef het KNMI dat de laatste vorstdag in het voorjaar de afgelopen dertig tot veertig jaar gemiddeld zo’n tien dagen naar voren is verschoven. De laatste dag waarop in De Bilt de minimumtemperatuur onder het vriespunt kwam verschuift. De verschuiving past in de trend van toenemende temperaturen in Nederland. Het laatste jaar met vorst op of na ijsheiligen was 2020, het laatste jaar daarvoor was 1973, bijna vijftig jaar eerder. (Zie de groene lijn in de afbeelding)

Vorst op of na ijsheiligen komt dus nog heel soms voor. Maar geldt dat ook voor de toekomst, waarin Nederland volgens de KNMI’23-klimaatscenario’s verder opwarmt? Dat hangt vooral af van hoeveel broeikasgassen de wereld nog gaat uitstoten. Voor een hoog en een laag uitstootscenario heeft het KNMI met een klimaatmodel 240 jaar aan dagelijks weer in Nederland nagebootst voor de periode rond 2050 en rond 2100.
In het lage scenario valt de laatste vorstdag in 2100 gemiddeld begin april, twee weken eerder dan nu, en in het hoge scenario half februari, twee maanden eerder dan nu. Van een echte winter is in het hoge scenario nauwelijks nog sprake, hierbij zijn er in 2100 over het hele jaar nog maar gemiddeld 10 dagen met vorst, tegen 53 dagen in het huidige klimaat (1991-2020). In het lage scenario valt in slechts één procent van de jaren de laatste vorstdag op of na ijsheiligen. In het hoge scenario komt dit in geen enkel jaar meer voor, en valt de laatste vorstdag rond 2100 uiterlijk op 11 april – een maand eerder dan ijsheiligen.
Bron KNMI: Is ijsheiligen nog heilig





