480-547
“Luister, mijn zoon, naar de richtlijnen van uw meester, en neig het oor van uw hart: aanvaard gewillig de vermaningen van uw liefdevolle vader en breng ze metterdaad ten uitvoer – “Zo begint de ‘Regel voor monniken’, een meesterlijke compilatie van wat er in de eerste eeuwen van het christendom gegroeid was aan inzicht in monastiek leven. De ‘meester’ is de zogenaamde vader van het monnikendom in het Westen, de heilige Benedictus, en zijn beroep op gewilligheid is nodig: hij spaart de monniken niet in die zin, dat hij eerlijk is over het veeleisend monnikenleven. Uitgebreid geeft hij aandacht aan de twaalf trappen waarlangs de monnik kan komen tot de noodzakelijke nederigheid. Benedictus geeft de kaders aan voor een goed leven in het klooster, maar is ook duidelijk over afwijkend gedrag: dat moet zwaar bestraft worden.
Benedictus leefde in het einde van de vijfde en het begin van de zesde eeuw. Hij was geboren in Norcia, studeerde in Rome maar trok zich rond 500 terug in de eenzaamheid bij Subiaco. Hij wordt er geestelijk begeleider van een groeiend aantal leerlingen, waarvoor hij meerdere kleine communiteiten sticht. Rond 529 vertrekt hij naar Monte Cassino, waar hij een grote nederzetting sticht en ook zijn Regel schrijft. Hij sterft rond 547.
Benedictus kon voor zijn Regel putten uit vele bronnen: brieven, levensbeschrijvingen, spreuken, losse leefregels en monastieke geschriften van Cassianus, Basilius, Pachomius en Augustinus. Hij wilde de beproefde levensleer van gezaghebbende monnikenvaders doorgeven en voor zijn leerlingen toegankelijk maken. Benedictus lichtte uit de traditie de innerlijke eenvoud en het vermogen om tot onderscheiding te komen van goede en kwade bewegingen in de ziel. Zijn Regel was een eerste poging om een synthese te bewerken tussen diverse typen van monastiek gemeenschapsleven en hij is tot op heden de gezaghebbende basis voor de organisatie en inrichting van veel kloosters.
Ben Frie SJ in Pelgrims van hoop, bidden in het Heilig Jaar 2025





