Themanummer Elisabeth Kloosterleven

In 2020 besteedde de Elisabethbode, inmiddels omgedoopt tot Elisabeth, aandacht aan het kloosterleven. Het nummer is niet meer na te bestellen, daarom hieronder een paar fragmenten.

Op de cover van de Elisabethbode staat Zr. Nadia Kroon. Wij kennen haar als dominicanes van Neerbosch. Voordat zij intrad bij de dominicanessen bracht haar zoektocht haar van Haarlem naar Hilversum waar zij een aantal jaar leefde in Klooster Casella van de Augustinessen van Sint Monica. 

Uit het artikel Dit leven past precies bij wie ik ben
Waarom kiest een twintiger voor het klooster? Voor Nadia was de keuze niet moeilijk, vertelt ze op haar werkplek in de monumentale Grote of Sint-Bavokerk in hartje Haarlem. Daar werkt ze parttime als kerkelijk werker bij de PKN. ,,Mijn baan hoefde ik niet op te geven voor het kloosterleven. Er zijn maar drie kloosters in Nederland waar dat mogelijk is. Ik wilde blijven werken en sporten, allebei heel belangrijk voor me. Mijn sportgenoten zijn de vrienden met wie ik wekelijks optrek.” Ook kan Nadia protestants blijven. ,,Ik beschouw mezelf als lid van die ene, algemene, christelijke kerk.”
Klooster Casella van de Augustinessen van Sint-Monica richt zich speciaal op jongeren tussen de 18 en 35 jaar oud. Een doelgroep die veel belangstelling heeft voor spiritualiteit. Het gastenverblijf van het mooie, duurzame klooster is vaak volgeboekt. Groepen komen hier om samen te zijn, te leren en van het kloosterleven te proeven.
,,Het mooiste vind ik om met jongeren te spreken over hoe het is om in een klooster te wonen en over wat stilte kan betekenen in je leven. Mensen leven in een drukke, vluchtige samenleving en zijn haast niet meer gewend om til te zijn. Stil-zijn kan heel confronterend zijn. Er kunnen emoties naar boven komen die sommigen liever onderdrukken. Wij geven mensen handvatten om daarmee om te gaan.”

Onuitwisbare indruk
Nadia groeide op in een gereformeerd gezin in IJmuiden. In haar tienertijd was ze steeds meer met het geloof bezig, maar liep ze ook tegen bepaalde zaken aan. Zo vond ze het oneerlijk en onbegrijpelijk dat vrouwen niet op de kansel mochten staan in de kerk van haar ouders. Ze maakte daar haar eerste theologische studie van en kwam tot de conclusie dat vrouwen wel degelijk voorganger kunnen worden. Ze is er nu zelf een.
Ze koos voor een hbo-studie pastoraal werk. ,,Ik kon daarin theologie en psychologie met elkaar verbinden.” Tijdens haar master praktische theologie aan de universiteit ontdekte ze het kloosterleven, dat direct een onuitwisbare indruk op haar maakte. ,,Ik ben iemand die tijd nodig heeft om zaken te verwerken. Om stil en aandachtig te leven. Dat kan hier.” Het leverde een zoektocht op naar verschillende kloosters, maar bij Casella was het ‘liefde op het eerste gezicht’.
Nadia trad toe tot de gemeenschap, die nu vijf zusters telt. Het is een rooms-katholiek klooster, met oecumenische vieringen. ,,Voor de nieuwe zusters geldt dat ze praktiserend christen zijn. Ons uitgangspunt is: openstaan voor de ander en respect voor elkaars tradities.”
Haar leeftijdgenote Milou is net als zij nog in het proces tot definitieve toetreding. Dat proces vraagt opoffering en studie, maar Nadia heeft dat er graag voor over. ,,Natuurlijk beloof je sober en celibatair te leven. Ik vind dat geen probleem. Ik hecht niet aan materie. Ook heb ik nooit de behoefte gehad om moeder te worden. Het aangaan van een levenslange verbintenis kun je ook op een andere manier invullen. Mijn kloosterzusters zijn mijn nieuwe levensgezellen en familie, naast de familie waar ik uit kom.”…
De voordelen van het kloosterleven wegen op tegen de nadelen, vindt Nadia. ,,Je bent meer in de natuur en hebt veel meer ruimte voor gebed. Bidden doe je samen met anderen, maar alleen bidden wordt ook aangemoedigd. Als ik bid, dan ervaar ik de rust en het besef waar ik voor leef en waar ik het allemaal voor doe. Ik heb dan het vermogen om dingen los te laten en voel verbondenheid met God en anderen.” Dat be- sef geeft haar kracht. ,,Het is mooi om je geen eenling te voelen, maar je verbonden te weten met je Schepper en met andere mensen. Het is een verrijking van mijn leven. Dit leven brengt me een gevoel van thuishoren, ergens bij mogen horen.”

Stapsgewijs stil worden
Het mooiste vindt ze dat ze jongeren kan leren wat stilte in hun leven kan betekenen. ,,Het kloosterleven heeft een enorme traditie in meditatie en stil-zijn. Ik leer zelf steeds meer over die eeuwenlange kloostertradities. Monniken gebruikten hun handarbeid van oudsher om stil te zijn. Als je intensief met je handen bezig bent, dan komt je geest tot rust.”
Van herrie naar volstrekte rust en stilte werkt niet, volgens Nadia. ,,Beter is het om het stapsgewijs te doen en geluiden in je omgeving af te bouwen. Muziek kan ook werken om in een bepaalde stemming te komen.”
Ook in haar eigen leven in het klooster blijft het zoeken naar een goede balans. ,,Wij zijn een gemeenschap die als ‘specialiteit’ de naastenliefde en vriendschap heeft. We praten uitgebreid en geanimeerd tijdens de maaltijden en koffiemomenten, maken grappen in de keuken, kijken samen tv, staan te joelen als Oranje scoort en hebben hobby’s en banen waardoor we veel contact hebben met anderen. Telkens weer die balans hervinden, dat is waar het monastieke leven bij helpt. Het is niet een leven van zoveel mogelijk stilte zoeken, maar een leven waarin je verbonden leeft met Jezus en de ander. Stilte staat altijd in dienst van de liefde en vriendschap.”…

 

Verder in het blad verhalen van mensen die een klooster bezoeken. We delen hier het verhaal van een predikant die het klooster ontdekte als onderdeel van zijn leven.

De stilte is een enorme spiegel
Predikant Gert Meijer bezoekt jaarlijks verschillende conferenties en dompelt zich bovendien een weekend onder in een miljoenenstad in Europa. Hij moest dus even over een drempel heen om ook een kloosterweekend in zijn agenda te zetten. Maar hij is ‘om’. Kloostertijd is niet meer weg te denken uit zijn leven. ,,Elk jaar probeer ik naar een ander klooster te gaan.”

,,Mijn belangrijkste drijfveer om me terug te trekken in een klooster was dat ik een andere spiritualiteit wilde ontdekken. Ik ben gereformeerd geworteld, evangelisch gevormd en word nu katholiek bijgespijkerd. Naar die breedte verlang ik. Ik denk omdat ik een perfectionist ben en van schoonheid hou. Maar ook van eenvoud. Zeker bij de kloosterspiritualiteit ga je terug naar de kern van je leven. Ik zie mijn tijd in het klooster als basisoefening in het geloof.

Mijn eerste kloosterervaring deed ik op in Vaals, in Sint Benedictusberg. Een sober gebouw, zonder franje. Alles even doordacht en mooi ontworpen door Dom van der Laan. Het eerste gebed vindt plaats als het nog donker is. De liturgie tijdens de gebedstijden is in het Latijn, voor mij een bijna hemelse ervaring. Toen ik het voor het eerst meemaakte, besefte ik: ‘Het gebed gaat hier altijd door. Wat een voorrecht om daarvan deel uit te maken. Terwijl ik me in het zweet werk, blijven zij bidden.’ Er ging een nieuwe wereld voor me open, moet ik bekennen. Ik ontdekte ook dat ik nog altijd ongenuanceerde en ongefundeerde oordelen over de rooms-katholieke traditie had. In dat klooster ontdekte ik de mooie kanten ervan.

Het duurt altijd een dag, voor ik echt tot rust ben gekomen. Ik begin met schrijven, alles wat
ik denk en voel gaat op papier. Ik neem, naast mijn Bijbel, een boek mee, maar heb ook weleens in vier dagen het evangelie van Matteüs tot me genomen. Mijn informatieverslaving speelt me wel parten. Ik vind het belangrijk goed op de hoogte te zijn, maar in het klooster breng ik alle digitale middelen tot zwijgen, zelfs twitter. Ik wil wel blijven appen of mailen, maar kies daarvoor dagelijks een moment. In het klooster zoek ik mezelf. De stilte is een enorme spiegel. Wie ben ik, waar sta ik? En ik zoek God, maar dat doe ik altijd. Zoeken en geloven is voor mij hetzelfde. Jezus draagt mensen niet op om het zeker te weten, Hij wil dat we zijn Rijk zoeken. Mijn kloostertijd is een etappe op die zoektocht.

Ik ga alleen, want ik ontmoet graag nieuwe mensen. In de Koningshoeve in Tilburg ontmoette ik twee jonge dames. We spraken elkaar nauwelijks, want in een klooster is het stil. In de trein terug bleken ze bij mij in de coupé te zitten, een stiltecoupé nog wel. Bij het uitstappen kreeg ik een briefje. ‘Dankjewel voor je aanwezigheid in de kapel en voor wie je bent’, stond erop. En dan de regels van dat Sela-lied: ‘U nodigt mij aan tafel om bij u te zijn.’ Dat raakte mij diep. Je leeft misschien wel intenser met mensen wanneer je niet met hen spreekt dan wanneer je hun verhalen hoort.”

 

Nieuwsgierig geworden naar de Elisabeth? Klik hier voor meer informatie.

Boeken