Aswoensdag – Een innerlijk avontuur

Schriftlezing: Matteüs 6,1-6 en 16-18

Het veertigdaagse avontuur van het loslaten begint op Aswoensdag, het begin van de vastentijd. Ook vasten is een vorm van loslaten: het loslaten van gehechtheden. Dat is een innerlijk avontuur, dat niet gepaard gaat met groot vertoon van ‘Kijk mij toch eens streng vasten..!’. ‘Maar als gij vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht om niet aan de mensen te laten zien, dat gij vast, maar vast voor uw Vader, die in het verborgene is’, en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden,’ horen we in het evangelie van vandaag.
Hoofdstuk 7 van de Regel van Benedictus gaat over de nederigheid, de humilitas. Het is met zijn zeventig verzen het langste hoofdstuk van de hele regel. Het sluit het eerste, vooral theoretische gedeelte van de Regel af.

Het wordt gevolgd door het hoofdstuk over het koorgebed in de nacht, het eerste van dertien doorgaans heel praktische hoofdstukken over de regeling van het koorgebed. Daar ligt onmiskenbaar het hart van Benedictus, want dat is de hoofdbezigheid van de broeders: het werk Gods of opus Dei. Het is inmiddels ook al lang bekend, vooral dankzij de zorgvuldige studies van Dom Adalbert de Vogué, dat Benedictus de eerste hoofdstukken grotendeels heeft ontleend aan een oudere kloosterregel, de Regel van de Meester (Regula Magistri), en dat hij pas in de volgende hoofdstukken veel meer zelf aan het woord komt. In de Regel van de Meester gaat hoofdstuk 10 over de nederigheid (X. De humilitate fratrum, qualis debeat esse vel quibus modis adquiritur vel quomodo adquisita servatur), en het is grotendeels letterlijk in de Regel van Benedictus terug te vinden. Het is alleen met zijn 120 verzen nog een heel stuk langer.

Benedictus heeft het nuttig geacht de lange tekst over de nederigheid over te nemen, dus ik lees hem graag. Het is ook geschikte lectuur voor het begin van de veertigdagentijd, waarin we ons nog eens bijzonder in de nederigheid mogen oefenen: in de humilitas, dus letterlijk het dichbij de humus blijven, bij de aarde, ‘down to earth’. Zo beginnen we op Aswoensdag ook de veertigdagentijd: gedenk dat je uit stof bent en tot stof zult terugkeren.

Benedictus neemt van de Meester het beeld over van de ladder van Jacob uit Genesis 28. De twee stijlen van die ladder zijn lichaam en geest of ziel (anima), de sporten zijn de treden van nederigheid waarmee we kunnen opklimmen. Mooie paradox: door nederiger te worden, dichter bij de aarde te zijn, stijg je juist op en kom je dichter bij de hemel. De eerste trap van nederigheid is altijd waakzaam zijn, om voor ogen te houden wat in overeenstemming is met Gods bedoelingen, en dus niet onze eigen bedoelingen of ambities voorop te stellen. De tweede trap is niet gehecht zijn aan wat je zelf wilt, de derde je uit liefde voor God schikken naar je meerdere, de vierde is je geduld bewaren bij dingen die je onwelgevallig zijn, de vijfde om eerlijk te zijn over slechte gedachten die in je hart opkomen, de zesde is tevreden zijn met het aller geringste, de zevende om jezelf te beschouwen als de mindere broeder ten opzichte van de anderen, de achtste om alleen te ondernemen wat de gemeenschap van het klooster ten goede komt, de negende om je tong te bewaken, de tiende om niet overdreven te lachen, de elfde om zachtjes en weloverwogen te spreken en de twaalfde om ook in je lichaamshouding uit te drukken dat je nederig wilt zijn. Als je die trappen hebt beklommen, aldus Benedictus (en de Meester), zul je de liefde van God ervaren, die alle angst buitensluit.

Dat vind ik een mooie slotgedachte, dat buitensluiten van de angst. Geen hoogmoed dus, geen superbia. Dat valt in onze tijd niet mee. Van alle kanten word je aangeraden om jezelf in de etalage te zetten. Maar soms helpt het leven je vanzelf. Zo’n zestien jaar geleden werd mij van verschillende kanten aangeraden om een eigen website in te richten. Daar kun je mooi je artikelen, opiniestukken, columns, lezingen en pre- ken plaatsen, zo zei men. Braaf als ik ben volgde ik die raad. Maar de laatste jaren deed ik steeds minder met die website. En nu blijkt dat het systeem van de website (voor de liefhebbers: het contentmanagementsysteem; dat is nog eens een scrabblewoord), Joomla dus, dusdanig verouderd is, dat het eenvoudig opgehouden is te werken. De voor mijn website gebruikte versie wordt al sinds 2012, dus al twaalf jaar, niet meer ondersteund. Ik had het tussentijds moeten updaten; ik heb dat nooit gedaan, was me er ook niet echt van bewust, en loop dus inmiddels tientallen versies van het systeem achter. Gevolg: alle content is weg. Een goed moment om de website helemaal op te heffen. Weg met deze etalage van de hoogmoed. Mijn persoonlijke pagina’s bij de website van de universiteit waren al snel na het ingaan van mijn emeritaat ook verdwenen. Langzaam word ik onzichtbaar. Het gaat de goede kant op. Terug naar de humus, down to earth.

Peter Nissen
Loslaten en groeien

Boeken