Heilig is het thema van de nieuwste Klooster! In het coverartikel kom Broeder Thijs Ketelaars aan het woord over heling en heiligheid: ‘Wat weten we eigenlijk over leven en dood?’
Thijs Ketelaars is al bijna zestig jaar broeder in Egmond. Sinds vijf jaar is hij ook de abt, een taak die soms zwaar op hem drukt, ook omdat hij een leider van de menselijke maat is. Maar hij is vooral een bezielende broeder die het handwerk niet schuwt en steeds weer op zoek is naar nieuwe woorden om het leven te heiligen en de naaste te helen. Een portret van deze koorddanser van God.
Hoe kun je betekenis geven aan het woord heilig? Wat kan je doen om je naaste te helen? Waar begin je dan: bij je eigen broeders of bij allen die aan je zorg zijn toevertrouwd? Maar ook: hoe bewaar je de rust en de stilte als je verantwoordelijk bent voor 100 vrijwilligers, 80 oblaten en duizenden mensen die even langslopen in de winkel of in de kerk? Wanneer kun je dan ook nog van waarde zijn voor alle grote vragen van deze tijd, de klimaatcrisis en de oorlogen ver weg en wat dichterbij? Het is allemaal van toepassing op Thijs Ketelaars, abt van de Sint-Adelbertabdij te Egmond-Binnen. Deze wijze benedictijn is leider door dienaar te zijn en in al zijn deemoed en kwetsbaarheid te luisteren naar de stem van zijn broeders en zusters en daarin ook van God. Dit is geen interview, het is veeleer een zoektocht naar de ziel van deze bevlogen monnik. Ik spreek hem vaak, maar lees ook zijn teksten en meditaties en loop zo soms een eindje met hem mee.
Groter dan ik dacht
Zoals in de regenachtige dagen van eind november. Broeder Thijs is er even tussenuit, op retraite, in de stilte van de trappistinnen van Koningsoord. Daar komt hij op adem na zware maanden: hij geniet van tijd zonder verplichtingen, hij leest boeken die overal en nergens vandaan komen, hij wandelt. Over de modderige paden van de natuurbegraafplaats en door de bossen van de missionarissen van Mill Hill. Op een donderdag staat hij klaar bij de poort, zijn sandalen aan, zijn capuchon over zijn hoofd, klaar om te lopen door de natuur die hem zo lief is. Vaak praat hij over dat boeiende boek, Het leven van een rivier, geschreven door Robert Macfarlane. Hij raakt er niet over uitgesproken, over het leven achter het leven van de zichtbare rivier. ‘We weten eigenlijk niets, we beseffen steeds beter dat we steeds kleiner worden in de fascinerende werkelijkheid van het leven in en rond de rivier. Het geheim van het leven is nog veel groter dan ik dacht. Het is ook veel kwetsbaarder en daar dienen we met respect en zorg mee om te gaan. De aarde is onze moedergrond en zonder haar is er geen leven voor ons. Kijk maar naar de bomen. We zien niet wat er gebeurt, we hebben nog niet eens een vermoeden van het wonder’, aldus broeder Thijs die dik in de 70 is en het liefst de hele middag in de regen en in de gure wind had gelopen.
Verbinding met de overkant
Onverzadigbaar, altijd nieuwsgierig, in de ban van de schepping die beschermd moet worden, op zoek naar het diepste mysterie achter de zichtbare werkelijkheid. Dat mysterie heeft ook met lijden en sterven, met de drempel naar de eeuwigheid te maken. ‘Ken je het boek van Julie Ewa, Au-dela?’, vraagt broeder Thijs. ‘Het gaat over de overkant, over een leven dat we normaal gesproken niet kunnen zien, over een werkelijkheid voorbij de dood. Soms is er iemand die uit zijn of haar lichaam kan treden en ziet wat geen mens kan zien. Soms ben
je in de ban van zulke verhalen omdat het mysterie achter de zichtbare werkelijkheid nog groter wordt. Daarom heb ik dat boek laten komen en lees het nu met grote fascinatie. Wat weten we eigenlijk over leven en dood? Waar zijn onze dierbare doden als we het over de hemel hebben? Hoe is het mogelijk dat er mensen zijn die in hun dromen buiten zichzelf treden en verbinding hebben met de overleden dierbaren? En hoe met dergelijke verhalen om te gaan? Ik probeer te luisteren en te verstaan wat hier gebeurt. De werkelijkheid is zoveel groter dan ons eigen kleine denkkader. “Onderzoekt alles en behoudt het goede”, is een zin van de apostel Paulus die we ter harte mogen nemen. Hoeveel wijsheid en ervaring en ander culturen hebben wij niet afgedaan als bijgeloof en niet wetenschappelijk. Ik heb intussen wel geleerd dat de werkelijkheid veel complexer en gelaagder is dan wij vermoeden of vaak beweren.’ We wandelen door de regen en kou van november, lopend over de plek waar de doden begraven liggen en mijmerend over een werkelijkheid waar we zelden over praten, maar die sommigen in hun dromen of in coma wel ervaren.
Handerarbeid en studie
Thijs Ketelaars is dan zoeker en ziener tegelijk, een dromer en een gelovige ineen, een fluisteraar en een doener tezamen. Hij weegt zijn woorden zoals hij dat in al zijn meditaties doet, op feestdagen en op gewone zondagen. Geen woord staat er zomaar, geen zin wordt routineus doorgegeven. Of zoals het treffend wordt beschreven in het Benedictijns Tijdschrift dat recent verscheen: ‘Abt Thijs gaat voor zoals alleen hij dat kan: met hart en ziel aanwezig bij elk woord dat hij uitspreekt. Hij zegt nooit één woord op de automatische piloot, in elk gebed is hij zó geconcentreerd dat je als kerkganger wordt meegenomen in elk moment. Als hij praat over ‘de grote relatie die ons leven schraagt en die ons nodigt om daar alles op in te zetten’, dan laat hij niemand onberoerd.’

Zo is het echt, hij laat zien wat heilig in deze tijd betekent zonder heilig te zijn, heilig in zijn onvolmaaktheid, beperkingen, kwetsbaarheid en leegte. Daardoor gaat hij open, steeds weer voor het mysterie. Hij is geen mysticus als Jan van het Kruis, zegt hij zelf ook. Daarvoor is hij te zeer een praktisch mens. ‘Heel lang hoorde ik echt bij de broeders. Ik zat met broeder Jan op het dak. Als de riolering verstopt was, moest broeder Thijs dat oplossen. Ik houd van handenarbeid en ik houd van studeren. Die combinatie heb ik in het monastieke leven altijd geweldig gevonden. Toen ik toch diaken werd en op mijn veertigste tot priester werd gewijd, zeiden sommige oude broeders: ‘O, we zijn dus toch te min! Ik hoor het ze nog zeggen! Toen heb ik gezegd: ‘Nee, broeders, vader-abt heeft dit gevraagd voor het welzijn van de communiteit. Ik blijf broeder Thijs, ik word geen pater Thijs’, zo spreekt broeder Thijs er zelf over in een recent gesprek voor het Benedictijns Tijdschrift, daarmee doelend op de scheiding tussen paters en broeders die na het Vaticaans Concilie werd opgeheven. Daarvoor waren de paters er voor het gebed, de broeders voor het dagelijkse werk. Broeder Thijs is altijd allebei blijven doen, zoals hij ook de liturgievernieuwing heeft omarmd, want zo konden alle broeders, ook zij die geen opleiding hadden genoten, samen meedoen in het Nederlandse koorgebed. Daar is jarenlang aan gewerkt, door broeders en zusters uit Nederland en Vlaanderen. Broeder Thijs noemt dan drie namen uit zijn eigen gemeenschap, Hans Brüggen, Frans Berkelmans en Simon Laoût. Hij verwijst naar de toenadering tussen Catholica en Reformatie, met dank aan de liturgievernieuwing, en naar de liederen van Willem Barnard, Jan Wit en Ad den Besten die tot op vandaag in de abdij gezongen worden en die zo goed aansluiten bij de oecumenische en open houding van de benedictijnen in Egmond-Binnen.
Leven in de leegte
Lang was broeder Thijs de laatste der Mohikanen, 25 jaar na zijn intrede gingen alle nieuwkomers na korte of iets langere tijd toch weer weg. ‘Dan denk ik aan een uitspraak van mijn toenmalige abt Van der Wielen: wij zijn niet ingetreden om kinderen te krijgen. Je kiest het pad van het monastieke leven. En of er dan anderen komen, dat heb je niet in je macht. Gelukkig hebben we de laatste tien jaar toch nieuwe aanwas gekregen. Maar mocht ik ooit de laatste zijn, dan blijf ik gewoon het koorgebed doen. En wie weet komt er nog iemand’, zo laat hij in zijn hart kijken, ook over zijn band met Jezus. ‘Ik blijf staande omdat ik een band heb met Jezus, met de Heer die veel menselijker is dan vroeger. Kijk, in het Evangelie waar we elke dag over mediteren, kom je Jezus tegen die zijn weg zoekt. En met name bij Lucas is dat in het stil gesprek met zijn Vader. Dat is me heel dierbaar. En dan zegt Lucas niet wát Jezus met Hem bespreekt, dat is misschien nog wel het schoonste. Want wat is bidden? Voor mij is nu dat ik ga zitten in de Sacramentskapel. Dan ga ik naast Jezus zitten en zeg ik: Jezus, jij bent in gesprek met
de Vader, zou je me willen meenemen? Dan heb ik alles gezegd en leer ik hoe ik dat gesprek moet voeren. Ik ben helemaal geen mysticus, ik ben een heel praktische man, maar dan hoop ik dat iets van de Geest wordt overgedragen zodat ik vandaag zal leven in de Geest van Jezus. Ik leef heel vaak in de leegte. Maar op zo’n moment moet je gewoon blijven zitten’, zo deelt broeder Thijs de ervaring dat een leven met Jezus niet altijd het meest troostvolle of het meest inspirerende hoeft te zijn. Integendeel, want zo vervolgt hij: ‘Mijn dierbaarste tekst uit de Schrift is Filippenzen: Hij heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van ons mensen aangenomen tot de dood aan toe. Dat is het fundament van mijn bestaan: dat God afgedaald is tot een bestaan dat wij zelf niet willen, want niemand wil in de shit zitten. Hij is afgedaald tot een bestaan waarin velen van ons zitten. Dat vind ik zo ongelooflijk dat je daarin wordt meegenomen. Dat is troost zonder troost, daar hoeft geen slagroom op.’
Op een kier
Eerlijk is en blijft broeder Thijs, de mens die geen mysticus is, want hij voelt zich niet zo thuis bij het praten over kastelen en trappen. ‘Ik sta altijd maar aan de deur. Als het over bidden gaat, sta ik met de mond vol tanden. Wie me veel heeft geholpen is Dag Hammerskjöld. Bij mijn abtszegening werd me gevraagd om een devies. Toen heb ik gekozen voor een spreuk van Hammarskjöld: voor U in deemoed, met U in geloof, in U in stilte’, zo zet broeder Thijs de deur van zijn ziel toch een beetje op een kier, ook over de mens die hij vandaag de dag is. ‘Het monastieke leven heeft me veranderd, ik hoop dat ik barmhartiger ben geworden en dat dit terug te zien is in mijn manier van abt-zijn. Ik ben van nature en door mijn opvoeding kordaat en ook wel eens zwart-wit en ongeduldig. Iedere broeder is anders, je moet maatwerk geven. En daarbij is barmhartigheid een belangrijk instrument’, aldus broeder Thijs die het liefst in de tuin zou schoffelen en voor de rest bidden en lezen, maar die weet dat hij nog drie jaar abt zal zijn.
…
De rest van het gesprek met broeder Thijs kunt u lezen in Klooster! 34, blz. 10-17
tekst: Leo Fijen
Foto’s: Peter Beemsterboer




