Tien tips voor een geïnspireerd leven buiten de muren
‘Kloosterlingen hebben makkelijk praten. Die zijn de hele dag in een klooster, waar alles ingericht is op een aandachtig leven. Ik moet zometeen weer terug naar mijn werk, dat is toch onvergelijkbaar?’
Het antwoord van de abt op deze vraag van een van zijn leerlingen was: ‘U neemt het klooster zometeen mee naar huis in uw eigen hart.’ Daar kon de leerling het mee doen. Korte handreiking met tien tips voor een geïnspireerd leven in je eigen omgeving.
1. De dag beginnen met een klein gebaar
In het klooster maak je ’s ochtends een kruisje op je lippen en je zingt drie keer het vers: ‘Heer, open mijn lippen, en mijn mond zal uw lof verkondigen.’ Het eerste woord is een gezang voor God.
Niet iedereen kan natuurlijk thuis de dag met een psalm beginnen. Maar toch, zou het niet een mooi ritueel zijn om een gebaar te ontdekken dat past bij dat moment? Een kruisteken meteen na het opstaan?
2. Vaste momenten waarop je stilstaat
Het dagritme wordt in het klooster bepaald door de kloosterklok, ‘opdat niets boven het Werk Gods gesteld moge worden’, zo staat het in de Regel Van Benedictus. Je laat alles even rusten om je op het wezenlijke te bezinnen. Monniken doen dit in de kloosterkerk door hun officie, de gebedsdiensten.
Zou het niet mooi zijn om vaste momenten in je dagritme in te bouwen, bijvoorbeeld rond de mid-dag, waarop je je aan de hand van een bezinning of gebed richt op datgene waar het eigenlijk om gaat?
3. De dag afsluiten in stilte
Op het einde van de dag gaan monniken in stilte naar hun cel en houden die stilte tot de volgende ochtend. Dat is niet alleen maar een organisatieprincipe om de nachtrust niet te zeer te verstoren, maar het is ook en vooral een spirituele stilte – vrede en ontvankelijkheid.
Wanneer je bijvoorbeeld nog jonge kinderen hebt, of onregelmatig werk, is het zeker in deze tijd van thuiswerken en tegelijkertijd de kinderen les geven, bijna nooit stil als je dat wilt. Dan is het goed om erover na te denken wanneer je de stilte van de nacht bewust laat ingaan en hoe je dat doet – wellicht door een korte dag-reflectie en daarna alles wat lawaai maakt in je hoofd en hart bewust los te laten?
4. Eten in stilte
In veel kloosters worden de maaltijden in stilte genuttigd, en er wordt voorgelezen bij het eten. Dat is in het begin onwennig, maar kan ook een mooi ritueel worden dat alle aandacht richt op het hier en nu van het eten en tegelijk de voorwaarden schept om naast het lichamelijke ook het geestelijk voedsel tot je te nemen.
Het is natuurlijk niet te doen om in je gezin of in een andere groep zwijgend aan tafel te zitten. Maar toch, is het niet een aardige suggestie om voor een korte tijd de rust aan tafel te bewaren, bijvoorbeeld door samen even stil te zijn, voor en na het eten? En zou het ook niet mooi zijn om met elkaar af te spreken bij het eten niet te verzanden in het uitwisselen van onbenullige dagelijkse gebeurtenissen maar juist meer wezenlijke dingen te delen. Noem een ontmoeting of een wijsheid van de afgelopen dag.
5. Mensen welkom heten
Wanneer in een klooster aangeklopt wordt, begroet de portier de gast met de woorden Deo gratias – Dank zij God. Je dankt niet de gast dat hij komt en je vindt het ook geen gunst dat je de deur opent, maar je beseft met deze groet dat ieder mens een Godsgeschenk is.
Hoe begroeten wij mensen wanneer er aangebeld wordt? Zijn we gastvrij omdat het moet, omdat we het gezellig vinden, of ervaren we het als een heilige plicht? Herkennen we de ander die op bezoek komt echt als verrijking en beseffen we dat wie bij ons binnen wil komen ook Christus kan zijn? En als de gast binnen is, maken we dan eerst ons werk af en beantwoorden we dan nog wat mails, of leggen we onze taken neer en zijn we een en al aandacht voor de gast, ook als die ongelegen komt?
Volgende week volgen de volgende 5 tips.
Uit: Klooster! 14
Tekst: Leo Fijen en Thomas Quartier
Foto: Peter Beemsterboer





