Klooster! 34 Ik bewaar: Alles is een cadeau van de Allerhoogste’

Een luisterend oor, een helpende hand, een groet van vrede… Franciscus van Assisi koos voor kleinheid en nabijheid. Vier verhalen uit de Franciscaanse familie, over eenvoud, verbondenheid en het samen zoeken naar God.

Broeder Christophorus Goedereis

Sinds een jaar leven in het Emmausklooster te Velp zes broeders uit vijf landen onder één dak. Broeder Christophorus, zelf afkomstig uit Duitsland, vertelt over het nieuwe begin van deze internationale kapucijner kloostergemeenschap: ‘Wij zijn ervan overtuigd dat dit religieuze leven – dat wij hebben beloofd – nog steeds zin heeft en aantrekkelijk is voor de mens van hier en nu.’

Net als franciscanen en clarissen maken kapucijnen deel uit van de franciscaanse kloosterfamilie. ‘Er is zoveel geschreven over Franciscus’, zegt broeder Christophorus, ‘maar voor mij is zijn spiritualiteit samen te vatten in twee woorden: sine proprio. Letterlijk betekent dat: ‘zonder eigen’Wij kunnen niets in ons leven ons eigendom noemen. Dat geldt voor materiële dingen, maar net zo goed voor gedachten, theorieën, ideologieën of waarheden… We moeten open blijven voor nieuwe perspectieven, in het besef dat God steeds groter en anders is dan in onze gedachten. De waarheid van de heilige Geest is dieper dan in alle boeken staat die ooit zijn geschreven!’

‘Het is een cadeau dat we hier mogen zijn, in dit pand’, lacht broeder Christophorus. ‘Dat we hier mogen openstaan voor het leven, voor God, voor andere mensen, voor wat er gebeurt in de maatschappij… Onze gasten zien mensen uit vijf verschillende landen die vredevol, vrolijk en vriendelijk samenleven, en tussendoor nog tijd hebben voor gebed en stilte. Maar natuurlijk weten we als broeders dat er cultuurverschillen zijn. En kleine dingen kunnen snel uitgroeien tot grote misverstanden. Het gaat langzaam, stapje voor stapje. Maar het belangrijkste is: je moet het wíllen. Juist door bewust te zijn van onze verschillen, hebben we meer aandacht voor elkaar en voor elkaars gevoeligheden. Tja, wij leven zo, niet omdat we zo heilig zijn, maar omdat we in onze beperking momenteel niet ánders kunnen doen dan dat.’

Broeder Christophorus gaat nog even door op het woord heilig: ‘We blijven tot het einde van ons leven beperkte mensen. We zullen hier op aarde nooit heilig worden, daarvoor moeten we toch wachten op de grote doorgang van de dood. Dat gold voor Franciscus net zo goed.’ Even later voegt hij eraan toe: ‘Juist daar raakt sine proprio ons dagelijks leven. We krijgen ons leven niet op grond van onze verdiensten, maar het is ons geschonken! Alles is een cadeau van de Allerhoogste.’

Uit: Klooster! 34
Tekst: Marian de Heer; Foto: Rogier Veldman

Boeken