Sluiting moederabdij La Trappe wellicht niet te vermijden

Meerdere trappistenabdijen sloten de voorbije jaren de deuren door vergrijzing. De gebouwen zijn te groot voor de kleine groep religieuzen.

In een verklaring van 6 maart 2026 kondigde de gemeenschap aan dat ze overweegt om in 2028 te vertrekken. Dit besluit volgt op ‘een lange periode van bezinning’, aldus de verklaring. De monniken noemen zowel het tekort aan roepingen als de steeds zwaarder wordende last van de gebouwen, waardoor het voor hen steeds moeilijker wordt om op de oude site te blijven.‘Het klopt dat de broeders, na een lange periode van bezinning en gezien het tekort aan roepingen en de steeds zwaarder wordende last van het landgoed, overwegen om rond 2028 te vertrekken. Er zijn gesprekken gaande met andere gemeenschappen om geschiktere oplossingen te vinden, die zowel economisch als spiritueel relevanter zijn. De situatie is al tientallen jaren moeilijk en veel andere abdijen zijn al van eigenaar veranderd.’

‘Hoewel het geen ramp is, is het zeker het einde van een tijdperk. De gemeenschap, die al bijna negen eeuwen gevestigd is in de regio, heeft hechte banden gesmeed met haar omgeving: de buren, het dorp en het bisdom. Het vertrek van de broeders zal ongetwijfeld een groot verlies zijn voor iedereen die, soms al generaties lang, verbonden is met de gemeenschap. Omdat het klooster nog niet te koop staat, zijn potentiële kopers onbekend. In de warmere maanden zullen er weer rondleidingen door de broeders worden gegeven. Zij hopen op uw begrip en steun tijdens deze belangrijke fase van hun pelgrimstocht.’

Veel stilte, vroeg opstaan en handenarbeid

De Abdij Notre-Dame de la Grande Trappe in het Normandische Soligny-la-Trappe is de bakermat van de trappisten, en was reeds sinds 1147 een cisterciënzerklooster. In 1664 voerde abt Armand de Rancé(1626-1700) een hervorming door in La Trappe, die leidde later tot de stichting van de Cisterciënzers van de Strikte Observantie, ook trappisten genoemd, naar de naam van het klooster waar de vernieuwing ontstond.  

Deze hervorming beoogde een terugkeer tot de oude gestrengheden, met veel stilte, vroeg opstaan, handenarbeid en vegetarische maaltijden. Vanuit de gemeenschap la Trappe, die de Franse Revolutie kon overleven onder leiding van de monnik Augustin de Lestrange, werden meerdere kloosters gesticht. In 1892 werd de ‘trappisten’ als een aparte orde erkend door Leo XIII.

Verschillende Franse trappistenabdijen sloten recent hun deuren, voornamelijk door een gebrek aan roepingen. Vorig jaar nog Notre-Dame du Port-du-Salut, dat nog maar zes leden telde, allen ouderen, en de abdij Notre-Dame de Bellefontaine. In 2011 sloot in Vlaanderen de Achelse Kluis en vorig jaar in Nederland de abdij van Zundert. Beide abdijen waren bekend om hun bieren. Enkele weken geleden werd aangekondigd dat de trappistinnen van Brialmont, bisdom Luik, hun klooster zullen verlaten. Volgens de statistieken zijn er in België vijf trappistenabdijen met zo’n 60 monniken en vijf trappistinnenkloosters met 67 zusters. (EDS)

Bron: Aleteia/La Trappe; overgenomen van Otheo.be

Boeken