Schriftlezingen: Genesis 18,1-10a; Psalm 15; Kolossenzen 1,24-28; Lucas 10,38-42
Het evangelie neemt ons met Jezus mee naar Betanië, naar het huis van Marta en Maria. Uit het evangelie van Johannes weten we dat dit een plek was die Jezus dierbaar was: Hij verbleef er vaak, vooral toen de geschillen met de farizeeën verhardden en de vijandigheid tegen Hem toenam. De vriendschap en het hartelijke welkom van deze familie hielpen Hem en steunden Hem. Alle huizen, alle gemeenschappen van Jezus’ leerlingen zou den hetzelfde moeten doen. Dat is ook een waardevolle aanwijzing voor onze dagen, waarin we wantrouwen en afwijzing, conflicten en oorlogen zien groeien, dichtbij en ver weg, zo talrijk dat we de meeste ervan vergeten. Het huis van Betanië herinnert ons aan de urgentie van verwelkoming en ontmoeting, een dimensie die diep geworteld is in de Bijbel. We hoeven alleen maar te denken aan wat er gebeurt bij Mamre, een verhaal dat de liturgie van vandaag plaatst naast dat van het evangelie. Bij het zien van de drie pelgrims rent Abraham hun tegemoet, werpt zich ter aarde en ver welkomt hen vervolgens voor de maaltijd. Wat een contrast met de vijandigheid waarmee vreemdelingen die ook de woestijn of de zee oversteken om te ontsnappen aan oorlog, honger of onrecht vandaag de dag worden tegengehouden.
Het evangelie spoort de leerlingen aan om de stijl en betekenis van verwel koming en ontmoeting grondig te begrijpen. De evangelist Lucas – de enige die dit verhaal vertelt – vermeldt dat het Marta is die hem verwelkomt in hun huis: “Een vrouw, Marta genaamd, ontving Hem”. Zij is het die de tafel klaarmaakt, haastig. Haar zus Maria is ook aanwezig, zij “kwam aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden”. Marta is volledig in beslag genomen door de bediening. Jezus veroordeelt haar niet om haar activisme, maar wil dat ze begrijpt hoe belangrijk het is om naar het woord van God te luisteren. Temeer omdat het gebaar dat Maria maakt in die tijd ondenkbaar was: vrouwen waren uitgesloten van het lezen van de Torah. De evangelist is zich er terdege van bewust dat hij met deze scène een vernieuwende leer voorstelt: Maria, een vrouw, heeft als leerling toegang tot Jezus op dezelfde manier als de apostelen. In haar zien we de identiteit van de leerling van Jezus. Het is een scène om te overwegen, te koesteren en niet te vergeten. De leerling is degene die luistert. Daarom kan Paulus later schrijven dat het geloof voortkomt uit het luisteren. Luisteren naar het woord van God is het eerste werk van de leerling, zijn eerste houding: aan de voeten van de Meester zitten en naar Hem luisteren zonder één woord uit zijn mond te missen. Aan Marta, die dit primaat dreigt te minimaliseren, herinnert Jezus wat essentieel is, het enige wat echt nodig is: luisteren.
Vincenzo Paglia
Het Woord van God elke dag 2025
Afbeelding: Marta en Maria, Carl Almquist (1848 – 1924), Sint Nicolaskerk Örebro, Zweden





