20e Zondag door het jaar C – Geen vrede zonder liefde

Schriftlezingen: Jeremia 38,4-6.8-10; Psalm 40; Hebreeën 12,1-4; Lucas 12,49-53

Er gaat een dringendheid uit van het evangelie van deze zondag om aan alle mensen aan te kondigen dat het koninkrijk van God voor de deur staat. Jezus is bewogen door medelijden met de menigte “omdat ze geplaagd en gebro­ken waren als schapen zonder herder” (Mt 9,36). Hij roept de mensen op om zich te bekeren, want het koninkrijk der hemelen is ophanden. En Hij trekt “alle steden en dorpen rond, terwijl Hij in hun synagogen onderricht gaf, de goede boodschap van het koninkrijk verkondigde, en elke ziekte en elke kwaal genas” (Mt 9,35). Helaas wordt deze dringendheid vandaag de dag vaak verduisterd, verstikt en beperkt: verduisterd door het klimaat van geweld, verstikt door oorlogen en onrechtvaardigheid en soms beperkt door de leerlingen zelf als zij de uitnodiging van de Heer negeren en hun eigen prioriteiten stellen. Het is zo gemakkelijk om te berusten. Hoe vaak horen we niet: “Er is toch niets aan te doen” of “Zo zit de wereld nu eenmaal in­een”. Maar de Heer zegt ons: “Ik kwam om vuur op aarde te brengen en wat zou Ik graag willen dat het al brandde”. Laten we ons op sleeptouw nemen door zijn hartstocht en branden met dat vuur. Dan zullen we de laagheid van onze eigen hartstochten en de gierigheid van ons hart opmerken, want helaas is zo vaak het enige vuur dat in ons brandt dat van de eigenliefde, die de kerkvaders filautìa noemen. De liefde van Jezus is van een totaal an­dere aard. Het is een zoete en overweldigende liefde, die ons onszelf doet vergeten, zodat de liefde voor de armen kan groeien. “Denken jullie dat Ik ben gekomen om vrede te brengen op aarde? Nee, zeg Ik jullie, eerder ver­deeldheid”, zegt Jezus ons vandaag. Wij zouden Jezus deze woorden niet spontaan in de mond leggen. Maar het evangelie verschilt van onze manier van denken. Jezus’ uitspraak wil ons duidelijk maken dat Hij niet gekomen is om ons egocentrisme te verdedigen, maar de liefde voor de anderen. Jezus is niet gekomen om de gierige onverstoordheid te verdedigen van de rijke man die niet eens ziet dat de arme Lazarus voor zijn deur verhongert. Hij is niet gekomen om het egocentrisme te verdedigen van de priester en de Leviet die de halfdode man op de weg zien en toch voorbijlopen. Dat is geen vrede, maar hebzucht, en zoals de orthodoxe aartsbisschop van Tirana, Anastasius, eens zei: “Het tegenovergestelde van vrede is niet oorlog, maar egocentris­ me”. Vrede kan niet bestaan zonder sterke, hartstochtelijke liefde.

Vincenzo Paglia
Het Woord van God elke dag 2025

Boeken