Schriftlezingen: Genesis 15,5–12.17–18; Psalm 27; Filippenzen 3,17 – 4,1; Lucas 9,28b–36
De gedaanteverandering, die plaatsvindt in het hart van Jezus’ reis naar Jeruzalem, volgt onmiddellijk op de eerste aankondiging van Jezus’ lijden, een aankondiging waarvan de leerlingen de betekenis niet begrepen. We kunnen ons het gevoel van eenzaamheid voorstellen dat Jezus op dat moment voelde en de behoefte om door de Vader gesteund te worden om de zending te volbrengen die Hij Hem had toevertrouwd. Lucas noteert dat Jezus “ongeveer een week na deze woorden” de berg op ging “om te bidden” en de drie leerlingen met zich meenam die het dichtst bij Hem stonden. En “terwijl Hij aan het bidden was, veranderde Hij van uiterlijk en werden zijn kleren stralend wit”. Het is een spirituele gebeurtenis waarbij Jezus betrokken is terwijl Hij bidt. Zijn gezicht werd stralend, niet omdat het van buitenaf werd verlicht, maar omdat het zelf een bron van licht was. Zijn kleren straalden ook. Het Griekse werkwoord dat gebruikt wordt, betekent letterlijk “bliksemschichten”. Het komt zelden voor in de Bijbel. Maar op dit tragische moment, waarop zoveel oorlogen uitbreken, worden de flitsen van de transfiguratie afgezet tegen de flitsen die door bommen worden veroorzaakt, om ons te herinneren aan de lichtflitsen die uitgaan van gebaren van vrede, liefde en broederlijkheid. Ja, de transfiguratie is de antioorlog. Jezus spreekt op dit moment over “de voleinding van zijn leven in Jeruzalem”, terwijl Hij de Schriften – Mozes en Elia – ondervraagt om de wil van de Vader te begrijpen en die tot het einde toe te volbrengen.
De gedaanteverandering van Jezus herinnert ons eraan dat het gebed ons verandert, ons hart verandert en de hele geschiedenis waarin we zijn on dergedompeld. Het is een bladzijde uit het evangelie die krachtig tot uiting komt in onze tijd, waarin de mens de werkelijkheid wil veranderen door zich aan wapens toe te vertrouwen. We zijn meer gepassioneerd door oorlog dan door vrede en het zoeken naar manieren om de vrede terug te brengen. Laten we toestaan dat ons hart en onze kleren getransfigureerd worden, om op onze beurt bij te dragen aan de transfiguratie van het leven van onze broers en zussen. Laten we ons niet laten overmannen door slaap. We moeten wakker worden uit trieste en berustende gedachten die ons doen denken dat er niets aan te doen is, of erger nog, dat de oplossing in de wapens ligt. Het gebed transformeert ons hart en bevrijdt het van gewelddadige gedachten. Het gebed is zeker een zwakke kracht, maar toch heeft het de macht om de duisternis van haat en de blinde kracht van wapens te verlichten. Laten we het licht bewaken en volharden in gebed. Het opent onze ogen en sterkt ons hart. Net als Petrus zullen ook wij dankbaar en verbaasd zeggen: “Meester, het is maar goed dat wij hier zijn; laten wij drie hutten maken, een voor U, een voor Mozes, en een voor Elia”. Petrus laat zich meeslepen in die geestelijke ervaring van Jezus. Elk gebed is een transfiguratieervaring die iemand op Jezus doet lijken.
De liturgie is onze Tabor. Hier, als we naar de Zoon van God luisteren, worden we getransfigureerd: ons leven en ons hart gaan meer op Hem lijken, zijn gevoelens dringen ons hart binnen, we voelen zijn medeleven en we delen zijn hoop om de wereld te veranderen.
Vincenzo Paglia
Het woord van God elke dag 2025
Afbeelding: Transfiguratie Kees Aalbers
Links op het schilderij is Jezus te zien in stralend wit. Een lichtstraal vanuit de hemel en vanuit Christus vormen samen een kruis, als verwijzing naar Jezus’ levenseinde. We zien rechts van Christus zijn gesprekspartners Elia (l) Mozes (r), die we recht in het gezicht kijken. Rechtsonder is in bloedrood het lijden van Christus in beeld gebracht.
Bron: Tilburg School of Catholic Theology





