2e Zondag van Pasen jaar C – Beloken Pasen

Schriftlezingen: Handelingen 5,12-16; Psalm 118; Openbaring 1,9-11a.12-13.17-19; Johannes 20,19-31

Op deze tweede zondag van Pasen nodigt de kerk ons uit om de barmhartig­heid van God te vieren, die haar hoogtepunt en bron vindt in het mysterie van Pasen. Het evangelie vertelt over het eerste en het tweede Pasen, als om de indeling van de tijd te markeren door de zondagen van toen tot op de dag van vandaag. In elke zondagsliturgie vindt de ontmoeting met de Verrezene plaats: “Jezus kwam. Ineens stond Hij in hun midden”. Hij verschijnt niet, Hij komt. En zijn eerste woorden zijn een vredesgroet: “Vrede!”, waarmee Hij verrijzenis en vrede onlosmakelijk met elkaar verbindt. Het is geen voor de hand liggende of gewoon rituele groet. Jezus legt meteen een verband met de wonden op zijn lichaam, zoals de evangelist opmerkt: “Na deze groet toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde”. Er is geen Pasen zonder wonden en wij gelovigen zouden daaraan kunnen toevoegen dat er geen wonden zijn zonder Pasen, zonder verrijzenis. Als we de vele wonden van de ontelbare gekruisigden opsommen, kunnen we niet anders dan beginnen met de oor­logen. Het evangelie volgens Johannes vertelt na de eerste zondag over de volgende zondag, als ook de apostel Tomas aanwezig is, die het verslag van de eerste paasdag niet had geloofd. Hij is geen slechte leerling, integendeel, hij is edelmoedig. Toen hij een paar dagen eerder mee naar Lazarus ging, die ernstig ziek was, zei hij in naam van allen: “Laten wij ook maar gaan, dan kunnen we samen met Hem sterven”. Hij is echter te zeker van zichzelf, van zijn overtuigingen, zozeer zelfs dat hij anderen die hem vertellen dat ze de verrezen Heer hadden gezien, antwoordt: “Ik wil zijn handen zien, met de gaten van de spijkers erin; ik wil ze met mijn vingers voelen. Ik wil met mijn hand de opening in zijn zijde voelen. Anders geloof ik niet”. Wij verschillen niet zoveel van Tomas, zeker als we zijn van onszelf, van onze gevoelens. Ook wij hebben er, net als hij, behoefte aan om de Heer opnieuw te ontmoe­ten, om Hem te horen, om Hem te zien, om Hem aan te raken en om Pasen te ervaren. Jezus zelf komt naar ons toe, ook vandaag, om ons te zeggen: “Kijk maar, hier zijn mijn handen; kom nu maar met je vinger. En kom met je hand om de opening in mijn zijde te voelen. Wees niet langer ongelovig, maar gelovig”. Voor de door de wonden van het kruis getekende Jezus belijdt Tomas zijn geloof: “Mijn Heer! Mijn God!”. Het is een geloofsbelijdenis die nog nooit iemand eerder had gedaan, zelfs Petrus niet. En Jezus richt zich tot hem en tot alle leerlingen, ook tot ons, met de woorden: “Omdat je Me gezien hebt geloof je? Gelukkig zij die zonder gezien te hebben toch tot ge­loof komen”. Het is de laatste zaligspreking van het evangelie. En de eerste voor ons. Na Pasen komt het geloof voort uit het luisteren naar het woord van God en het zien en aanraken van de wonden van de mensen.

Vincenzo Paglia
Het Woord van God elke dag 2025

Boeken