Schriftlezingen: Deuteronomium 6,2-6; Hebreeën 7,23-28 en Marcus 12,28b-34
Wat we belangrijk vinden
Er zijn de nodige zaken
die mensen over het algemeen hoog aanslaan; wat we belangrijk vinden
merken we vooral
als we geraakt worden in deze zaken:
onze gezondheid hoort daar natuurlijk bij, baan, gezin, mensen om wie we geven, geld, zelfstandigheid en je eigen leven kunnen leiden. Vaak maken mensen zich ook wel heel erg druk
om dingen die op de keper beschouwd
eigenlijk niet zo belangrijk zijn.
TV programma’s als Het familiediner of De rijdende rechter mogen dat proberen op te lossen en daar smult het hele land van,
want het is zo ontzettend herkenbaar.
Wat is het aller voornaamste?
Maar wat is nu echt het allerbelangrijkste,
waaraan zouden we voorrang geven boven alles?
Af en toe is het zeker goed daaraan te denken
– wat is nu werkelijk belangrijk voor mij? –
en daardoor dus allerlei andere zaken te relativeren. Welk aspect van ons leven
– met alles erop en eraan, er is zoveel… –
zouden we het eerst willen redden en behouden? Wat is het aller voornaamste? In het evangelie van vandaag
komt een Schriftgeleerde naar Jezus toe om in feite dít te vragen:
“Wat is het allereerste gebod?”
Waaraan moet je boven alles waarde hechten? Wat moet bovenaan ons “to do” lijstje staan?
Luister, Israël!
Wie weleens een ontmoeting
met Rabbijnen en andere Joden heeft meegemaakt, heeft misschien beleefd
hoe die het “Shema Jisrael” zongen.
Deze Hebreeuwse woorden betekenen:
“Hoor Israël”, luister,
maar “luister” in de zin van:
“Neem het goed in je op”.
Het is een tekst die Jezus vandaag citeert
en die gelovige Joden
nog steeds meermalen per dag bidden
en die ze bij allerlei bijzondere gelegenheden
in de mond nemen;
en velen van hen
dragen de woorden van dit gebed
in kokertjes met gebedsriemen, de tefilin,
op het hoofd, bij het hart en op de hand
. Voor de gelovige orthodoxe Joden
is deze tekst fundamenteel.
Wie hen die heeft zien bidden
kan getuigen dat ze die
met eerbied, overgave en zelfs ontroering
zingen of uitspreken:
ze leggen hun hart in die woorden.
Die behoren tot de kern van hun geloof. De tekst van deze geloofsbelijdenis gaat over de liefde tot God
en de liefde tot de naaste.
Shema: het aller voornaamste gebod
Het is de tekst van dit gebed
die Jezus uitspreekt
in het evangelie van deze zondag
als antwoord op de vraag wat het belangrijkste is; en Hij voegt eraan toe
dat niets, geen ander gebod,
voornamer is, dan deze twee.
Deze twee zijn één
Het bijzondere in dit antwoord is
dat Jezus twee geboden ziet
– de liefde tot God en de liefde tot de naaste – maar die twee als één enkel gebod beschouwt. Dat betekent dat Hij aangeeft
dat ze samenhangen,
dat het uiteindelijk gaat om de liefde
en dat we God niet werkelijk liefhebben
als we niet ook de naaste, de medemens beminnen, die Hij heeft geschapen;
en dat we onze naaste en onszelf
niet volledig beminnen
als we niet ook de Schepper liefhebben
die deze mens
naar zijn beeld en gelijkenis heeft gemaakt.
Juist dat maakt een mens, iedere mens,
zo mooi en uniek!
Als we iets voor een medemens doen,
een daad van naastenliefde stellen,
is dat ook een gave aan God:
“Wat je voor de minsten der Mijnen hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan”. Het is dit geloof dat we als christenen delen met onze Joodse broeders en zusters.
Wat betrekkelijk is en wat niet
Er zijn allerlei momenten in ons leven
dat we ervaren
wat werkelijk belangrijk is.
Vooral als we te maken krijgen met gemis.
De dochter van een multimiljonair werd gekidnapt, hij had alles willen geven, heel zijn bezit, om zijn dochter levend terug te krijgen;
als er een levensbedreigende ziekte opkomt, of er overlijdt een dierbaar iemand,
dan verliezen alle andere dingen
waar we ons druk over hebben gemaakt, ineens hun waarde:
het wordt zo betrekkelijk,
het telt niet meer,
wat is het waard
in het licht van de eeuwigheid?
Het hoogste is de liefde
Behalve de liefde,
die verliest zijn waarde niet,
die wordt alleen maar belangrijker als we te maken krijgen met gemis: iemand die er dan voor je is,
is meer waard dan goud;
het eigenlijke gemis is,
als die liefde er niet is. Dus dat is het eerste gebod: de liefde!
En dan niet de liefde
die in talloze hits wordt bezongen:
dat is de liefde van het gevoel en het verlangen, dan gaat het nog heel sterk om wat wijzelf willen hebben, naar ons toe willen halen.
Dat eerste en tweede gebod gaat over een gevende liefde,
een liefde die offers brengt, een liefde die maakt
dat we er voor een ander zijn, zo goed als we kunnen.
Eerst luisteren…
Dit Joodse gebed dat Jezus citeert, begint met het woord “luister”, hoor; dat is een uitnodiging
om even niet zelf aan het woord te zijn, want als we spreken gaat het om iets wat uit ons komt, om onze woorden;
als we luisteren openen we onszelf voor wat van buiten tot ons komt; daar begint de liefde! Laten we Gods zegen vragen om Hem lief te kunnen hebben met heel ons hart
en de naaste als onszelf.
† Jan Hendriks





