Schriftlezingen: Maleachi 3,19-20a; Psalm 98; 2 Tessalonicenzen 3,7-12; Lucas 21,5-19
Het liturgisch jaar loopt ten einde en het woord van God spoort ons aan om na te denken over de “laatste dingen”, over “de dag die zal branden als een oven”, zoals de profeet Maleachi het verwoordt. Het evangelie volgens Lucas besteedt ook aandacht aan het thema van het “einde der tijden”. In de typische taal van die tijd zegt Jezus: “Er zullen zware aardbevingen zijn en op verscheidene plaatsen hongersnood en pest; en er zullen zich schrikwekkende en grote tekenen voordoen aan de hemel”. En opnieuw waarschuwt Hij: “Voordat dit allemaal gebeurt zal men u oppakken en vervolgen”. Dat zijn woorden die we ook in onze tijd in vervulling kunnen zien gaan. Jezus wil ons niet bang maken. Hij wil dat wij meer aandacht schenken aan het einde waar de geschiedenis heen leidt, en waarheen wij op weg zijn. We kunnen immers alleen maar een weg kiezen als we weten waar we heen gaan. Aanstaande zondag, met het feest van Christus de Koning, opent de liturgie onze ogen voor het einde van de geschiedenis, dat zal komen wanneer Jezus regeert over alles en iedereen. Deze bladzijde van het evangelie schudt ons wakker uit onze gemakzucht en nodigt ons uit om onze blik op Jezus te richten en aan zijn zijde te staan om de komst van zijn rijk te bespoedigen, dat wil zeggen: van een broederlijkere, meer verenigde en vredevollere wereld.
Paus Franciscus wilde dat de zondag vóór het feest van Christus Koning gewijd werd aan het feest van de armen. Alle kerken worden uitgenodigd om hun deuren te openen voor de armen en hen te verwelkomen in de liturgie, zoals hij doet in de Sint-Pietersbasiliek. En aan het einde van de liturgie wordt hun een maaltijd aangeboden. Zo tonen wij dat de liefde voor de armen geen gebaar van liefdadigheid is aan buitenstaanders van de gemeenschap. Dit feest maakt de theologische betekenis van de liefde voor de armen duidelijk, want zij maken als onze broers en zussen deel uit van de kerk. Meer, in hen is Christus zelf onder ons aanwezig. Dit feest helpt ons beter te begrijpen wat verschillende keren in het evangelie wordt gezegd over het koninkrijk van God, waar Christus de Koning is. Denken we aan de eerste zaligspreking: “Zalig de armen, want hun behoort het koninkrijk der hemelen”. Dat koninkrijk der hemelen is als een feestmaal dat de Heer bereidt en waar de armen op zijn uitgenodigd. De les is duidelijk: er is een hechte band tussen het altaar van de eucharistie en de tafel van de armen. Het zijn onafscheidelijke altaren, twee onlosmakelijk verbonden vormen van eredienst. Hier worden wij getuigen van het wonder van de buitengewone vriendschap tussen de leerlingen van Jezus en de armen. Het is het beeld van die universele broederlijkheid zonder barrières of grenzen die het evangelie tot stand wil brengen.
Vincenzo Paglia
Het Woord van God elke dag 2025
Foto: Aleš Kartal via Pixabay





