Palmzondag – Een mens van gerechtigheid

Bij de palmprocessie: Matteüs 21,1-11
In de mis: Matteüs 26,14-27,66

‘Vanaf nu zult ge de Mensenzoon zien, gezeten aan de rechterhand van de Macht en komend op de wolken van de hemel.’

Bij het begin van de viering wordt het verhaal over de intocht van Jezus in Jeruzalem gelezen, in dit jaar A volgens Matteüs (21,1-11), en daarna het lijdensverhaal, dit jaar ook volgens Matteüs (26,14-27,66, met weer de mogelijkheid van een kortere versie: 27,11-54).

Het verhaal van de intocht in Jeruzalem is in de drie synoptische evangelies nagenoeg gelijkluidend, met alleen kleine variaties in de formulering. Johannes heeft, zoals meestal, een eigen invulling (Johannes 12,12-19). Dat is overigens de enige versie waarin sprake is van palmtakken bij de intocht van Jezus (Johannes 12,13).

Die hebben aan deze zondag de naam Palmzondag gegeven. Palmtakken hoorden bij het joodse oogstfeest van Soekot, het Loofhuttenfeest, dat dit jaar tussen 25 september en 2 oktober gevierd wordt. Die ene vermelding bij Johannes heeft aan Palmzondag zijn naam gegeven. Wel een beetje vreemd. Van de andere drie evangelisten spreekt Matteüs slechts van ‘takken van bomen’ (21,8: κλάδους ἀπὸ τῶν δένδρων) en Marcus van ‘takken met bladeren’ (11,8). Lucas vermeldt noch palmen noch takken. De ‘takken van bomen’ die, samen met mantels, op de weg werden gelegd, verwijzen naar de praktijk bij de intocht van koningen, zoals beschreven bij de intocht van koning Jehu in 2 Koningen 9,13.

Matteüs legt nog andere eigen accenten, zoals ook Lucas dat doet. Bij Lucas hoorden we vorig jaar dat Jezus huilt als Hij Jeruzalem ziet. Lucas is de enige van de vier evangelisten die dit vertelt. De enige andere keer dat we horen dat Jezus huilt is in het Johannesevangelie, in de evangelielezing van vorige week zondag, als Hij hoort dat zijn vriend Lazarus is overleden. Matteüs heeft in het verhaal van de intocht minstens twee eigen toevoegingen.

De eerste is de toevoeging van ‘iets dat de profeet heeft gezegd’ en nu in vervulling is gegaan: ‘Zeg tegen vrouwe Sion: “Kijk, je koning is in aantocht, Hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier” (vers 5). Het zijn feitelijk citaten uit twee profetenboeken die Matteüs hier in elkaar schuift: Jesaja 62,11 en Zacharia 9,9. Zij duiden aan wie Jezus is: een vorst van zachtmoedigheid. Het is dus eigenlijk een korte geloofsbelijdenis.

Dat geldt ook voor de tweede toevoeging van Matteüs: de belijdenis vanuit de menigte (ὄχλοι) in het slotvers van de evangelielezing, eveneens ontbrekend bij Marcus en Lucas. ‘Dit is de profeet Jezus, die uit Nazareth in Galilea’ (vers 11: Οὗτός ἐστιν ὁ προφήτης Ἰησοῦς ὁ ἀπὸ Ναζαρὲθ τῆς Γαλιλαίας). Over de sterke tegenstelling die Matteüs, schrijvend voor joodse christenen aan de rand van Israël, steeds maakt tussen Judea, het centrum van de religieuze en politieke macht, en Galilea, het randgebied van de heidenen, waar Jezus vandaan kwam, keert hier weer terug. Het klinkt als een waarschuwing voor Judea en Jeruzalem, voor het establishment: wees gewaarschuwd, de koning van barmhartigheid komt eraan.

Deze koning Jezus komt op een ezeltje. Zo had de profeet Zacharia het voorspeld. Een koning die als een hofnar alle pracht en praal onderuit haalt. Een koning die de wereld op zijn kop zet. Een koning die komt als een tsaddik, een mens van gerechtigheid. Die zelf geen gerechtigheid van de kant van de mensen zal ondervinden. Maar dat horen we later deze week. Vandaag mogen we nog even met de mensen langs de kant van de weg in Jeruzalem halleluja en hosanna zingen. Want uiteindelijk zal het goed komen: het leven van de Levende overwint. Maar dat horen we vandaag over een week.

Peter Nissen
Loslaten en groeien

Afbeelding: Byzantijns Icoon, 11e eeuw

Boeken