Schriftlezingen: Genesis 14,18–20; Psalm 110; 1 Korintiërs 11,23–26; Lucas 9,11b–17
Met Paulus’ verhaal van het Laatste Avondmaal aan de Korintiërs brengt de liturgie van deze zondag ons opnieuw bij die krachtige en concrete woorden: “Dit is mijn lichaam” en “Dit is mijn bloed”. Het is waarlijk het mysterie van het geloof, zoals we samen belijden na de consecratie. Het is het mysterie van een voortdurende en bijzondere aanwezigheid. In feite is Jezus in de eucharistie niet alleen werkelijk aanwezig (en dat is al iets groots), Hij is aanwezig als een lichaam dat “gebroken” is en als bloed dat “vergoten” wordt. In die zin is het feest van Corpus Christi het feest van een lichaam dat zijn wonden kan tonen, het feest van een lichaam uit wiens zijde “bloed en water” komt, zoals de apostel Johannes opmerkt.
Zijn eigen lichaam is in ons midden aanwezig op een andere manier dan het onze: wij zijn voorzichtig met en bezorgd om ons lichaam, terwijl Hij aanwezig is met een “gebroken” lichaam. Wij doen er alles aan om onze gezondheid niet te verliezen, maar Hij komt midden onder ons en stort al zijn bloed uit. Die gastheer is een voortdurende uitdaging (in die zin is hij “vreemd”) aan onze manier van leven, aan de aandacht die wij besteden aan gezond blijven, niet moe worden, niet te veel verantwoordelijkheid nemen. De Heer toont ons in de geconsacreerde hostie en wijn precies de tegenovergestelde houding. Dat is wat Paulus zegt: de Heer is voedsel geworden voor de mensen, opdat wij allen zouden worden omgevormd tot één lichaam, dat van Christus; opdat wij dezelfde gevoelens zouden hebben als Christus.
Er is nog een andere overweging, die verband houdt met het evangelie van de broodvermenigvuldiging. Onze straten worden dagelijks doorkruist door “Corpus Christi”processies: het zijn de processies van de armen, thuis, op straat of ver van ons verwijderd. Zij allen zijn het “lichaam van Christus”, en zij blijven door de straten van onze steden en van de wereld lopen zonder dat iemand zich over hen ontfermt. Meer nog, zij worden vaak, te vaak, veraf gehouden met muren en prikkeldraad: zij mogen niet binnenkomen en deelnemen aan de gemeenschappelijke tafel. En toch behoort die ook hen van rechtswege toe. De vermaning van Johannes Chrysostomus is duidelijk: “Als je het lichaam van Christus wilt eren, minacht Hem dan niet als Hij naakt is. Eer de eucharistische Christus niet met zijden gewaden, terwijl je buiten de tempel die andere Christus verwaarloost, die door koude en naaktheid wordt getroffen”. Laten we de dienst aan het eucharistische altaar niet scheiden van de dienst aan het altaar van de armen. Dat is de betekenis van een kerk die dienaar is van Christus en van de armen.
Vincenzo Paglia
Het Woord van God elke dag 2025
Afbeelding: Sacramentsdag Sieger Köder





