Mensen van de straat geven Peter Nissen meer dan hij hun kan geven
Luisteren, aandacht, dienstbaarheid, bidden, blijven bij hen die geen stem hebben. Zo probeert kerkhistoricus Peter Nissen midden in de wereld te leven vanuit de waarden van het kloosterleven. Om die reden is hij oblaat geworden en zo probeert hij Christus te volgen. Want als oblaat begint het ook bij Christus. Of zoals Peter Nissen het uitdrukt: ‘In Jezus komt God ons rakelings nabij’. Hij citeert dan Huub Oosterhuis maar hij put ook uit eigen ervaringen. Ik ken hem al veel langer maar weet niet dat juist de leerschool van de Heer in het dienen – zoals hij het kloosterleven noemt – hem bij het straatpastoraat in Nijmegen heeft gebracht. Als oblaat probeert hij zo de regel van Benedictus te volgen, want iedere gast kan Christus zijn. Dat is voor hem geen opdracht maar een voorrecht, want de mensen van de straat geven Peter Nissen meer dan hij hun kan geven. Vrijwel nooit staat er een gedekte tafel voor hen, daar in Nijmegen eten ze wel aan die gedekte tafel na een viering. ‘Kun je mij de boter doorgeven’, is een zin die mensen van de straat zelden uitspreken. Daar gebeurt het wel. En daar leert de oblaat Peter Nissen dat alles klein begint: een verkeerde lening, voor het eerst even gokken, de baan die verkeerd afliep. Voor je het weet val je buiten de gebaande wegen en is er geen plaats voor jou in deze tijd. ‘Het had mij ook kunnen overkomen’, weet de kerkhistoricus die op het einde van dit kloostergesprek ons allemaal meegeeft: minder spullen, meer luisteren naar jongeren, ook in parochies, probeer iedere dag te bidden. Soms is één regel genoeg. En hij voegt de daad bij het woord. Voor het eerst wordt een kloostergesprek afgesloten met gebed. Ik ben er stil van en dank Peter Nissen voor de verhalen van dienstbaarheid. Luister zelf maar naar deze leerschool van de Heer in het dienen die vreugde geeft in de aanloop naar de vierde zondag van de veertigdagentijd, zondag laetare, in het teken van de vreugde.
Leo Fijen





