In gesprek met drie dominicanessen van Neerbosch: drie totaal verschillende vrouwen die de dominicanessen een nieuw gezicht geven en een kleine gemeenschap vormen in de Dennenstraat te Nijmegen. Leo Fijen zocht de drie dominicanessen op en sprak met hen over tradities en toekomst.
‘Ons leven kan apostolisch zijn vanuit contemplatie’
Ze zijn een teken van hoop in een vergrijzende landschap van religieuzen. Ze staan voor kansen op religieus leven in een wereld die in alles het tegenovergestelde is. Ze laten zien dat een nieuw begin mogelijk is, ook in Nederland. Marga Zwiggelaar en Catharina Al gaan dit jaar hun eeuwige professie tegemoet, Nadia Kroon is een jaar later binnengekomen. Binnenkort trekken de drie zusters naar een ander klooster in Nijmegen, want hun mooie plek aan de Dennenstraat wordt op korte termijn ingenomen door nieuwe kandidaten.
Wat gebeurt daar in Nijmegen? Is het een wonder of de vrucht van goed beleid en stug doorgaan? Als ik vraag wat er boven deze verhalen als kop moet staan, heeft Catharina het antwoord: Met de genade voortploegen. Ze legt het samen met Marga en Nadia uit: ‘Het bestuur heeft nagedacht, beleid ontwikkeld, een structuur met een huis aangeboden. Dat is hun grote verdienste. Daar begint het, met een aantal basisprincipes. Je moet tegenwoordig kijken naar de persoon die intreedt – wat kunnen we aanbieden, past onze spiritualiteit bij deze persoon en hoe kan deze persoon groeien? Daarnaast moet de structuur van je congregatie of klooster goed zijn – niet proberen jong en oud bij elkaar te proppen en in de organisatie moeten begeleiding en ruimte optimaal zijn. En je moet niet te veel vragen, maar nieuwe mensen de tijd gunnen.’ Nadia licht dat laatste toe: ‘In deze tijd moet je rekening houden met individualisering, mensen hebben meer tijd voor zichzelf nodig en willen meer ruimte om ook hun eigen initiatief te kunnen laten zien.’
Doorstuderen
Dominicanen zweven niet, gebruiken hun verstand en zijn apostolisch: dat verhaal moet naar buiten, alles moet wijken voor de verkondiging. Dat doen deze drie dominicanessen voor de toekomst ook. Ze delen het verhaal van hun roeping en vertellen over hun persoonlijke inspiratiebronnen. Maar in het gesprek dat ik met hen had in Nijmegen, worden al hun verhalen verbonden met elkaar. Hoe verschillend ze ook zijn, deze drie vrouwen, ze werken allen in parochies en laten daarin zien dat ze apostolisch zijn: de wijk in, met de jeugd de communie voorbereiden, missionair werk doen in de diverse kerken. Dat apostolische wordt gedragen door en vanuit het gebed. Drie keer op een dag: de lauden, de vespers en de completen. ‘Als mensen intreden, zoeken ze twee dingen: gebed en gemeenschapsleven’, weet Nadia zeker. ‘En daarnaast is er de studie, als vorm van gebed. Dat is onderscheidend bij Dominicus: als je studeert, kom je bij God terecht. De zusters werkten vooral in onderwijs en ziekenhuis, wij vinden het belangrijk dat we in de geest van Dominicus blijven doorstuderen. En van daaruit kunnen we beter apostolisch zijn, verkondigen.’
Verbinden
Het succes van Neerbosch is niet vanzelfsprekend. Het bestuur van de dominicanessen bepaalde de kaders, de drie zusters die tijdelijk geprofest zijn zetten ook een belangrijke stap. Ze onderkenden hun grote verschillen in spiritualiteit en karakter en gingen bewust op zoek naar wat hen samenbond. Samen formuleerden ze twee actuele noden in de wereld: eenzaamheid en te weinig kennis van het geloof. Aan deze twee noden willen ze werken, aan het leggen van verbindingen en mensen in aanraking brengen met het christelijke geloof. Dat heeft onze samenleving nodig, vindt Catharina. ‘We moeten zorgen dat mensen weer verbonden worden met elkaar en wij als zusters moeten daar het verhaal van Jezus ter sprake brengen. En daar kunnen we meer van betekenis zijn als we zelf ook Christus delen en daar tijd voor maken in de gemeenschap. Onze kleine groep is heel belangrijk om samen te bidden. In je eentje is dat veel moeilijker. Maar dat leven in gemeenschap krijg je niet cadeau’, aldus Catharina.
Ze is nog niet uitgesproken of Marga vult aan: ‘Als je ouder wordt, ga je milder naar jezelf kijken. Je gaat meer relativeren. Maar leven in een kleine groep mensen die elkaar niet heeft uitgezocht, dat blijft ook voor mij een spiegel voor jezelf en dat vraagt gewoon hard werken om de beste versie van jezelf te ontdekken.’
Angst
Dit is geen romantisch verhaal, daar zijn deze drie vrouwen niet van. Want als we praten over de betekenis van de gemeenschap in hun ontwikkeling als religieuzen, valt al gauw het woord angst. Met een verwijzing naar een bekend lied van Huub Oosterhuis vertelt Nadia: ‘Mijn grootste worsteling is de angst. Een kinderlijke houding om alles vast te grijpen en alles naar mijn hand te zetten. Hoe meer ik het licht liefheb, hoe minder ruimte de angst krijgt. Hoe meer ik in de angst zit, hoe minder ruimte de liefde krijgt. Dan overheerst de angst er niet bij te horen en niet door God aanvaard te worden. Pas in mijn theologiestudie ontdekte ik de oneindig liefdevolle God’, zo geeft Nadia haar kwetsbaarheid bloot.
En Catharina volgt haar als ze over de waarheid begint: ‘“Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” Daar leef ik mee. Maar in deze tijd wordt die waarheid gerelativeerd. Bestaat die waarheid wel, hoor je overal. Ik geloof dat die waarheid een persoon is die je tot leven brengt als je zijn weg volgt. Dat leven zoek ik, ook in onze gemeenschap. En dat is niet makkelijk. Dat maakt me angstig. Wij zijn ook niet altijd aardig tegen elkaar. En toch gaan we verder. We zijn blijkbaar niet anders dan de rest van Nederland. We hebben dezelfde problemen. Alleen hebben we meer hulp, vanuit onze traditie, vanuit het gebed. Daarom de kaders en regels, daarom bidden we op vaste tijden, daarom hoeven we niet alles van ons innerlijk leven te delen. En daarom hebben we die twee noden bepaald: mensen bij elkaar brengen en Jezus bij de mensen brengen.’
Dankjewel
Het laatste woord is aan Marga: ‘“Als het enige gebed dat je ooit zegt ‘Dankjewel’ is, dan is dat voldoende.” Dit schreef Meister Eckhart al in 1300. Het heeft niets aan actualiteit verloren, in onze zorg voor de aarde, maar ook in ons verlangen naar mystiek. Wij als mensen kunnen ons ervan bewust zijn dat we een goddelijke oorsprong hebben. De hele schepping is goddelijk, ook de grasspriet, net als de mens. Omdat we ons als mens daarvan bewust zijn, legt dat een grote verantwoordelijkheid op de mens voor de schepping. Karl Rahner zei het ook al: “De christen van de toekomst zal een mysticus zijn, of hij zal niet zijn.” Ik wil niet meer hollen van het een naar het ander, maar ik wil leven van het verlangen om stilgezet te worden bij God en om dat te delen. Ons leven kan apostolisch zijn vanuit deze contemplatie.’
Uit welke bronnen putten Marga, Nadia en Catharina in hun dagelijkse leven? Dat leest u op pagina 34 van Klooster! 23.





