Johannes van het Kruis – 14 december (door Peter Nissen)

In de afleveringen Van de Schoonheid en de Troost die Peter Nissen voor Facebook schrijft verscheen onderstaande tekst voor 14 december, de dag waarop de Kerk de gedachtenis viert van San Juan de la Cruz, heilige, mysticus en kerkleraar.

“We hebben het met onze schola van de Dominicuskerk in Nijmegen dit jaar weer gezongen, dat prachtige adventslied van Huub Oosterhuis op muziek van Bernard Huijbers:

Hoever is de nacht, hoever, hoever,
wachter, hoever is de nacht, de nacht?
De morgen komt, zegt de wachter,
maar nog is het nacht.

Ruim vijftig jaar geleden, in 1974, verscheen de bundel ‘Hoe ver is de nacht’ van Huub Oosterhuis. We weten inmiddels dat ‘Hoe ver’ eigenlijk één woord had moeten zijn: Hoever (wie vraagt ‘hoe ver is de nacht’, wil weten hoe lang het nog duurt tot de nacht er is; wie vraagt ‘hoever is de nacht’, wil weten hoe ver de nacht al gevorderd is, en dat is hier, met een verwijzing naar Jesaja 21,11-12, bedoeld). Ik vind het een van Oosterhuis’ mooiste bundels. Ik kocht hem meteen dat jaar. Het exemplaar heb ik nog. Met potlood staat er voorin: ‘1974 Peter Nissen Linne’ (dat is het dorp waar ik ben opgegroeid). Ik vond de bundel zo mooi dat ik nog een tweede exemplaar kocht. Dat deed ik cadeau aan de priester Ben Janssens. Die zat bij de zusters van priorij Thabor in Sint-Odiliënberg te werken aan de afronding van zijn proefschrift over de vernieuwende katholieke theoloog Herman Schell (1850-1906). Af en toe nam ik bij die zusters deel aan de vespers. Zij brachten mij in contact met Ben Janssens. Een jaar later reisde ik met hem naar Rome, waar hij een hoofdstuk van zijn proefschrift moest gaan bespreken met zijn promotor Juan Alfaro, hoogleraar aan de Gregoriana.

In de bundel van Oosterhuis staat een gedicht dat geïnspireerd is op de ‘Donkere Nacht’ van Johannes van het Kruis. Het staat eronder: ‘Naar Johannes van het Kruis’. Het heet ‘Strofen van de ziel’.

Strofen van de ziel

Toen zo ver ik zien kon
geen vuur brandde
geen licht gloorde
alsof licht nog nooit geroepen was
vuur nog niet uitgevonden
ben ik gegaan
mijn ziel in van
een gloeiende draadgedicht
een laaiende strohalm.

Door spiegelgangen
ben ik gegaan
door open deuren naar buiten
de brandtrap af
de valkuil van de slaap voorbij
mijn ziel in mij
een gloeiende draad
een laaiende strohalm.

Zou zon bestaan
zouden sterrenwegen
opduiken begaanbaar
zou droomachtig mooi
boven mij
de stad van de maan –
of zou één enkele
man met ogen van
weerlicht mij wenkende
hoog aan de hemel staan
ik zou niet gaan in
dat licht.

Ik radeloos gelukkige
mijn ziel
zee onder schotsen fonkelend
zwart licht
gesternte onder puin en as
begraven onzienlijk licht
steekvlammen dun als berglucht
mijn gewrichte
dooraderend verwilderend
ontschaduwd licht
zenuwenziel
die gaten schroeit
als arendsogen
in mijn gezicht.

Ziel
kleinste onbekende
doe mij gaan
door deze nacht
dit waanlandschap
dit onbestaan
tot waar wie op mij wacht
die achter namen woont
hartslag doodstilte duur
van dit ontvonkt moment
die wonden is dorst
lafenis de ongevonden
vondeling de zielsbeminde
die mij kent.

Op 14 december viert de kerk de gedachtenis (maar die wijkt voor een zondag, zeker in de advent) van San Juan de la Cruz (1542-1591), de heilige Johannes van het Kruis, mysticus en kerkleraar, karmeliet en een van de grootste Spaanse dichters van de zestiende eeuw. Hij is nog geen vijftig jaar geworden, maar hij liet een indrukwekkend oeuvre achter. Deels zijn dit mystieke gedichten, deels zijn het traktaten die over de gedichten nadenken.

De donkere nacht

Zijn bekendste gedicht is wel ‘De donkere nacht van de ziel’, ‘Noche oscura del alma’, een gedicht in acht stanzas van elk vijf regels, en op dat gedicht heeft hij een commentaar geschreven, een ‘Declaración’, met dezelfde titel. Het gedicht beschrijft de zoektocht van de menselijke ziel naar haar vervulling in God, de Grote Onbekende, die daarom in duisternis is gehuld, in een wolk van niet-weten, zoals een anonieme Engelse tekst uit de late middeleeuwen al had gezegd. De nacht wordt gekenmerkt door verlangen. Zoals de advent, tijdens de donkere dagen van december. Het enige licht dat ons door de duisternis naar onze bestemming leidt, is dat in onze ziel. De geleden nacht is niet per se negatief. De nacht bewerkt namelijk ook de vereniging van de minnaar met de Beminde, waarbij de minnaar verandert in de Beminde. ‘Oh noche que juntaste / Amado con amada, / Amada en el Amado transformada.’”

Tekst: Peter Nissen
Afbeelding: Johannes van het Kruis, de Spaanse schilder Francisco de Zurbarán (1656), Archdiocesan Museum in Katowice

Boeken