Witte Donderdag – Hem navolgen tot het einde toe

Schriftlezing: Johannes 13,1-15

‘Jezus had de zijnen in de wereld liefgehad, Hij had hen lief tot het uiterste toe.’

Jezus viert zijn laatste maaltijd met zijn leerlingen. De rooms-katholieke kerk beschouwt die als de instelling van het sacrament van de eucharistie. Johannes is de enige van de vier evangelisten die geen tekst heeft over de laatste maaltijd van Jezus met zijn leerlingen. Bij Johannes wordt het delen van brood en wijn tijdens die laatste maaltijd merkwaardigerwijs helemaal niet genoemd. Bij Johannes geeft Jezus wel elders uitleg over hoe Hij als brood ‘uit de hemel’ moet worden verstaan. Dat is in de ‘broodrede’, een leergesprek dat zich afspeelt in de synagoge van Kafarnaüm (Johannes 6,17-59). Volgens rabbijns gebruik begon zo’n synagogaal onderricht met een vers uit de Thora.

Dat was in het geval van dit onderricht van rabbi Jezus een vers uit het boek Exodus, aangehaald in Johannes 6,31: ‘Brood uit de hemel heeft hij hun te eten gegeven’ (Exodus 16,15; de voetnoot in de NBV21 is hier foutief). Jezus gaf in de synagoge onderricht over dit vers. Die leerrede verzet zich juist tegen een te fysieke opvatting van het sacrament van de eucharistie, een opvatting namelijk waarin het eucharistisch brood, de hostie dus, werd losgemaakt van de liturgische viering van de eucharistie. Het is de tijd van wat theologiehistorici wel de reïficatie, de ‘Verdinglichung’, van het sacrament noemen: de materie komt centraal te staan, de hostie gaat vereerd worden ook buiten de context van de eucharistieviering, gaat getoond worden in monstransen, gaat bewierookt worden, gaat rondgedragen worden in sacramentsprocessies, gaat mirakelen verrichten. De eucharistie wordt één ding: de hostie. Corpus Christi heet het feest van Sacramentsdag in het Latijn, Fronleichnam in het Duits, waarbij ‘fron’ ‘van de Heer’ betekent en ‘leichnam’ lichaam, lijf of zelfs lijk. De gedachte kan ontstaan dat wij in de hostie God fysiek tot ons nemen, dat wij God eten.

En dat is nu precies waar Jezus zich in zijn leergesprek tegen verzet. Het manna uit de hemel waarover in het boek Exodus wordt gesproken, is fysiek voedsel. Het nieuwe brood uit de hemel is dat niet. Met de oproep zijn vlees te eten en zijn bloed te drinken plaatst Jezus zich niet in de traditie van de mysteriecultussen, waar het fenomeen voorkwam van de zogenaamde theofagie, het God eten. In sommige cultussen stond het brood dat gebakken was van graan uit de nieuwe oogst voor de voedselgod zelf, bijvoorbeeld voor Dionysos. Het letterlijk drinken van Jezus’ bloed zou trouwens een gruwel zijn geweest voor zijn joodse toehoorders in de synagoge, want het druist in tegen een van de belangrijkste regels voor koosjer eten.

Jezus vat zijn leergesprek over de tekst uit Exodus in Johannes 6 samen rond twee vragen: wat of wie is dat ‘brood uit de hemel’ en wat betekent het eten van dat brood? Het antwoord op de eerste vraag is duidelijk: het brood uit de hemel is geen fysiek voedsel, het is een mens, en niet zomaar een mens, maar het is Jezus zelf, de Mensenzoon. Hij is het levende brood. ‘Een mens wordt ons tot levensbrood,’ zoals het klinkt in het lied ‘Levensbrood’ van Sytze de Vries.

En wat betekent het om Hem te eten? Het eten van het vlees van Jezus (de Willibrordvertaling en de Naardense Bijbel vertalen hier terecht met ‘vlees’; er staat immers σάρξ en niet σῶμα; dat laatste zou ‘lichaam’ geweest zijn en zo vertaalt de NBV21 het) en het drinken van zijn bloed staat voor het navolgen van Jezus.

‘Vlees en bloed’ staan voor ‘de hele mens’, de mens als levend wezen, in heel zijn vergankelijkheid. Maar navolgen van Jezus overstijgt die vergankelijkheid: wie Hem eet en drinkt, Hem dus navolgt, heeft blijvend (‘eeuwig’) leven, leven voor alle tijden: ζωὴν αἰώνιον. Het vlees van Jezus eten en zijn bloed drinken, is niet slechts een hostie tot je nemen en ook nog uit de miskelk drinken. Het is Hem navolgen tot het einde toe. En wie Hem navolgt, is ook in de Vader, de bron van alle leven. Hij blijft verbonden met Jezus, zoals Jezus verbonden blijft met de Levende Vader (ὁ ζῶν Πατὴρ).

En wat is dat navolgen van Jezus dan, dat ‘in Jezus blijven’? Dat is het gaan van zijn weg van liefde, van vrede en gerechtigheid. Dat is opkomen voor de verdrukte, troost bieden aan de bedroefde, de zwakke overeind helpen, dat is de wonden aanraken van wie gekwetst is, dat is oog hebben voor elkaar, dat is de mens boven de wet plaatsen.

En hoe krijgt die navolging gestalte, in dienstbaarheid. Dat wordt uitgedrukt in wat het evangelie van vandaag wél vertelt over die maaltijd: de voetwassing. In warme en stoffige landen was het een teken van gastvrijheid om voorafgaand aan de maaltijd de voeten van de gasten te wassen. Abraham deed het bij de drie mannen die hem en Sara bij de eik van Mamre bezochten (Genesis 18,4).

Abigail verklaarde zich bereid om het te doen bij de dienaren van David, toen ze door hem ten huwelijk werd gevraagd (1 Samuel 25,41) en een vermeende zondares deed het bij Jezus toen Hij bij een farizeeër op bezoek was (Lucas 7,44). En Jezus zelf deed het bij zijn leerlingen op de avond van zijn laatste maaltijd met hen en gaf hun zo een voorbeeld van hoe zij met elkaar moesten omgaan: met gastvrije dienstbaarheid (Johannes 13,1-17), we hoorden het vandaag in het evangelie.

En zo kwam de voetwassing ook in de liturgie van Witte Donderdag terecht. Zij kreeg daar zo goed als zeker een plek vanuit de monastieke liturgie. De Egyptische woestijnmonniken kenden de praktijk al, heel begrijpelijk in die stoffige omgeving. De Regel van Benedictus kent zowel een voetwassing bij het ontvangen van de gasten (hoofdstuk 53) als een wekelijkse voetwassing van de monnikengemeenschap (hoofdstuk 35). In de kloosters die in de middeleeuwen een dagelijkse maaltijd verstrekten aan armen, reizigers en pelgrims, werden ook dagelijks de voeten van deze gasten gewassen. Het was een uitdrukking van de monastieke liefde voor iedere bezoeker, in wie Christus ontmoet kan worden. Als liturgische praktijk op Witte Donderdag wordt de voetwassing voor het eerst vermeld in de vita van de heilige Cuthbert, abt van het benedictijnenklooster van Lindisfarne in de zevende eeuw en tevens bisschop. Vanaf het eind van de zevende eeuw verspreidde het gebruik zich en in de loop van de middeleeuwen werd het algemeen aanvaard. In Rome bijvoorbeeld bestond het gebruik, zeker tot het eind van de veertiende eeuw, dat de paus op Witte Donderdag eerst de voeten waste van twaalf subdiakens en daarna de voeten van een aantal armen.

Het ritueel werd verbonden met het liefdesgebod: heb elkaar lief, zoals ik jullie lief heb gehad. Dit werd uitgedrukt in het mooie gezang ‘Ubi caritas et amor’, dat uit de negende eeuw dateert en ook al weer benedictijns van oorsprong is (het komt zo goed als zeker uit de abdij van Monte Cassino, waar Benedictus zijn Regel schreef). Dit liefdesgebod heet in het Latijn ‘mandatum caritatis’, en zo is mandatum ook een term geworden voor de voetwassing. De Engelse benaming voor Witte Donderdag is ‘Maundy Thursday’.

De herziening van de rooms-katholieke liturgie van de Goede Week die in 1956 werd ingevoerd, heeft de voetwassing op Witte Donderdag een vaste plek gegeven na de lezing van het evangelie.

Het Caeremoniale Episcoporum van 1600 spoort de bisschoppen al aan om bij voorkeur de voeten van armen te wassen, maar daar kwam een beetje de klad in: meestal waren het andere geestelijken van wie de voeten werden gewassen. Maar paus Franciscus gaf het goede voorbeeld door vanaf 2013 de voeten te wassen van gedetineerden (2013, 2017, 2018, 2019, 2022, 2023 in een jeugdgevangenis, 2024 in een vrouwengevangenis), van gehandicapten (2015) en van asielzoekers (2016), mannen én vrouwen (tot 2013 werden door de pausen alleen de voeten van mannen gewassen), christenen én niet-christenen (onder de gedetineerden waren twee moslims en een boeddhist). Hij ging daarvoor op Witte Donderdag naar andere plekken dan de Sint- Pieter: gevangenissen, opvangcentra voor asielzoekers, zorginstellingen. In 2024 waste hij de voeten van twaalf vrouwelijke gedetineerden in de vrouwengevangenis van Rebibbia.

Er zit een mooi oecumenisch aspect aan de voetwassing. Zij behoort, samen met de doop en de liturgische maaltijd, ook tot de drie belangrijkste rituelen (meestal ordinanties genoemd) in de doperse traditie. Bij Neder- landse doopsgezinden heb ik het nooit meegemaakt. Ik heb de indruk dat de praktijk daar, anders dan in de tijd van Menno Simons en andere vroege leiders, zeldzaam is geworden. Maar ik heb het wel meegemaakt bij Amerikaanse Mennonites, toen ik een kwart eeuw geleden betrokken was bij de internationale rooms-katholiek-doperse oecumenische dialoog. Het is een ontroerend ritueel: twee mensen wassen elkaars voeten, bij de meer behoudende groepen een man bij een man en een vrouw bij een vrouw. Daarna drogen zij elkaars voeten en spreken bij een omhelzing een zegen over elkaar uit. Er zijn ook doperse gemeenten waar men met zes of acht personen in een kring zit en de voeten wast van elkaars buur. Amish en andere groepen doen de voetwassing als onderdeel van een maaltijdviering of als opmaat tot een liefdesmaal (agapè). Ook in de Verenigde Staten lijkt de praktijk af te nemen, maar bij een enquête in 2006 gaf toch zeventig procent van de Mennonites aan de voetwassing te waarderen als ‘a symbol of humility and service’.

Doperse gemeenten hadden zeker in de zestiende eeuw wel iets gemeen met kloosters, zowel in hun praktijk als in hun spiritualiteit. Via de voetwassing is er dus ook een verbinding met een in oorsprong monastieke praktijk. En u weet, ‘ubi caritas et amor, ibi Deus est.’

Het is jammer dat de voetwassing nooit de status van een sacrament heeft gekregen. Want een sacrament is een werkzaam teken. Het doet wat het aanwijst. Als wij Jezus’ vlees eten en zijn bloed drinken, dus als wij Hem navolgen tot het uiterste toe, kunnen wij ook werkzame tekens worden, levend brood. Het belangrijkste sacrament is niet de eucharistie, maar is de levende mens. Wij zijn allemaal geroepen werkzaam teken van God te worden. Wij zijn allemaal geroepen door wederzijds dienstbaarheid sacrament te worden.

Peter Nissen
Loslaten en Groeien

Afbeelding: Voetwassing Sieger Köder

Boeken