Column Lioba – Emmanuele Sipkema osb

Maria, een vrouw waar je niet omheen kunt. Verspreid over de twaalf provincies in Nederland vinden we maar liefst 23 bedevaartsplaatsen en dan nog de vele kerken, abdijen en kloosters die toegewijd zijn aan ‘Onze Lieve Vrouwe van…’. Wat ooit begon met een eenvoudige jonge vrouw, Maria uit Nazareth in Galilea, is geworden tot een wereldwijde volksdevotie voor de heilige maagd Maria. Ook in de jaarcyclus van de kerkelijke liturgie kennen we maar liefst vijftien feestdagen waarop Maria in de spotlights staat, waarachter een traditie schuilgaat van twintig eeuwen theologie.

Als kind – zelf uit een vrijzinnig protestants milieu – zat ik op een algemeen christelijke basisschool waar ook katholieke kinderen naartoe gingen. Behalve de enkele verhalen over Maria in de Bijbel die ik kende, hoorde ik van hen ook andere verhalen over haar, bijvoorbeeld dat Maria moeder van God was. Waar ik echt niets van snapte…

Veel later, tijdens de studie theologie, kruiste Maria mijn weg veelvuldig: in dogma’s, in de feministische theologie en in de kunst, in woord, muziek, beelden en schilderingen. Wat mij duidelijk werd, was dat er maar weinig mensen zo veelkleurig en veelzijdig de tijd door gedragen zijn als zij, Maria: een vrouw die door de eeu- wen heen velen heeft geïnspireerd en ook hoofdbrekens heeft gegeven aan kerkelijke geleerden. Dit daagde mij uit op zoek te gaan naar wat zij voor mij betekende.

Een antwoord vond ik in onze monastieke liturgie. Driemaal daags luiden de klokken en bidden we het Angelus, waarin de aankondiging van de menswording van Jezus door de engel Gabriël (Lucas 1,26-35) overwogen wordt. Hiermee wordt ook om een respons gevraagd betreffende mijn en onze menswording: ‘Ja, mij geschiede naar uw Woord’. Het is niet vrijblijvend, dat gebed. Hoe dat dan verder gaat en waartoe wij ons engageren, klinkt dagelijks tijdens de vesperviering in het Magnificat (Lucas 1,36-56), de lofzang van Maria: woorden die zij sprak bij haar bezoek aan haar nicht Elisabeth op het moment dat deze beide zwangere vrouwen elkaar ont- moeten. Zo vol van nieuw leven en… tegelijk zo verwarrend. Het maakt me stil, en doet me denken aan een vers uit de Divina Commedia van Alighieri Dante (1307 n.Chr.): ‘Op de dag, waarop de mens toestaat dat de ware Liefde zich manifesteert, zal alles wat ordelijk is ver- anderen in verwarring’ – wat overigens niet met Maria van doen heeft. Want dat is toch wat we horen in het Magnificat, dat niet alleen Maria’s wereld ondersteboven lag door de aankondiging van de engel Gabriël, maar dat zij een visioen uitzingt waarbij de hele wereld op z’n kop wordt gezet. En dat, doordat de Eeuwige zijn barmhar- tigheid gedenkt van geslacht op geslacht, het hart van de hoogmoedige verstrooid raakt, de machtigen worden neergehaald en de kleinen worden verheven, rijken leeg weggezonden en hongerigen worden vervuld. En, gaat Dante verder in het canto: ‘Deze kracht – de Liefde – is op aarde om ons vreugde te schenken, om ons te vereni- gen met de Eeuwige en met onze naaste.’

Ik weet niet of Maria de reikwijdte hiervan overzien kon, maar de boodschap lijkt me nog steeds erg actueel, tot in onze dagen. Dus laten we haar lied maar iedere dag klinken, het blijven zingen en… het ook doen, want, zoals Meister Eckhart het in een kerstpreek zegt (1300 n.Chr.): ‘Wat heeft het voor zin dat Jezus uit Maria geboren werd, als hij ook niet steeds opnieuw uit ons geboren wordt?’

Uit: Klooster! 17 Maria (winter 2021)
Foto: Klooster! 2018 Gerard Beemsterboer

 

Boeken