‘Een eentonig leven kan ook iets positiefs hebben’ – Bernardus Peeters, algemeen overste trappisten
Bernardus Peeters, algemeen overste van de trappist(inn)en, gelooft in blijvende aantrekkingskracht van het abdijleven. Op Otheo verscheen onlangs een uitgebreid interview met hem door Valérie Kabergs.
In Wijsheid van een abt (Uitgave van Otheobooks) deelt Bernardus Peeters over de rijke traditie van de cisterciënzerspiritualiteit en haar betekenis vandaag. Hij schreef het boek samen met filosoof Hugo Van Heeswijck. ‘Het samen beleven van al wat het leven mogelijk maakt, staat voor mij centraal in de spiritualiteit die me zo’n vreugde schenkt,’ getuigt de generaal-abt.
U bent net terug van een reis door Japan, Hongkong en Macao. Hoe heeft u die beleefd?
‘Het was heel boeiend om verschillende bijzondere plekken te bezoeken, maar de ontmoetingen met broeders en zusters ter plaatse beschouw ik altijd als het hoogtepunt van mijn reizen. Een ontmoeting met de oudste broeder uit onze orde – hij wordt bijna 107 – was een echte zegen. Ik had verwacht een kwetsbaar iemand te zien, maar de man zat vol leven, energie en kracht. Het was een waar genoegen om naar zijn verhalen uit 80 kloosterjaren te luisteren. Het maakte een diepe indruk op me dat hij al die tijd zoveel geluk vond in het kloosterleven.’
De context daar is wellicht heel anders dan in Nederland en Vlaanderen?
‘Ja, Japan is een niet-christelijk land. Alle broeders en zusters daar zijn meestal op latere leeftijd bewust christen geworden en kozen nadien voor het kloosterleven. Het land is door en door technologiegedreven, maar toch is het spirituele ook heel voelbaar aanwezig. In de straten zie je bijvoorbeeld talloze kleine tempeltjes bij huizen waar mensen – ondanks de gejaagdheid van hun leven – regelmatig voor buigen. In Vlaanderen en Nederland zijn het spirituele en het moderne leven eerder twee gescheiden wegen geworden.’
Toch groeit ook hier de interesse voor stilte, en vaak zoekt men die in een abdij. Hoe verklaart u dat?
‘Voor mij bewijst dit dat mensen van nature gevoelig zijn voor het spirituele. Ze worden er als het ware naartoe getrokken. Sommigen beschrijven het als een behoefte aan ‘zuivere lucht’. Ik noem het ‘ruimte’. Toen ik naar het klooster ging, hadden mensen daar allerlei vooroordelen over: ik zou me terugtrekken uit de wereld, de deur achter me dichtdoen en het slot omdraaien. Maar zelf heb ik dat nooit zo ervaren. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik in het klooster een enorm grote ruimte kon bewonen. Een ruimte die door de tijd heen alleen maar groter werd. Het is die ruimte waar mensen naar verlangen en waarvan ze kunnen proeven wanneer ze de stilte in een abdij opzoeken.’
Hoe beleeft u die ruimte zelf?
‘Jezus staat in het hart van die ruimte. Vanaf mijn studententijd heeft Christus me heel sterk aangegrepen, en dat is altijd zo gebleven. Hij is mijn beste Vriend, de Bron waar ik mijn kracht uit haal. Zonder Hem zou niets van wat ik doe zin hebben. Hij is het die ruimte opent. Jezus zelf is ruimte. Soms ontmoet je ook mensen die ruimte scheppen, bij wie je kan ademenen. Dan weet ik: dit is het. Hier is Hij sterk aanwezig. Natuurlijk kom je ook het omgekeerde tegen. Als mensen zich afbuigen van Jezus’ weg, kunnen kloosters heel gesloten en benauwde plaatsen worden.’
In het boek dat u samen met Hugo Vanheeswijck schreef, spreekt u over de eigenheid van de cisterciënzer-spiritualiteit. Wat beschouwt u als het hart van die spiritualiteit?
‘Het samenleven met elkaar. Wij doen echt bijna alles samen: we bidden samen, werken samen, eten en praten samen. Zelfs wanneer we individueel een boek lezen, zijn we dat samen aan het doen in de leeszaal. Heerlijk vind ik dat, om zo in stilte samen te zijn. Natuurlijk zijn er op dat vlak ook uitdagingen. Toen ik pas intrad in de abdij, overwoog ik bijna om terug te vertrekken toen ik twee broeders ruzie zag maken. Ook de aanwezigheid van voortdurende gasten – eigenlijk vreemden in ons huis – kan soms frustrerend zijn. Toch staan we erop om ook met hen samen te leven. Gastvrijheid is een essentieel element in onze spiritualiteit.’
Hoe probeert u met dergelijke frustraties om te gaan?
‘Volhouden is, denk ik, een sleutelwoord. Ik geloof echt dat mensen door vol te houden gelukkig kunnen worden. Denk maar aan het getuigenis van die oude Japanse broeder waar ik over sprak. Dit geloof staat haaks op een grote tendens in de samenleving: mensen hollen van het ene naar het andere event, willen het liefst telkens wat groter of beter. Maar eigenlijk schuilt er een buitengewone schoonheid in het gewone leven van elke dag. Dat is genoeg. Het eentonige kan echt iets positiefs hebben!’
Speelt die uitdaging om vol te houden ook in uw relatie tot God?
‘Ja, zeker. Ik heb maar gaandeweg ontdekt wat bidden is. Toen ik pas in het klooster was, bestond bidden voor mij uit woorden. Nu voelt dat absoluut anders. Bidden is nu aanwezig zijn, in het besef dat God er is en dat Hij mij ziet. En met mij is heel de wereld in zijn aanwezigheid. Ik zit daar nooit alleen. Toch kan ook de afwezigheid van God een hele concrete ervaring zijn. Maar dan komt het erop aan om vol te houden en daar te blijven, om uiteindelijk zijn aanwezigheid weer gewaar te worden. Bidden is als in de zon zitten. Soms regent het ook erg, maar je weet dat zelfs achter die wolken de zon schijnt.’
Op welke manier willen jullie als kloostergemeenschap van betekenis zijn voor de bredere samenleving?
‘Onze gemeenschappen willen een soort brug vormen tussen hemel en aarde, het geestelijke en de realiteit. Trappisten zijn verbinders. Daarin schuilt ook de kracht van de Regel van Benedictus. Bid én werk, zo schreef hij voor. Het vermogen om de twee bij elkaar te houden, dat is het allerbelangrijkste. Dat bij elkaar houden en niet scheiden, toont zich op allerlei vlakken in ons leven. We leven bijvoorbeeld ook samen in gemeenschappen van drie tot vier generaties. Dat is voor de huidige maatschappij vreemd geworden.’
Zouden de Vlaamse parochies iets van trappist(innen)gemeenschappen kunnen leren?
‘Heel veel natuurlijk (lacht)! Onze gemeenschappen bestaan uit mensen met verschillende nationaliteiten, culturen en talen. Dat is soms moeilijk, maar vooral een grote rijkdom. Dat kan een geweldig getuigenis zijn naar parochies die de neiging hebben om zich op zichzelf terug te plooien en moeite hebben met het verwelkomen van nieuwe gemeenschapsleden. Ook bijzonder aan onze orde is dat het een van de weinige is waar mannen en vrouwen onder één instituut vallen. Onze ambten staan open voor beiden. In de bredere Kerk is dat momenteel een groot vraagstuk. Hier in Rome is er heel bewust gekozen voor een gemeenschap waarin broeders en zusters samenleven. Ze laten zien dat dat mogelijk is, zonder enige competitie tussen mannen en vrouwen.’
U heeft zelf lange tijd aan het hoofd gestaan van een gemeenschap als abt van de abdij in Koningshoeven. Wat vond u belangrijk in dat leiderschap?
‘Er zijn en luisteren. Pas wanneer mensen zich gehoord en gezien voelen, groeit er verbinding en enthousiasme. Ik probeerde naast mensen te staan, in plaats van voor, boven of achter hen. Alleen zo kan je samen iets doen. Van nature ben ik nochtans vrij ongeduldig. Meermaals overviel me wel eens de gedachte: Alleen had ik het tien keer sneller of beter kunnen doen. Maar door telkens terug te keren naar het ‘samen’, ontdekte ik uiteindelijk ook het grootste plezier.’
Heeft uw huidige functie als abt-generaal u ook al nieuwe wijsheden bijgebracht?
‘Het belang van de context. Toen ik in deze functie begon, dacht ik te weten wat het trappistenleven inhoudt. Maar bij mijn eerste bezoek aan een gemeenschap in India herkende ik werkelijk niets. Ik kon geen enkel aanknopingspunt vinden en vroeg me zelfs af wat ik er deed. Maar die ervaring heeft me veel geleerd. Je moet je eigen beelden durven thuislaten en met een open blik naar de ander gaan. Zodra je dat doet, zul je al snel ontdekken wat je gemeenschappelijk hebt. Eigenlijk wist ik dat al veel langer, maar ik doorleefde het toen pas.’
Hoe bedoelt u?
‘Mijn moeder was onderwijzeres voor moeilijk opvoedbare kinderen. Hoe vreemd deze kinderen soms ook bij ons overkwamen, mijn moeder had altijd een groot respect voor hen en liet hen in hun waarde. Toen had ik nog geen woorden voor die ervaring, maar daar komt mijn aandacht en respect voor de verscheidenheid van mensen vandaan. Ik droeg het mee, maar het kwam pas later naar buiten. Dat is typisch voor wijsheid. Het reikt verder dan kennis.’
Wat mag ik u verder toewensen?
‘Dat ik bewust op zoek blijf gaan naar de positieve dingen. Sinds ik abt-generaal ben, belanden vooral de narigheden op mijn bureau en dan kan er mij al wel eens onrust overvallen. Zelf wens ik onze gemeenschappen de acceptatie toe dat het geen vloek is dat we in de meeste delen van de wereld kleiner worden. Integendeel, het is een uitdaging om het essentiële te beleven en daar nieuwe vormen aan te geven. Net dat aanpassingsvermogen is immers de geheime kracht van ons meer dan negen eeuwen oude instituut.’
DE DRIE (dingen die mij helpen als onrust me overvalt)
- Als onrust me overweldigt, probeer ik in eerste instantie te bidden en die onrust bij Jezus te brengen. Ondanks de drukte zoek ik ruimte om toch te gaan neerzitten en stil te worden. Dat helpt me om afstand te nemen van hetgeen me onrust baart.
- Kijken naar kunst helpt me ook om de onrust te lijf te gaan en in een andere dimensie te komen. Net als een Bijbeltekst kan ook een kunstwerk aanzetten om God op het spoor te komen, anders te kijken naar de situatie en je eigen aandeel daarin. Ik noem het video divina. Jongere mensen zijn veel gevoeliger voor beeld dan voor tekst. Het stemt me dan ook hoopvol dat die weg van de video divina door velen wordt aangereikt.
- Als generaal-abt ben ik vaak op reis en doe ik gedurende de dag indrukken op die ik een plek moet geven. Ik heb een eigen mentale oefening ontdekt om af en toe te schakelen. Zo neem ik altijd een ingewikkeld theologisch artikel mee op reis, eentje waarvan ik absoluut niet begrijp waar het over gaat. Twee of drie paragrafen daaruit lezen en proberen te begrijpen, werkt voor mij als een rustgevende oefening.
Bernardus Peeters
- geboren in 1968 te Heerlen met de doopnaam Pascal
- klarinettist en kunstliefhebber
- specialiseerde zich in christologie
- in 2005 verkozen tot abt in de abdij Onze-Lieve-Vrouw van Koningshoeven
- sinds 2017 voorzitter van de koepelorganisatie Konferentie Nederlandse Religieuzen
- sinds 2022 algemene overste van trappisten en trappistinnen wereldwijd
Tekst overgenomen van Otheo.be





